Over Christian

Christian Oerlemans. Na de middelbare school Stuurman geworden op de Grote vaart. Vier jaar varen, daarna liftend de wereld omzwerven van de Noordkaap tot Kaap de Goede Hoop. Werken als bordenwasser, metaalarbeider, wegwerker, druivenplukker en meer van dit soort baantjes. Schrijft reisverhalen en later korte verhalen in literaire tijdschriften, wordt leerling journalist en verruilt dit métier al gauw voor de reclame waar tekstueel talent ruimer beloond wordt. Volgende stap naar eigen reclamebureau, Geudeker/Oerlemans (GO), later GO/RSCG. Verantwoordelijk voor grote campagnes als “Even Apeldoorn bellen”, “Ontdek ’t bij de Hema” , “Autogas dat rijdt Super” , alsook voor Saab, Jaguar, Kwantum, Pearle enz. Schrijft columns en artikelen in reclamevakbladen Revue der Reclame, Nieuwstribune en Adformatie, werkt mee aan het Handboek Reclame (Kluwer). Schrijft drie thrillers (Bruna) en korte verhalen in Plot. Stapt begin ’90 uit zijn reclamebureau en start een consultancy genaamd Communicatie Groep Oerlemans, werkt o.a. voor Schwarzkopf, Digital, Honig, Petroplus, Amsterdam Airport Schiphol. Stopt hiermee in 1996, na een ongeluk. Publiceerde begin 2002 de gedichtenbundel “Oude Liefde”, in 2004 de licht erotisch getinte verhalenbundel “Vrouwen zijn om op te vreten”, in 2006 de roman “Het slechte pad”, in 2007 de roman “De carrière en de dood”. Schreef ook o.a. het Jubileumboek van de Art Directors Club Nederland, de biografie van kunstenaarsmodel Maria (een Model Mens) en het boek over Will Kellermann (Het Romantisch Avonturisme). Laatste boeken: Op weg naar de Noordkaap, een reisverhaal uit 1959, en MANNEN, je sluipmoordenaar heet testosteron, een relativerend maar zeer serieus boekje over prostaatkanker, gedichtenbundel 'Tijd van Leven'. Uitgever Elikser Leeuwarden. Schrijft ook voor literair tijdschrift Extaze - www.extaze.nl.

Het leven wordt pas leuk als het mis gaat.

Autopech deel 2.
Nadat de verhuizers weg waren, bleef er in ons verkochte huis nog veel te verhuizen over. Absoluut onmisbare voorwerpen, waaronder uiteraard veel schildersmaterialen, maar ook ordners en plakboeken en noodzakelijke administratieve papieren. Als de verhuizers vroegen: “moet dit ook mee mevrouw?” dan antwoordde Willemine tot hun – en ook mijn – verbazing: Nee. Wij gingen dit alles zelf verhuizen naar ons huis in Portugal. Hoe? Met de volwassen (want 18 jaar) Jeep. Met de achterbanken omlaag geklapt beschikken we immers over een reusachtige laadruimte? Nou dan.
Gelukkig hadden we inmiddels een zekere Piet leren kennen die bereid was om spullen gratis mee te nemen als wij er geen emplooi of plek voor hadden. De deal was dat hij alles gratis kreeg, met de verplichting dat hij dan ook alles zou meenemen wat wij aanboden. Achterdochtig als dit soort handelaren zijn, stond hij een week voor de verhuizing onverwacht op de stoep, vergezeld van een mager vrouwmens dat – aan haar gezichtsuitdrukking te oordelen – weinig vertrouwen in de medemens had. Beiden wilden zien wat wij in de aanbieding hadden want Piet was niet van plan vulles mee te nemen. Hoewel we nog niet een kwart hadden uitgesteld, waren beiden in één oogopslag overtuigd: een personenweegschaal, diverse potten en pannen, schilderachtige vazen en vaasjes, kinderkleding, spannende boeken, een voetbal, ja Piet zag het allemaal al in zijn marktstal liggen. Het liefst wilden hij meteen hebberig toeslaan. Of hij alvast een beetje mocht meenemen? Nee Piet, volgende week ben je pas aan de beurt.
Eerst hadden we in het weekend nog even een grote expositie af te werken. Willemine had een speciale verkooptentoonstelling georganiseerd in de Oude School in Kortenhoef. Meer dan vijftig schilderijen moesten worden opgehangen, persberichten de deur uit, interviews in kranten en tijdschriften, prijskaarten, aanbiedingen, catering regelen kortom ook zonder verhuizing al stress genoeg. Vooral omdat de maandag erop de verhuizers zouden komen.
Maandagochtend acht uur belden ze op, het werd gelukkig wat later want ze zaten in de file. Willemine had 22 schilderijen verkocht, de overige brachten we gauw nog even naar Galerie Hoeve Rijlaarsdam in Nieuwkoop, waar al meer dan honderd stukken waren opgeslagen.
De verhuizers zaten ondertussen op hun gemak onze serviezen en ander kleingoed in te pakken. Maandag was hun inpakdag. Aan het eind van de middag was het eens zo prettige interieur veranderd in een opslagruimte voor verhuisdozen. Ook onze collectie kunst stond voorbeeldig verpakt terzijde, natuurlijk niet aan de kant waar de spullen voor Piet lagen. Zijn voorraad was ook aardig aangegroeid. En inmiddels was de container die we hadden gehuurd en die op de oprit stond, absoluut vol. Willemine kan moeilijk iets weggooien en tot zowel mijn als haar verrassing bleek zij veel meer te hebben bewaard dan zij had vermoed. Dus snel nog een verse afvalcontainer besteld. Naarmate de druk groter wordt, kan de mens makkelijker weggooien, heb ik gemerkt. Zelfs Willemine – koningin van het bewaren – werd nu en dan bijkans roekeloos. “Moet dit ook mee mevrouw?” “Nee, dat gaat in de container”. Desalniettemin sliep zij ’s nachts als een roos, begrijpelijk overigens, want zelfs een Willemine wordt moe.
Na drie dagen was het huis leeg, alles in de opslag behalve de verzameling marktspullen voor Piet en – uiteraard – de voorraad onmisbare artikelen voor Portugal. Over Piet maakten we ons geen zorgen, ik had gezien dat hij een flinke oude bus bezat, maar ik twijfelde eraan of onze oude Jeep groot genoeg was. Zelfs met de achterbanken neergeklapt wordt het nog geen verhuiswagen. Vrijdag zou de overdracht zijn. Op donderdag zaten we in een lege keuken gezellig maar tevens wat geëmotioneerd aan de koffie (apparaat nog in werking) met onze trouwe hulpen Bianca en Toos en met Arnoud onze glazenwasser die de vensters nog een laatste bewassing gaf.
Ja ja we zullen elkaar gaan missen. Jeetje wat gek, na zoveel jaren. En wat raar, zo’n uitgekleed huis. Ja, we nemen wel van alles mee naar Portugal, ja daar hebben we ook een fijn huis, maar het doet toch pijn. Willemine onderdrukt een traantje. Toos snuit haar neus uitvoerig. Arnoud bekijkt schattend de bagage voor Portugal. Hoe we dat alles gaan meeverhuizen? Nou, met de Jeep. De berg spullen, koffers, tassen, manden, zakken, dozen, schilderdoeken plus een elektrische golfkar doet in de keuken wenkbrauwen fronsen. Arnoud, die zelf een ruime bus bezit, komt met de suggestie een dakkoffer aan te schaffen. Jeweetwel, zo’n doos voor op het dak van de auto. Ook makkelijk als oma mee op reis gaat. Ha, leuk idee. Maar hoe kom ik op deze laatste dag aan zo’n omadoos? Marktplaats? Ah! We hebben de laptop nog paraat, even googelen en ja in het Groene Hart is een bedrijf in dakkoffers. En ja, voorradig. Heeft mijn Jeep ook dakrails? En dwarsbalken? Prima, dan willen ze de doos graag ter plekke voor mij monteren..
’s Middags staat onze oude Jeep dus met doos op het dak op de oprit en dat is maar goed ook want zonder doos was de helft van de verzameling voor Portugal wellicht alsnog in de container beland. Op een keukentrap staande vul ik de kofferdoos met boeken en ordners en cd’s en nog meer dozen en een koffer vol elektronica en twee zakken met ondefinieerbaar totdat de Jeep bijna topzwaar is. Daarna lukt het om de rest in de laadruimte te krijgen, inclusief de volledige schilders-uitrusting van Willemine, die er nauwlettend op toeziet dat het achteruitzicht vrij blijft via een smalle vallei in de berg spullen. Het ontlokt de nieuwe eigenaar van ons huis de volgende dag – de overdracht – de opmerking dat onze Jeep op de wagen van een zigeuner lijkt. Wij parkeren om één uur voor het deftige pand van de notaris en een uurtje later hebben we geen huis meer. Alleen nog de zigeunerwagen, met een uitdragerij aan spullen en allerlei kledingstukken aan hangertjes voor de ramen.
Nadat we een weekje zijn bijgekomen in het appartement van een goede vriend, rijden we naar Luxemburg en daarna door naar Sommière voor de schilderweek.
In Orange raken we in een dikke file en plotseling begint de oude Jeep te kreunen, daarna te brommen en zo onverwacht luid te huilen dat voorbijgangers verschrikt een stap opzij doen. Willemine aan het stuur raakt lichtelijk in paniek. Wat is dit? Wat gebeurt er? Gewoon gas geven en doorrijden zeg ik, zo koel mogelijk. Het kan niks bijzonders zijn. Maar ondertussen vervloek ik zachtjes onze garagist ‘meneer Colijn’ die voor vertrek de Jeep nog een grote beurt heeft gegeven. Alles gecontroleerd, filters vernieuwd, bouten en moeren bijgesteld en vastgedraaid. Na deze grote beurt viel het mij al op dat de trekkracht van het oude beest tegenviel. Weliswaar zwaar bepakt maar toch niet wat je van een zescilinder verwacht. Bovendien een verontrustend gebrom als van een gewonde beer. Gelukkig woonden we toen nog tijdelijk in eerder genoemd appartement, dus kon ik gauw nog even naar de ware Jeeptovenaar Cas Alberts in Deventer. Jeep op de brug: Haha, kijk nou even, je halve uitlaat hangt los, knalpot verroest. Cas heeft materiaal in voorraad en ’s middags rijdt de Jeep weer gewoon zoals het hoort.
Tot we in Frankrijk door Orange rijden. Kermend en kreunend ploegen we door de oude stad. Er is iets mis. Jeep kan niet tegen Orange. Eenmaal de stad uit en op de buitenweg zoemt hij er weer geruststellend op los en kruisen we met honderdtien naar Sommière. Nog één keer kermt hij tijdens het parkeren voor de poort van het 17e eeuwse hotel genaamd Hotel de l’Orange. Is ’t de kleur, de naam? Is Jeep een republikein? Hoe dan ook, Jeep gaat nu voor een week in rust, dus er is tijd om na te denken.
De gedachte is om Jeep in Montpellier eens goed te laten nakijken door een Franse Jeeptovenaar. Ik vind er een via internet. Bellen. Ah Monsieur het is druk druk, alors over twee weken, peut-être. Sja wat nu? We hebben goede vrienden in Verfeil nabij Toulouse en het plan is om hen op te zoeken, na de schilderweek. Een Jeeptovenaar in Toulouse? Ja, die is er en spreekt ook nog Engels. De naam is “Ort Jeep Performances”. Een Deutsches Ort met Amerikaanse Performances in Frankrijk… Bovendien ook lid van de Toulouse Jeeper’s Club. Dat geeft vertrouwen. Ik kan een afspraak maken voor de Dinsdag na de schilderweek. Kan het niet op Maandag? (We vertrekken namelijk op zondag). Nee dat kan absoluut niet want het is druk druk.
We boeken een romantisch hotelletje in de buurt van Toulouse. Willemine wil namelijk nooit in een gewoon groot modern hotel. Het heet la Villa des Violettes, en later zien we deze kleur ruimschoots terug in onze kamer. We boeken 2 nachten, kunnen we maandag Toulouse bekijken (zijn de meeste winkels gesloten evenals de musea). La Villa des Violettes ligt nabij een dorp genaamd Aucamville, aan de andere kant van Toulouse dan waar zich Ort bevindt (dit was een foutje, toegegeven). Het blijkt een privé huis uit tijden dat de buurt nog chique was. Nu is het omgeven door bouwvallen en kleine ondernemers. En door een hoge muur waarin een stevig gesloten poort. Eerst rijden we er een paar keer voorbij omdat dit geenszins op een hotel lijkt. Maar de gps weet het zeker, dus bellen we aan de poort. Na enkele minuten zwaait deze open om een Danseuse Française los te laten die ons van harte welkom heet en er op staat ons te helpen met het chaufferen naar de parking. Sandrine heet zij. We worden in haar salon genodigd voor een kopje thee. Ja kamers verhuren doet zij voor haar plezier, al negen jaar. Haar man is huisarts met een praktijk in Toulouse. Vandaar. (We hebben hem dan ook nooit gezien, maar Willemine kreeg via Sandrine wel antibiotica vanwege een hardnekkige neusholte ontsteking.)
Bij Sandrine ben je meteen thuis. De kamer is prima, afgezien van de kleuren en Sandrine is gewoon blij dat je er bent. Na ons de volgende ochtend te hebben verwend met ontbijt, zwaait ze ons uit op weg naar de bushalte. Bus 29 stopt vrijwel voor haar poort. Toulouse hadden we nog nooit goed bekeken, maar het blijkt een boeiende oude stad met herinneringen aan de vervolgde Katharen en andere middeleeuwse toestanden. Kortom een leuke dag en ’s avonds acht uur de laatste bus 29 terug naar Aucamville, samen met de veelkleurige populatie die blijkbaar een voorkeur heeft voor deze buslijn..
Eindelijk is dan de grote dag aangebroken voor onze Jeep, die weliswaar niet meer kreunt of huilt, maar als nieuwste eigenschap stottert en hapert op momenten dat je dit liever niet hebt. Maar, de motor start gelukkig steeds weer meteen.. Ort Jeep Performances is moeilijk te vinden, de gps brengt ons in een achteraf gelegen volkswijk waar geen garage te bekennen valt. Wij zoeken Boulevard du libre Échange en zijn in de Rue du libre Échange. De boulevard schijnt te zijn in Saint Orens de Gameville, zoals al gezegd aan de andere kant van Toulouse. Aldaar gekomen weet Googlemaps de weg nog steeds niet, dus na vruchteloos rond te hebben gereden vraagt Willemine het aan twee moderne jongens in een verlaten industriegebied. Heel moedig. Maar de jongens zijn aardig, pakken de telefoon erbij en zoeken Ort. En vinden Ort. Afslag Saint Orens, dan de 6e rotonde en voilá.
Bij Ort staan heel veel Jeeps, waaronder zelfs een origineel exemplaar uit WWII. We worden ontvangen door een jongeman van omstreeks 21 jaar die goed Engels spreekt. Helaas, de monteur die ik heb gesproken is er niet. Wat was ook al weer het probleem? Oja, vibrerende huiltonen, jaja nog nooit zoiets gehoord. Mogelijk de automaat? Vragend kijkt hij me aan, dit geeft al minder vertrouwen. Op de parkeerplaats rijdt hij drie meter heen en weer, kruipt daarna gedienstig onder de auto, checkt het oliepeil van motor en automaat en geeft toe dat hij niets kan ontdekken. De monteur komt straks. Hij lacht: het is Ronnie. Ronnie? Yes his name is Ron. He is Belgian.
Terwijl wij wachten en genieten van de intense rust die dit garagebedrijf uitstraalt, verschijnt uiteindelijk een stevige kalende jongeman. Hello, I am Ron. Sorry kept you waiting. Wat was ook alweer het probleem? O ja I remember. We gaan een testritje maken. Jeep gehoorzaamt deze Baas feilloos, geen gekerm of gehuil, geen haperen en afslaan, kortom Ron is redelijk tevreden. Mankeert niet veel aan, ja stationair wat onregelmatig humhum. Hij gaat twee keer achter elkaar de sleutel in het contactslot omdraaien, dan weten we het. Foutcode aflezen in het venster van de kilometerstand, legt hij uit. Maar tot zijn teleurstelling werkt dit niet. Hij zucht eens diep. Vandaag kunnen we niets meer doen, we hebben het erg druk meldt hij. Volgende week dinsdag om negen uur. Dan heeft hij tijd. Op z’n gemak verdwijnt hij naar de rustige garage. Willemine raakt nu opgewonden. Hoezo druk? Hoezo druk! Zij stormt achter Ron aan en bereikt hem als deze net in een conversatie is beland met een collega die eruit ziet alsof hij vakantie heeft. Ik zie haar heftig gesticuleren. Maar na een minuut of tien komt ze onverrichterzake terug. Volgende week Dinsdag om negen uur is de afspraak. Ik draai de contactsleutel twee keer snel na elkaar om en ja…inderdaad er verschijnt een foutcode: P 1391. Eureka! Blij spoed ik mij naar Ron, die nu in gesprek is met de juffrouw achter de balie. Zij spreekt trouwens ook goed Engels. Maar beiden converseren in het Frans. Ik kom ertussen en roep dat het P1391 is. Ron is duidelijk verrast. Hij kruipt achter de computer en grijnst. Dacht ik al, het is de crankshaft sensor. Wat?! Krukas sensor? Die heb ik een half jaar geleden laten vernieuwen. Hoe kan dat. Ja, zegt Ron dat kan. En dan moet ook de camshaft sensor vernieuwd worden. Beter om allebei te doen. Hij gaat ze bestellen. Volgende week dinsdag negen uur ben ik aan de beurt.
Op de terugweg merk ik dat er iets niet klopt. Het linker achterwiel schuurt en krast. Ojee, de rem zit vast? Ron had na zijn testrit de handrem zodanig krachtig aangetrokken dat ik moeite had om hem los te krijgen. Is dus een wiel op de rem blijven hangen, denk ik. Ik bel, beetje boos, naar de garage en klaag dat nu mijn achterwiel vastzit. Dankzij Ron en zijn Belgische oerkracht. Ik zet Willemine af bij Sandrine en rij weer terug naar Gameville. Ron staat al te wachten en hoewel ze nergens tijd voor hebben, ben ik meteen aan de beurt. Binnen een paar minuten is het wiel eraf, dan de rem losgenomen en triomfantelijk toont Ron een scherp stukje veerkrachtig metaal. Een veertje. Houdt de boel op zijn plaats. Er zijn er twee; de tweede springt spontaan te voorschijn en schiet in mijn bovenlip. Wow, gelukkig niet in mijn oog. Beide kleine doch krachtig verende metaaldelen, eigenlijk belachelijk klein ten opzichte van de rem, het wiel en Jeep zelf, zijn onmisbaar. Helaas is er eentje wat gebroken en nog erger, het pinnetje om dit veertje op z’n plek te houden is verdwenen. Een ijzeren pinnetje formaat lucifer. Heel erg onmisbaar. Sja, Ron verdwijnt ergens achter in de werkplaats en komt terug met een andere monteur die hoofdschuddend naar de geopende remdelen kijkt. Zonder pinnetje geen rem. Pinnetje bestellen? Nee dat gaat niet, moet je een hele rem met alles erop en eraan bestellen. Héél duur meneer. En duurt lang. De mannen overleggen in rap Frans en de oplossing die ik al had gezien, komt tevoorschijn: de oude Jeep Cherokee die achteraf op het terrein staat. Ron vertrouwt me toe dat deze zijn eigendom is en dat hij bereid is om er een pinnetje uit te slopen. Want; deze Jeep rijdt toch niet, moet een nieuwe motor in en daar heeft hij geen geld voor als arme monteur. Het is een miskoop en de man die hem verkocht – de oplichter – wil de Jeep niet terugnemen, ook niet voor 1500 euro terwijl Ron er 2000 voor betaald heeft. Enfin, ik leef met hem mee en onderdruk uiterlijke blijdschap. Gelukkig heeft hij een onverkoopbare Jeep. Geroutineerd neemt hij het linker achterwiel los, legt de rem open en vist het onmisbare pinnetje uit het binnenste. Kijk, soms draait je wereld om een pinnetje niet groter dan een lucifer. Hij toont het dingetje triomfantelijk. Een uurtje later is mijn Jeep weer okee en geeft Ron handrem-les. Nooit de auto parkeren alleen in de Parkstand. Altijd eerst Neutral, dan handrem aantrekken en dan pas Park. Zo hoort het en zo had hij het ook gedaan. Beetje krachtig volgens mij. Ja ja, zegt Ron, maar dat probleem is nu opgelost.
Opgelucht rijd ik terug naar Willemine en Sandrine. Uit voorzorg hebben we twee nachten geboekt. Vraag is of nukkige Jeep ons nog naar onze vrienden in Verfeil wil brengen, met twee krakkemikkige sensors in z’n motormanagement. Wat zijn de risico’s? We vroegen het Ron, maar zijn antwoord was niet opbeurend. Er is een kans dat de motor afslaat en niet meer wil starten. Een kleine kans, dat wel. We rijden dus de volgende ochtend naar Verfeil en op de snelweg doet Jeep of er niks aan de hand is. Gehoorzaam vreet hij de kilometers weg en pas voor het hek van onze vrienden slaat de motor zomaar af. Start gelukkig ook weer. Op een veldje achter het grote huis mag hij nu een paar dagen uitrusten.
Het zijn leuke dagen. We genieten ten volle van de gastvrijheid van Alma en Huub Kerstens, die hier al meer dan veertig jaar een grote hofstede bezitten. Het wordt een kleine vakantie, we vergeten Jeep die dromerig in het gras staat met een onschuldig glanzende neus.

Maandagavond arriveren we weer bij Sandrine. De poort staat al open en zonder nukken draait Jeep naar zijn vertrouwde parkeerplaats onder de boom. Wij krijgen dit keer de kamer bij het zwembad, waar Sandrine zelf de gehele achterwand trompe l’oeil heeft beschilderd met een landschap dat nog mooier is dan het Franse land, met een kasteel dat nog veel groter is dan haar landhuis. We wandelen ’s avonds als vanouds naar het bekende restaurant achter de sportschool in Aucamville, waar het eten de tweede keer tegenvalt en de bediening eveneens.
Dinsdagochtend rijd ik Jeep weer naar Gameville, waar Ron Paraat is. Hij toont de nieuwe sensors, kleine dingetjes met grote gevolgen. De krukas sensor is geen probleem, daar kan een normaal mens zo bij, alleen de stand van de krukas is tijdens de montage van belang. Maar, de nokkenas sensor is andere koek, die zit verstopt achter de motor bij het schutbord. Onzichtbaar en in feite ook onbereikbaar, tenzij je de motor sloopt of een truc bedenkt. De truc van Ron is een verlengde steeksleutel op een lang stangetje, met duct tape vastgeplakt. Nadat de motor wat is afgekoeld en na wat gevloek van Ron, kruipt hij onder de Jeep en stelt vast dat de sensor nieuw is, althans niet oud. Verrek, heb ik betaald voor vernieuwing van de krukas sensor, in Januari, hebben ze de nokkenas sensor vernieuwd? Na een uurtje heeft Ron het dingetje te voorschijn gepeuterd, een zwart staafje ter grootte van zijn pink. Hij toont scheve sporen afslijpsel en zegt dat er een membraampje of zoiets ontbreekt. Vandaar het gehuil van Jeep nu en dan? Zou best kunnen denkt hij. Nog nooit meegemaakt, maar hij weet ook niet alles. Wel weet hij nu dat zijn Hollandse collega’s de sensor niet goed hebben vastgezet. Geen wonder trouwens, want je kunt er eigenlijk niet bij. Eigenlijk ondoenlijk om een nieuwe sensor te plaatsen. Ron ligt nu op de inmiddels afgekoelde motor met een arm in een onnatuurlijke houding verdraaid. Omlaag tastend meldt hij dat hij het gaatje niet kan vinden (met de olijke toevoeging dat hij dit wel vaker heeft als er geen haar aanwezig is). Dan laat hij de sensor vallen en moet hij weer onder de Jeep kruipen. Lang verhaal kort; een uurtje later zit de sensor erin en volgens Ron heeft hij hem goed vastgedraaid met zijn verlengde steeksleutel. Nu verschijnt er een collega die moet helpen bij plaatsing van de krukas sensor. Hij gaat nauwkeurig meten of de krukas in de juiste stand staat. Hiertoe worden bougies en andere onderdelen verwijderd. Met de oude sensor, een stevig ding in aluminium behuizing, lijkt niets mis te zijn, maar Ron zet toch de nieuwe erin, hoewel die er met z’n plastic doosje minder betrouwbaar uitziet. Alles gelukt, nu de motor starten. Oeiweoweoeiewoe, hij start niet. Samen sleutelen de mannen ergens aan en dan, ja moeizaam komt de motor op gang, met tegenzin. Ron geeft flinke dotten gas, maar het klinkt naar een oude 12 cilinder die de schroothoop ruikt. Desalniettemin rijdt hij er de garage mee uit voor een testrit. Teleurgesteld is hij snel terug. Loopt op vier of vijf poten, moppert hij. Dat hadden we al gehoord toen hij wegreed: bloebbloebbloeb… De mannen gaan samen weer sleutelen, een op de motor, de ander eronder. Ze hermonteren de oude – naar mijn idee kwalitatief betere – sensor, maar het resultaat blijft bloebbloeb hetzelfde. De helpende collega houdt het nu voor gezien. Ik maak me zorgen. Ron gaat een sigaretje roken.
De aha-erlebnis is het mooiste wat een mens kan overkomen. Ron straalt. Hij heeft de kabels verkeerd om gemonteerd. Ja ja hij had het van te voren al gezegd: ook hij kan wel eens een foutje maken. Dus nu de kabels goed omgedraaid, motor starten en whoef, als een zonnetje meneer. O wat loopt die motor mooi. Ron gaat testrijden en komt nog stralender terug. Ja, missie gelukt. Mooier kan een motor niet lopen, zonder haperen, zonder nukken, kortom zoals het hoort. Nu word ik aangesproken door een in keurig sport tenue gestoken man; hij vraagt beleefd of hij een sticker op mijn auto mag plakken. Dat mag. Hij doet het heel zorgvuldig en toont mij trots het resultaat: ‘ORT Jeep Performances’ prijkt nu op de achterklep. Een Jeep specialist om aan te raden.
Aan de balie maakt Ron samen met het Engels sprekende meisje de nota in orde. Het valt niet tegen, want hij rekent een uurtje minder vanwege zijn eigen dommigheidje. Vierenhalfhonderd euro inclusief de sensors. De springveren en het pinnetje staan er niet op. Eerlijk als ik ben wijs ik hier op. Ron glimlacht, hij is in een goeie bui; dat is service zegt hij.
Een Jeep specialist om aan te raden, ik zei het al. Maar je moet er wel voor naar Toulouse rijden, naar Saint Orens Gameville om precies te zijn.

Dakdoos pech.
Naast motorpech kun je ook nog andere autopech krijgen, zeker als je een forse doos op je dak monteert. Op de Franse snelwegen val je soms in een ander tarief en komt je bonnetje op 2 meter hoogte uit de automaat. Want je bent een vrachtauto geworden, dankzij je kofferdoos. Maar dit is niet het lastigste nadeel van zo’n doos. Lastiger werd het in Santiago de Compostella (ja we hebben ze alledrie gedaan, Lourdes, Santiago en Fatima, alleen al voor Jeep), waar we geen hulp van boven kregen, zoals je zou verwachten, maar juist enige tegenwerking.
We hadden een hotel geboekt aan de rand van de stad. Lopend 40 minuten naar de kerk. Hoewel een voettocht hier gepast is, nemen wij op zaterdagochtend toch maar de bus. Tegen de chauffeur zeg ik dat we er bij de kathedraal uit willen. Braaf wachtend op zijn seintje, zien we in de verte de kathedraal opdoemen en weer verdwijnen en voor we het in de gaten hebben zijn we de stad weer uit. Verdorie wat een pech. We moeten een stief driekwartiertje teruglopen. Gelukkig waren we het station gepasseerd en vandaar ken ik de weg omdat ik de vorige keer met de trein ben gekomen. Uit Vigo, waar we de boot hadden aangemeerd en waar Jan – onze kok – te water moest bij 14 graden, omdat we vislijnen in de schroef hadden gekregen. Maar dat was een ander soort pech, vooral voor Jan omdat hij de jongste was aan boord.
Hoe dan ook, lopend – een toch nog wel aardige voettocht – bereiken wij via het station de beroemde kathedraal, maar helaas, er is geen dienst. Dus Willemine wil de volgende ochtend – zondag – terug om de beroemde dienst mee te maken, met het reuzen wierrookvat gierend van zijbeuk naar zijbeuk. Inderdaad een spektakel dat de reis waard is, ook zonder voettocht. Willemine wil met de Jeep. Via google vind ik een parkeergarage op loopafstand – beetje voettocht is wel gepast – waar we om half elf arriveren. Tijdig, want de mis begint om 12 uur en Willemine wil goed zitten. Als ervaren Santiago-ganger heb ik haar uitgelegd vanwaar men het mooiste zicht heeft op de monniken met hun wierrookvat. Nabij de parkeergarage lokt een pleintje om aldaar gratis publiekelijk te parkeren, maar gezien de kostbare lading van Jeep besluiten we zelfs op zondag zo dicht bij de kathedraal geen risico te nemen. Willemine rijdt, omdat ik ’s ochtends vroeg niet op mijn best ben. Zij benadert de garage voorzichtig en we dalen af in het binnenste dat bijzonder leeg is. Na enkele meters horen we een vreemd schurend geluid, van boven. Het is een Teken, namelijk dat Jeep met zijn dakdoos klem dreigt te raken onder de betonnen balken van de garage. Het Teken dringt tot ons door en Willemine stopt om daarna, op mijn verzoek, uiterst langzaam achteruit te rijden totdat de krassende geluiden ophouden. We stappen uit. De zekeringsband van dik nylon die we om de kofferdoos hebben gespannen is aan flarden. Verder lijkt alles kits. Een ongeschoren warrige jongen in parkeergarageuniform komt te voorschijn en vindt dat we weg moeten gaan. Achteruit terug? Die smalle helling op? Onder die betonnen balk door? Heen zijn we er onderdoor gedoken, gegleden wellicht, maar met de kont omhoog? Nee, inderdaad, dat kan niet, vindt ook de parkeerwachter. Hij wijst naar een zijbeuk (ja ook hier) waar we moeten parkeren, maar zelfs een slechtziende zoals ik ziet dat de balken daar nog lager zijn. Die doos moet eraf, gebaart de official en verdwijnt daarna naar zijn kantoortje. Sja.. hij is er door twee ervaren mannen opgezet en ik heb eerlijk gezegd daarbij niet scherp opgelet. Dus de gebruiksaanwijzing erbij gepakt. We moeten aan de bak, of aan de doos liever gezegd en bij de chef haal ik een keukentrap. Al die spullen die ik er zo zorgvuldig in heb gepuzzeld, moeten eruit. We leggen ze op een hoop in de hoek van de garage. Een binnenrijdende parkeerder passeert ons met vijf centimeter tussen de spiegels. Hij kijkt verbaasd. Zeker Belgen, zie je hem denken. De kostbare dingen, zoals een koffer met kleding van Willemine, proppen we op de voorstoelen. Daarna gaan we de klemmen losmaken waarmee de doos gemonteerd is. De klemmen willen niet los. Parkeerchef erbij, maar hem lukt het ook niet. Gezamenlijk bestuderen we de tekeningetjes van de gebruiksaanwijzing. Rode knop omhoog, dan duwen en draaien en schuiven… De parkeerwachter doet nog een vruchteloze poging en gaat daarna terug naar zijn kantoor. Mijn Hemel, wat nu. Willemine klimt weer op de keukentrap en… ja, ineens schiet de klem los! Een deuk in de muis van haar hand. Rode vlekken in haar nek. Maar nu weten we hoe het moet en de andere drie gaan makkelijker, nadat Willemine in de dakdoos is gekropen. De chef komt erbij. Tweeënzeventig is oma, zeg ik tegen hem. Hij grijnst bewonderend en verdwijnt weer naar zijn kantoor. Samen met oma til ik de lege koffer van het dak, waarna ik Jeep naast de berg bagage parkeer onder de lage betonnen balken. Dakkoffer er netjes naast gelegd, auto afsluiten en…het is halftwaalf, ja we zijn nog op tijd voor de mis!
Bij de kathedraal heeft zich al een flinke rij gevormd, die mooie zitplaats zit er wellicht niet meer in. Vijftien jaar geleden kan ik mij zoveel toeristische drukte niet herinneren. Alles verloopt nu volgens plan. Terwijl de klokken beieren, ontbijt ik uitvoerig met flensjes op het terras. Willemine volgt in de kerk het vliegende wierrookvat en ik hoop dat ze goed zicht heeft. Een uurtje later verschijnt ze, geheel blij, heeft ook nog kaarsjes gebrand voor het zielenheil van vrienden en familie en van Jeep. Samen genieten we nog een uurtje van deze prachtige middeleeuwse stad en daarna vervoegen we ons bij de parkeergarage. De chef is weg, lunchen denk ik, de zondaglunch is hier (ook) heilig. Maar gelukkig staat zijn keukentrap nog naast onze bagage. Zonder doos op het dak is het een fluitje om de Jeep naar buiten te rijden, in de zon, op de stoep waar enkele burgers een zondagse wandeling maken. Samen dragen Willemine en ik alle bagage naar buiten en daarna de doos, die als je er zo mee loopt, iets weg heeft van een dodemanskoffer, mede gezien de stemmige grijze kleur. Maar de wandelaars hebben geen achterdocht. Het monteren lukt daar op die zonnige stoep beter dan voorheen het demonteren en spoedig sta ik weer op de motorkap en Willemine op de keukentrap. Het is nog een heel gedoe, met veel geklauter en gehijs, om de spullen weer netjes in de dakdoos te passen, maar het lukt. Klep dicht, doos op slot, we kunnen verder naar Portugal. Helaas zonder zekeringsband. Willemine gooit de slierten in een nabij staande prullenbak, aarzelt even en haalt ze er daarna weer uit. Die mooie zelfklemmende gesp met een halve meter nog gaaf materiaal wil ze bewaren, als zekeringsband rond haar schilderskist. Het is bekend: Willemine kan moeilijk iets weggooien.

Eenvoudig opgeschreven.

Er zijn mensen die niet lezen. Ze lezen geen boeken, ze vinden het zonde van hun tijd. Zie de televisie commercials (altijd een treffend tijdsbeeld): jeugdige hyperactieve types vliegen hectisch carrièremakend over het scherm. Zo is het leven vandaag. Hooguit tijd om je arbeidsovereenkomst te lezen. Zo je die al hebt als ZZPer. Toegegeven, het kost moeite om je aan de snelheid van het hedendaagse te onttrekken. De informatie wordt met bakken over je uitgestort en om bij te blijven moet je kunnen snellezen, teksten scannen en de essentie eruit zeven. Wij mensen zijn visueel ingesteld. Plaatjes kijken kan iedereen. Snellezen is zoiets als een woordenstroom instant vertalen in een plaatje.
Nu zijn er mensen die helemaal niet kunnen lezen en dus ook in de woorden geen plaatjes kunnen ontdekken. Laaggeletterdheid noemen we dit. Woordblind, kan ook. Jaren geleden werkte ik voor de Stichting Lezen, een door de overheid gesubsidieerd clubje welwillende personen die voor hun aanwezigheid en inbreng van gedachten een rekening mochten sturen (toegegeven ik zelf ook). Wij maakten programma’s in buurthuizen en de schrikbarende confrontatie met analfabetisme in ons eigen hoogbegaafde landje opende mij toen de ogen. Allochtonen? Welnee, gewoon moeders en vaders en jongeren met een lagere school diploma. Ik geef als voorbeeld een sollicitatie bij de politie: van de 560 gegadigden vielen er direct 145 af, omdat ze geen behoorlijke Nederlandse brief konden schrijven. De overigen moesten een simpel proefwerkje maken. Een sollicitant wilde zijn pozietzi verbeteren, een ander wilde graag zufur worden. Een 25 jarige jongeman met 6 jaar Marinedienst(!) viel op met een 1 voor zijn invuloefening Nederlandse woorden. De spreekwoordenkennis bleek nauwelijks een test waard. Er was geen kennis. Men kan niet weten hoe een koe “verstand heeft” of, “een kalf uit de sloot haalt”. Dit soort – wel grappige, maar ook treurig stemmende – onzin. Hoe komt dit? Omdat wij geen ‘taaltucht’ meer kennen. De hiphoptaal van de straat dringt door in de media, vooral via de televisie met al die goedkope realityprogramma’s; hun hebben, hij hep en ik dee maar wat. Ondertussen is er nog steeds een Stichting, die nu Stichting Lezen & Schrijven heet en een prinses aan het hoofd heeft. Het is dus een hoogstaande zaak. Maar, de laaggeletterdheid is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen, ondanks het feit dat in het zog van de Stichting een uitgeverij is opgericht die “Eenvoudig communiceren” heet en de mensen aan het lezen wil krijgen door boeken te vertalen in ‘eenvoudige taal’. Er is bijvoorbeeld een abonnement ‘Literatuur voor beginners’ met de aanbeveling: Nederlandse literatuur, eenvoudig opgeschreven. Met al negen titels, waaronder de Max Havelaar en Kees de Jongen… Hoe in ’s hemelsnaam kun je literatuur eenvoudig opschrijven? In hurkzit? We hebben toch al de Donald Duck!
Ik omarm wat dit betreft onze “taalnazi” Alex Ruitenbeek, redacteur van het FD. Lees zijn stuk ‘Gezwets in de ruimte’
https://fd.nl/fd-persoonlijk/1214480/gezwets-in-de-ruimte
Ruitenberg is geen taalnazi, maar een grote taalvriend!
Laten we geld, zorg, aandacht en vakkennis stoppen in Nederlands taalonderwijs. Te beginnen in Groep 1. Dan hoeft onze literatuur niet gemutileerd te worden en zullen ruimtezwetsers vanzelf ophouden met hun indewartaal.

Chaos

Het is weer verwarring en chaos in mijn hoofd. Zondagochtend, al die kranten, al die informatie die ik niet aan mekaar kan knopen. Lees ik hoe Jesse niet wilde springen toen Mark zei: “spring Jesse spring.” Jesse wilde niet 500 vluchtelingen opnemen per jaar zoals nu, maar 5000 of liever nog 50.000 op termijn. Daar is het op afgesprongen, begrijp ik. Ondertussen zit ik in een verhuizing. Waar naar toe? Weet ik nog niet, alles gaat in de opslag en tot mijn verrassing wordt dat honderd kuub (100 m3). Eén kuub van mij en 99 van mijn geliefde die alles bewaart, omdat zij kunstenaar is en het zeker nog eens nodig heeft. Belangrijke zaken.
Wat is belangrijk? Een vriend van ons kreeg ineens te horen dat hij ziek is; ALS ofwel Amyotrofische Laterale Sclerose. De beroemdste zieke op dit gebied is Simon Hawking, tevens de meest intelligente. Al zijn spieren hebben het inmiddels opgegeven, maar zijn hoofd werkt nog briljant. Dat was anders bij de arme baby Charlie, daar werkten ook de hersens niet. Natuurlijk wilden de ouders het kind in leven houden, daarvoor zijn het ouders. En natuurlijk waren de artsen geen onmensen die doodsbedreigingen verdienden. De hersens zeiden: kind is kansloos. De harten huilden. Een hart kan niet denken. Moet ik toch weer even denken aan van der Staay die onze artsen vergelijkt met moordenaars. Hoe ziek kun je zijn in het hoofd? Terug naar de vriend met ALS. Hij zit diep in de put. Altijd gezond geweest, nooit een dokter gezien, vader 95, moeder ook bijna, zusters, broers allemaal blakend. Typisch geval van ‘waarom ik’? Hij krijgt het (nog) niet voor elkaar om te accepteren, mooi leven gehad, jammer het einde komt misschien eerder dan verwacht. Het is een rotziekte.
Ik las het zomeravondgesprek tussen Vincent Bijlo en Rob Aarsman. “Hoop is iets voor losers, begin er niet aan”. Makkelijker gezegd dan gelaten, hopen doen we sinds we kunnen denken. Je kunt het ook bidden noemen. Mooie mannen die Bijlo en Aarsman. Ze hadden het ook over het ‘waarom ik’ gejammer. Dat doen mensen wel als het tegenzit maar nooit als ze de loterij hebben gewonnen haha. Aarsman had twee keer darmkanker, Bijlo is blind geboren, lijdt aan oorsuizingen (Tinnitus) en groeiende doofheid. Zijn beroep? Cabaretier. Met veel humor en relativering hebben ze het over de hoofd/hart relatie. Zegt Bijlo: ‘het hoofd is een fantastisch ding, je hebt het altijd bij je en je kunt het overal voor gebruiken. Het is altijd online, als het offline is ben je dood.’ Vraagt Aarsman: ‘als je zou terugkomen op de wereld wat zou je dan doen?’ Zegt Bijlo: ‘precies hetzelfde’ ‘Zou je dan ook weer blind willen zijn?’ ‘Waarom niet, dit is voor mij een compleet leven.’
Dit is mij uit het hart gegrepen. Teveel mensen die zeuren dat ze kansen hebben gemist of nooit gekregen, dat ze fouten hebben gemaakt, dat ze alles anders zouden willen doen, schoongewassen en opnieuw geboren, hou toch op. Spijt is net zoiets als hoop, je schiet er geen donder mee op. Als ik het even over mezelf mag hebben; ik heb nergens spijt van en inderdaad ik zou alles precies hetzelfde willen doen, net zo rommelig, ongepland en intuïtief. Mijn vader overleed toen ik achttien was. Ik had geologie willen studeren. Er was geen geld, mijn moeder moest kamers verhuren en in het warenhuis werken. Een renteloos voorschot bracht mij in het internaat van de ‘Kweekschool voor de zeevaart’. Voor piloot was ik al afgekeurd, maar varen leek me ook avontuurlijk. Werd ik dus Stuurman op de Grote Handelsvaart Vreselijk. Hier tellen alleen de strepen waarop wordt gestaan, net als in het leger, waarvoor ik gelukkig later bij een herkeuring werd afgekeurd. (S5 hetgeen zoveel wil zeggen als niet goed bij het hoofd). U kunt geen ambtenaar meer worden, zei de psychiater. Was ik ook niet van plan..Op zee werd ik ziek, niet alleen zeeziek maar ziek van de dommigheid om me heen. De spijsvertering stopte. Darmen denken met je mee, dat vergeten we wel eens. Een Duitse arts in Itajaí Brazilië haalde mijn gezonde blinde darm eruit, hij was denk ik geen arts. Liep trouwens mank, vertrouwde die man meteen al niet. Nonnen deden daar de verpleging, alleen boven de gordel. Moest met een open wond zelf op de gang een douche zoeken. De wond bleef nog maanden open. Ik zei al: de Duitse snijder was denk ik geen arts. Later had ik amoebe dysenterie in Dar es Salaam, lag ik daar met een verkeerde diagnose in een ziekenhuis om daarna terecht te komen in een kliniek in Abadan (Iran), een oude stad met raffinaderijen in de hoek van wat toen nog de Perzische Golf heette. Ook lag ik eens een week in Hamburg in het ziekenhuis. Enfin, ik heb ervaring met ziekenhuizen. Veel in gelegen, maar nooit met tegenzin. Je wordt over ’t algemeen goed verzorgd en je kunt je concentreren op jezelf. Zoals Vincent Bijlo zei; je hebt je hoofd altijd bij je en dat komt dan goed van pas. Die oorsuizingen heb ik trouwens ook al jaren. Ik schreef er eens over in het blad voor slechthorenden, kreeg ik een dramatisch briefje van een non, zij had geen fluiten – zoals ik – maar hameren in haar oren. Het enige dat haar ontspande in haar cel, was een ‘Walkman’ (die had je toen nog). Maar er was maar één Walkman voor alle nonnen in het klooster, dus ze had maar één keer in de week (nonnen sterven ook uit) gezang in plaats van gehamer in haar oren. Heb ik natuurlijk meteen zo’n ding voor haar gekocht en opgestuurd. Zelden zo’n ontroerend lieve bedankbrief gelezen. Goed doen is vaak makkelijk, als je even je hoofd gebruikt. Terug naar mijn depressieve vriend. Hij leeft tenminste nog, terwijl de twee beste vrienden die ik had al lang dood zijn. Evenals mijn vader, mijn moeder, mijn broertje. Heb ik even mazzel. Na mijn zestigste nog een keer erg verliefd geworden en tot heden gebleven op de kunstenares die nu mijn echtgenote is. Ik zei al: weinig planning in mijn leven. Nu ook weer die verhuizing: chaos om mij heen. Leeftijdgenoten – ik ben net tachtig geworden – zitten in rusthuizen of willen kleiner wonen. Wij willen (nog) groter wonen, met atelier en expositieruimten en mogelijkheden tot evenementen. Dat is het hart dat spreekt, het hoofd verklaart mij voor gek. Heb al vijftien jaar een sarcoom (soort kanker) en inmiddels vijf jaar prostaatkanker (lees mijn boekje ‘MANNEN je sluipmoordenaar heet testosteron’). Laatst las ik dat tweederde van de kankerpatiënten in voortdurende angst leeft, angst voor de dood. Ze moeten allemaal dat zomeravondgesprek lezen van Rob Aarsman en Vincent Bijlo (NRC 29 juli). Gelukkig hebben we een hoofd dat we altijd bij ons hebben, een hoofd waarmee je leuke dingen kunt denken, waarmee je kunt dromen zodat je hart opgewekt gaat kloppen. Luister naar je hart en denk: hoera ik leef.

Ultralinks en ultrarechts.

Politieke stukjes wil ik eigenlijk niet schrijven. Maar een mens ontkomt er tegenwoordig niet meer aan. Alles is politiek geworden en als tolerante humanist word ik via de media weggezet als iemand die niet kan kiezen. Afgezien van rabiate fundamentalisten, die dacht ik, alleen nog voorkomen onder Mohammedanen zie ik ook glibberige fundamentalisten de microfoon grijpen. Tolerantie mag niet meer, de mens moet leven volgens richtlijnen van groeperingen die zich redders noemen. Redders van het geloof, van het land, van Europa of de wereld, van normen en waarden, van inkomen en pensioen, van bijna uitgestorven dieren en ideeën.
Leven en laten leven zei mijn moeder altijd. Zij was hervormd opgevoed en trouwde tegen de zin van de familie met een Katholieke jongen. Twee geloven op een kussen, de duivel er tussen. Ja, dat zei men toen maar meende het niet echt. Nu meent iedereen alles wel echt. Met als gevolg toenemende spanningen en veel negatief nieuws. Er wordt zelfs een “hulplijn” opengesteld (September) voor professionals die de spanningen niet meer aankunnen en aan de toenemende polarisatie dreigen te bezwijken. Wie dit zijn? Men noemt onderwijzers en jeugdwerkers, maar wat dacht je van ambulancepersoneel, brandweermannen, politieagenten, ziekenzorgers en parkeerwachten. Een mens kan tegenwoordig niet veel goed meer doen, in de ogen van een ander. En als gedrag naar autoriteit dreigt te zwemen wordt harde actie ingezet.
De media helpen natuurlijk mee en dan duid ik niet alleen op het getwitter van Trump. NRC twittert ook, wat vind je hiervan: “Ultralinks rukt op naar het Noorden”. Dit is klare oorlogstaal. Het hele stuk zit ook vol dreiging. “Communisten en ultralinksen vinden elkaar in hun strijd tegen globalisering.” In het Europarlement zit een groep ‘Verenigd Links’ met het portret van Ché Guevara aan de muur en een poster met hamer en sikkel. Hier wordt weer strijdlustig gesproken over proletariërs en kameraden.
Aan de andere kant was er onlangs een ‘gezinstop’ in Budapest. Gezamenlijke religieuzen maken zich sterk voor de ouderwetse hoeksteen der beschaving: het gezin. Het is bijna niet te geloven, maar gelovigen die elkaar vroeger niet lustten en bij voorkeur elkander de hersens insloegen, die zoeken elkaar nu op om een gezamenlijk blok te vormen tegen voortschrijdende Westerse Decadentie. Hé denk ik dan als ik dat lees, mogen de Islamisten daar ook aan meedoen? Het is tenslotte ook hun onderwerp. Maar nee, die geloven in een andere God. Het zijn Amerikaanse evangelisten die verbroedering zoeken met Oost Europese conservatieven en zelfs met Russische orthodoxen. De World Congres of Families, een Amerikaanse organisatie, omarmt engerds zoals de Russische antihomorechten activist Vasadse en de Russische priester Dmitri Smirnov (nee niet van de wodka hoewel zijn uitspraken daar wel naar ruiken) die ooit serieus zei dat vrouwen die abortus plegen ergere moordenaars zijn dan Himmler en Goebbels.
Wat mij angst inboezemt is dat kokerdenkers steeds meer de podia bezetten met hun geraaskal en gevaarlijk polariserende teksten. Een voormalige Fox News producer hielp de Russische tv-zender Tsargrad opzetten, een ultrarechts medium waarop regelmatig homohaat gepropageerd wordt. De uitersten vinden elkaar in hun strijd om ons allen in het keurslijf van ‘Gezin’ te dwingen, als vruchtbare keuze om de wereld te redden. En omdat de mens geneigd is zich te voegen naar de meerderheid – veilig in de groep – is het begrijpelijk dat er samenwerking wordt gezocht; een wereld van ultralinksen en ultrarechtsen, een wereld van strijd dus.
Merkwaardig dat er ineens in Frankrijk, een land van eeuwenlang links versus rechts, een man wordt geparachuteerd die de middenweg propageert, niet links, niet rechts, maar rechtdoor En Marche.
Wat nu?

It’s about time women rise up.

Anyone who knows me, also knows that I find women special. Not so much as a mother, or darling or pleasure for the eye, but as a phenomenon. I think women can save the world. So it’s about time that women rigorously shake off any kind of suppression and take the lead. Please note, I’m not talking of a manly version, neither of the surrogate men in pants and jacket, but the ones with full display of their intrinsic female qualities. Do I need to explain further?
Of course much has been achieved compared to the middle ages or ancient times. But on the other hand women’s student associations (in the Netherlands) have just merged with male fraternity in the late seventies. And my mother in law had to pray while she was washing her little lower abdomen. However unpleasant to admit, in the history of human kind women have been and still are the victims.
Let your women keep silence in the churches: for it is not permitted unto them to speak; but they are commanded to be under obedience as also saith the law. And if they will learn any thing, let them ask their husbands at home: for it is a shame for women to speak in the church.
For the sake of discussion I recite from the bible. But there are other holy books that are suppressing women even more so. Not to mention homosexuality by the way, because that is a crime punished with death in more than ten Islamic countries. Women are better off I grant, most of the time in most of the countries. But there are websites like ‘waaromislam’ that give me the shivers.
Enough about this, what I want to say is that since the beginning of mankind the man is the boss and that this is justified by creating Gods who are also men and consequently are also the Boss. With exception perhaps of the Goddess of the Sun ‘Amaterasu’, but her descendants became divine Japanese emperors, so again men took the lead.
The first human being was Adam, a man. Or from another vision it was Gayonard, also a man. According to the gospel of Zarathustra (Zoroatrism, now mainly the religion of the Parsi’s in India) Ahura Mada, god of the good, created the world and all creatures. His sixth task was to create Gayomard, but after this Ahriman the god of evil (devil) gave mankind illness and limited life.
So everything started with one man.
We know that Adam was modeled from terrestrial dust and that Eve – later while he was asleep – was modeled from his rib. This concept of course makes women from the start submissive to men. In the three important religions, Christianity, Islam and Judaism, this story of creation is the same. Later, when women were starting to ask attention, things became complicated. This already began with JWHW who had two wives Ohola and Oholiba. And with Eve of course, causing our fall from paradise, making women to blame for all earthly misery. The only reason a woman was looked upon with respect, was because she gave birth to progeny. Remember Sara, who at old age and with the help of God had to bring Isaac (Jitschak, Ishaq) into the world to ensure the survival of the people. Not forgetting mother Mary who, without sex, carried a child, a boy of course.
The most emancipated woman in the old times was probably Kadija. She was a rich and well educated woman from a high family, with her own trading company. She married Mohammad when she was 40 and he 25. She looked after him like a mother, especially because he was a seeker and often withdrew in a cave, where eventually he got a vision and became the messenger of God. Kadija was his first convert and she spoke the memorable words: ‘there is no other God than Allah and Mohammad is his prophet’.
All prophets are men. Men with men around, Jezus with his disciples, Mohammad with his friends, Elia with the sons of prophets, the pope with the cardinals, in short, preachers, priests, pastors, pilgrims, prophets, for women pain starts with the p of Papa, a word by the way that is more than 50.000 years old according to French language researchers.
And what about Mama? I will come back to this.
While all this sort of thoughts ghosts through my head during sleepless nights, I read that the Salafists are expending and that students are trained at the university of Medina to become a fundamentalist imam. University. Herein lies the concept of universal as well as universe. Makes one think of space, with visions of commonality, openness, but in Medina the university teaches narrowing and short-sightedness. Here imams get a free training to preach the only true religion all over the world – if necessary with violence – sponsored by Saudie Arabia. Back to zero is their motto. Teachers, like professor Abdullah al-Adani find that women should not whine while they are beaten and when their husband has multiple wives they should not whine either, because God has allowed polygamy (up till 4 wives). Teacher Abdurahman Muhiddin says that the place of a woman is at home and that she may only go out if strictly necessary and in that case shameful behavior is prescribed.
Here you are madam, don’t think now that religion is the only offender. Maybe it’s the instigator. Because in all religions men are playing the main part. Dominance by men is a global issue. In movies and especially now in games violence and intimidation are presented as acceptable behavior. In many cultures the woman is looked upon as an inferior being. Hinduism for instance prescribes how the woman should lie at the feet of her man. Our feminist wave of the seventies has been broken by a glass ceiling. The actual situation is that little girls in public swimming pools get the advice to dress decently.
Old civilizations often have a Mother Goddess. Like Ishtar in Mesopotamia, Bastet in Egypt or our own Germanic Freya. And if we go further backwards one could say that the important rotation took place when man settled as a farmer. The mythology of the Mesolithicum , more that 10000 years A.D., tells us Mama (Mami, Mamu) is the creator of all that exists. Mother was the boss. The Goddess Movement believes that mankind originally was living in a peaceful matriarchate, with a Mother Goddess. Only during the bronze age this was displaced by an androcentric culture with a male God. Androcentrism means the male is the norm, the female being deviant and subordinate. It’s the archetype of sexism. Interesting to find a parallel in Buddhism. Here also one finds this rotation, or call it revolution, the battle between knowing and feeling, between head and heart as the seat of Wisdom. War and imperialism don’t go together with a peaceful matriarchate. This is how Buddhism became male too, although Tara – who is the mother of all Buddha’s – keeps giving hope. Her name means ‘she who liberates’. Because it is necessary, for complete equality and equilibrium, for saving our world, to have both the female and the male, I call women to stand up. Not like Margaret Thatcher who made war and was prepared to sacrifice her son, nor like Hillary or Theresa or Marine, but like Tara, she who in all cultures wants to help women considered inferior, to show men that femininity is not inferior but that on the contrary feminine energy is leading to Enlightenment.

Criminal Minds

Mijn echtgenote die beeldend kunstenaar is, houdt van crimi’s. Bij voorkeur Witse of Frost. Maar deze keer kijken we bij gebrek aan beter naar ‘Criminal Minds’. Dat wil zeggen; zij kijkt wel maar leeft ondertussen half in haar eigen beeldende wereld.
Het programma wordt onderbroken door reclame voor een chocolade reep die kennelijk – weinig opvoedkundig – voor kinderen wordt gemaakt. Een heldere opgewekte vrouwenstem zegt: “dit programma wordt u aangeboden door Kinder Bueno”. Naast mij veert mijn echtgenote geschokt overeind.
“Wat?! Kinderporno??”

Het wordt tijd dat vrouwen opstaan.

Wie mij kent weet dat ik de vrouw bijzonder vind. Niet zozeer als moederfiguur of geliefde of lust voor ’t oog, nee als fenomeen. Ik denk dat de vrouw de wereld kan redden. Het wordt dus hoog tijd dat vrouwen elke vorm van onderdrukking rigoureus van zich afschudden en de leiding in handen nemen. Let wel, en dan niet op de mannelijke manier, dus niet als surrogaatman in een broekpak, maar met de volle ontplooiing van intrinsieke vrouwelijke eigenschappen. Dit hoef ik niet verder uit te leggen, nietwaar?
Natuurlijk is er al veel bereikt vergeleken met de middeleeuwen of nog eerder. Maar aan de andere kant zijn vrouwen-studentenverenigingen pas samengegaan met de mannelijke corpora in de jaren zeventig van de vorige eeuw. En moest mijn schoonmoeder nog bidden terwijl zij bij de nonnen, gekleed in haar hemdje, haar onderbuikje waste. Hoe ongaarne je het ook toegeeft, in de geschiedenis van de mensheid zijn de vrouwen de pineut.
“Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. Het is hun immers niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen leren, laten zij dat dan thuis aan hun eigen man vragen. Het is immers schandelijk voor vrouwen om in de gemeente te spreken.”
Ik haal voor de discussie maar even een stukje uit de bijbel aan. Maar er zijn heilige boeken die nog explicieter de vrouw de grond in boren. Wie echt wil schrikken verwijs ik naar de website ‘waaromislam.nl’. Daar is bijvoorbeeld een vrouw te zien (niét te zien dat zij vrouw is) die in een video uitlegt hoe mooi het is om moslima te zijn. Genoeg hierover, waar ik naar toe wil is dat sinds mensenheugenis de man de baas is en dat dit geautoriseerd wordt door Goden te creëren die ook man en dus de baas zijn. Met uitzondering wellicht van de zonnegodin Amaterasu, maar haar nakomelingen waren de goddelijke Japanse keizers, dus toch weer mannen aan de leiding.
De eerste mens op aarde was Adam, een man dus. Of vanuit een andere visie: Gayomard. Volgens de leer van Zarathustra (Zoroastrisme, nu voornamelijk de godsdienst van de Parsi’s in India) schiep Ahura Mazda, de god van het goede, de wereld en alle wezens. Als zesde taak schiep hij Gayomard. Daarna gaf Ahriman, de god van het kwade (ofwel de duivel) de mens ziekte en een beperkt bestaan.
Alles begon dus met één man. Wij weten dat Adam geboetseerd werd uit aards stof en dat later Eva – terwijl hij sliep – geboetseerd werd uit zijn rib. Dat maakt natuurlijk de vrouw meteen al onderdanig aan de man. In de drie belangrijke godsdiensten, Christendom, Islam en Jodendom, is dit beginverhaal hetzelfde. Later als vrouwen een rol gaan spelen wordt het gecompliceerd. Begint al bij JHWH die twee vrouwen had, Ohola en Oholiba. En met Eva natuurlijk die voor de zondeval zorgde, uit het paradijs. Alle aardse ellende de schuld van de vrouw. Als een vrouw belangrijk werd geacht, was het omdat zij nageslacht baarde. Denk aan Sara, die op oude leeftijd nog met behulp van God Isaak (Jitschak, Ishaq) ter wereld moest brengen om het voortbestaan van hun volk te waarborgen. En dan moeder Maria natuurlijk, die zonder seks een kind ter wereld bracht, een jongen natuurlijk. De meest geëmancipeerde vrouw in de oudheid was wellicht Kadija. Zij was een rijke goed opgeleide vrouw van hoogstaande familie, met een eigen handelsonderneming. Op haar veertigste trouwde zij met Mohammed die toen 25 was. Zij zorgde voor hem als een moeder, met name omdat hij zoekende was en zich vaak terugtrok in een grot, waar hij uiteindelijk het visioen kreeg en de boodschapper werd van God. Kadija was zijn eerste bekeerling en zij sprak de gedenkwaardige woorden: ‘er is geen andere God dan Allah en Mohammed is zijn profeet’.
Alle profeten zijn mannen. Met mannen er omheen, Jezus met zijn discipelen, Mohammed met zijn volgelingen, Elia met zijn profetenzonen, de paus met zijn kardinalen, kortom, predikers, priesters, pastoors, paters en profeten, voor vrouwen begint veel pijn met de p van Papa, een woord overigens dat volgens Franse onderzoekers meer dan 50.000 jaar oud is. En Mama dan? Daar kom ik zo op terug.
Terwijl al dit soort gedachten en meer door mijn hoofd spoken tijdens slapeloze nachten, lees ik dat de Salafisten oprukken en dat er studenten worden opgeleid op de universiteit van Medina om fundamentalistisch Imam te worden. Universiteit. Hierin zit het begrip universeel, alsook universum. Dan zie je ruimte, gemeenschappelijkheid, breedheid, maar in Medina leert de Universiteit engte en benauwing. Hier worden Imams geheel gratis opgeleid om overal ter wereld het enig ware geloof te prediken – desnoods met geweld – gesponsord door Saoudie Arabië. Terug naar de 7e eeuw is hun devies. Docenten, zoals professor Abdullah al-Adani vinden dat vrouwen niet moeten zeuren als ze geslagen worden en als hun man meerdere vrouwen heeft moeten ze ook niet zeuren, want God heeft polygamie voor de man toegestaan (tot 4 vrouwen). Docent Abdurahman Muhiddin zegt dat de plek van de vrouw thuis is en dat zij alleen naar buiten mag als het strikt noodzakelijk is en dat zij zich dan ‘schaamtevol’ dient te gedragen.
Aljeblieft mevrouw denk nu niet dat religie de enige boosdoener is. Misschien wel de aanstichter. Omdat mannen in alle religies de hoofdrol spelen. Dominantie door mannen overal ter wereld. In films en games worden mannelijk geweld en intimidatie voorgesteld als aanvaardbaar gedrag. In veel culturen worden vrouwen gezien als minderwaardige wezens. In hindoefamilies bijvoorbeeld ligt de vrouw aan de voeten van haar man. Onze feministische golf van de jaren zeventig is gebroken door een glazen plafond. De actuele situatie is dat meisjes in het zwembad het advies krijgen om zich degelijk te kleden.
Oude beschavingen kennen vaak de Moedergodin. Zoals Ishtar in Mesopotamië, Bastet in Egypte of onze eigen Germaanse Freya. En als we nog verder teruggaan, zou je kunnen zeggen dat er een belangrijke omwenteling plaats vond toen de mens zich vestigde als boer. In de mythologie van het Mesolithicum, ruim 10.000 jaar voor Christus is Mama (Mami, Mamu) de Schepster van al wat bestaat. Mama was de baas. De Goddess Movement gelooft dat de mensheid oorspronkelijk leefde in een vredelievend matriarchaat met een Moedergodin. Pas in de bronstijd werd dit verdrongen door een androcentrische cultuur met een mannelijke god. Bij androcentrisme is het mannelijke de norm en het vrouwelijke hiervan afwijkend en ondergeschikt. Het is de oervorm van seksisme. Interessant om een parallel te vinden in het boedhisme. Ook daar zie je in de oudheid die omwenteling. Noem het de strijd tussen weten en voelen, tussen hoofd en hart als zetel van Wijsheid. Strijd en expansiedrang passen niet bij een vredelievend matriarchaat. Zo werd ook boedhisme mannelijk, hoewel Tara, de moeder van alle boedha’s, hoop blijft geven. Haar naam betekent “zij die bevrijdt”.
Omdat voor volledige gelijkheid en evenwichtigheid, voor het redden van onze wereld zowel het vrouwelijke als het mannelijke nodig is, roep ik de vrouw op om op te staan. Niet zoals Margareth Thatcher die oorlog maakte en bereid was haar eigen zoon te offeren, ook niet als Hillary of Theresa of Marine, maar als Tara, zij die in alle culturen de vrouwen die als minderwaardig worden beschouwd wil helpen om mannen te tonen dat vrouwelijkheid niet minderwaardig is, maar dat integendeel vrouwelijke energie tot Verlichting leidt.

Sommige Portugezen worden nooit rijk.

Eurogroep voorzitter Jeroen Dijsselbloem zei terecht, in de Frankfurter Algemeine, dat je niet al je geld aan drank en vrouwen kunt uitgeven om daarna om bijstand te vragen. Minister President António Costa van Portugal werd boos en eiste zijn aftreden. Hij noemt Dijsselbloem racist, xenophoob en seksist. Het schijnt een trend te worden dat regeringsleiders dit soort termen bezigen om tegenstanders te diskwalificeren. Ben bang dat de socialist Costa, die niet alleen Premier is, maar tevens Secretaris Generaal van de Partido Socialista, uit zijn slof schoot vanwege akkefietjes met partijgenoot José Sócrates, voormalig MP en SG van deze partij.
Sócrates zit in voorlopige hechtenis vanwege corruptie, witwassen en belastingfraude. Ik wil hier niet te diep op ingaan – dit is geen politieke column – maar Sócrates leek in zijn gedrag erg op de nieuwe rijken die uitbundig laten zien hoeveel geld ze te besteden hebben. Zijn royalistische levensstijl wekte argwaan op. Hij had bijvoorbeeld een flat in Parijs van 3 miljoen en schoof 20 miljoen naar zijn UBSrekening in Zwitserland. Zelfs de horlogemaker die zojuis gratis mijn horlogebandje repareerde, zag wel dat deze Premiersocialist dit niet allemaal kon doen van zijn salaris.
Hoe reageren de gewone Portugezen op de stortvloed van corruptie-schandalen die over hen wordt uitgestort? Ze kijken je aan en verwijzen naar onze lieve Heer. Inwendig zie je hen machteloos vloeken. Soms verwijzen ze naar bandidos. Uit protest rijden ze niet over de tolweg A22 die de Spaanse grens verbindt met wat vroeger het einde van de wereld was: Cabo São Vicente. Hier had Hendrik de Zeevaarder ofwel Dom Henrique o Navegador (1394  1460) zijn zeevaartschool om ervoor te zorgen dat Portugezen de wereld ontdekten. Dom Henrique wordt gezien als de Koning die Portugal op de wereldkaart heeft gezet. Zoals ik in een eerdere column schreef zijn de Portugezen een ‘poëtisch volk’, met veel dichters, waaronder Fernando Pessoa als beroemdste. Hij schreef het heldendicht “O Infante” (‘God wil dat de mens dromen heeft, zo wordt een taak geboren, om van de aarde een geheel te maken, zonder scheiding door de zeeën, jij hebt overwonnen, ontdekking uit het schuim’) prachtig gezongen door de beroemde Dulce Pontes (https://youtu.be/V5hg13UxI7c).
De tolweg A22, vernoemd naar Dom Henrique (Via do Infante), werd aangelegd met Europees geld en de belofte van de overheid dat het geen tolweg zou worden. Daarom rijden de Portugezen nog altijd over de oude versleten N125, ofwel de ‘dodenweg’, die parallel langs de kust loopt.
Portugezen, het is een apart volk. Ze zijn beleefd en lijken vaak voegzaam, maar in stilte zijn ze verdomde eigenzinnig en bovendien inventief. Komt er subsidie (Europa) beschikbaar op land- en tuinbouw? Ineens zie overal nieuwe plantages en enorme plastic kassen voor aardbeien en frambozen. Wie een lapje grond heeft, start een tuinderij. Ik lees dat het probleem van het wat afwijkende Portugese karakter schuilt in beperkte historische kennis (schijnt ook de Grieken parten te spelen). Op school wordt nog veel onderwezen over de tijd van Dom Henrique. Portugezen hebben de wereld ontdekt en veroverd. Zij waren de Meesters, de Heersers. Als je dit op school leert, is het natuurlijk moeilijk te verkroppen dat je onderaan Europa bungelt. Vandaar natuurlijk ook de beledigde uitval van António Costa. En de woedende mediatirades van de hooggeëerde Socialist en regeringsleider José Soares (een paar keer premier en president) om de hechtenis van zijn vriend Sócrates die hij vaak bezocht, in de gevangenis.
Soares was een van de oprichters van de Partido Socialista in 1973, in het Duitse Bad Münstereifel. Hij overleed in januari 2017.
Sommige Portugezen worden nooit rijk, schrijf ik boven dit stukje. Dat slaat op de gewone Portugezen waarmee ik dagelijks te maken heb. Mijn achterlicht doet het niet, ik rijd naar een garage, nieuw lampje erin, wat kost het? Nee nee, geen geld. De eerder genoemde horlogemaker, tevens opticien, zit in een armoedig straatje in ons dorp. Heeft twee winkels waarin ik zelden klanten zie. Er was zo’n ringbandje van mijn horlogeband gebroken. Erg onhandig. Geen enkele normale horlogerie verkoopt jou zo’n ringetje van leer, nee er moet een nieuw bandje komen meneer. Toch ging ik even bij Hasdrubal* langs. Zijn vrouw die de winkels bestiert zag het niet zitten, maar net toen ik weg wilde gaan verscheen de baas zelf vanuit zijn werkplaats. ‘Wacht even! Geef mij je horloge’. Uit een doos viste hij een bruin leren ringetje in de juiste kleur en onder zijn werklamp zag ik hem priegelen. Alsjeblieft, pronto. Mijn bandje weer bruikbaar. Ondertussen had ik stiekem een euro gereed gehouden die ik nu toonde. Sjonge wat was hij beledigd. Nee nee, geen sprake van, dit was service! Oh stamel ik: ‘desculpe, obrigado’. Sorry, bedankt. Was hij aardig? Niet echt, hij was eerder hovaardig zou je kunnen zeggen. Portugezen zijn vaak beledigd als je hen voor een hulpvaardig wissewasje geld aanbiedt. Dit geldt overigens niet in de ghetto’s waar de rijke pensionado’s huizen zoals Quinta do Lago of de jachthaven van Vilamoura. Nabij Quinta shopping, waar een espressootje 2,50 kost inplaats van de normale 60 cent, zie je op het asfalt de grootste terreinwagens. En zeker de duurste. Langs de havenkade in Vilamoura (vertaald: Morendorp) staan bij de restaurants Porsches en Hummers. Die restaurateurs wonen misschien in een schuur, maar tonen graag welvaart. De grootste is natuurlijk Luis Figo (Lodewijk Vijg) met zijn sportcafé annex discobar “7”, maar hij heeft zijn geld niet verdiend met de bierverkoop, maar met voetballen, op rechts, in Spanje.
De nieuwe rijken in hun grote auto’s herleven wellicht de grootheid die hen op school tijdens de geschiedenislessen is voorgehouden. De echte rijken, die van geest en zelfrespect, rijden in kleine auto’s en eten in restaurants waar de prima lunch 7 euro kost. Heerlijke mensen en volledig betrouwbaar.
*Hasdrubal was de jongere broer van Hannibal, ook een populaire naam hier.

Persoonlijkheidsmarketing

Lang geleden in de jaren zeventig van de vorige eeuw maakte ik reclame voor Saab. Het was een klein eigenwijs merk waarvan je de fans voornamelijk vond onder abonnees van Arts en Auto, de Hoefslag en het Notariaat Magazine. Dit veranderde met de komst van de Turbo, de overwinningen van Zweedse rally held Stig Blomquist en onze reclame die we messcherp afstemden op de (potentiële) fans. Wie waren dit en hoe hen te bereiken.
Wij hadden een onderzoek-model ontwikkeld om ‘persoonlijkheden van merken’ in menselijk-emotionele termen te omschrijven. Meneer Saab bleek een eigenwijze intellectuele individualist, een man (nee zeker geen vrouw) met een vrij beroep en tegendraadse meningen. We maakten dus intellectuele tegendraadse autoreclame, bijvoorbeeld een kop: “100 tot 0 in 6 seconden” waar andere merken pochten over hun 0 tot 100 prestaties. Saab werd in Nederland procentueel groter dan in welk ander land. Het was het merk waarmee je kon laten zien dat je conventies aan je banden lapte, bijvoorbeeld geliefd bij D66 stemmers(van Mierlo en geen Pechtold).
Zo kom ik bij politiek, fans en verkiezingen. Wij definieerden doelgroepen naar profielen van “fans”, mensen die tot tandenknarsen toe verknocht zijn aan hun “helden”. Denken we meestal aan popartiesten of voetbaclubs of Youp van t Hek, maar ook ‘merken’ zijn helden. En niet te vergeten politici! Met ons ‘persoonlijkheidsonderzoek’(*) konden we Fans van merken als Saab, de Hema, Autogas of Centraal Beheer behoorlijk profileren. Je zag ze voor je. Probleem was om ze gericht te bereiken.
Nu veertig jaar later is dit probleem opgelost door social media als Facebook (o.a.). We hebben nu Big Data. We hoeven geen mensen meer op te bellen, om via een vragenlijst met projectietechnieken de emoties te achterhalen achter hun keuzes. Iedereen laat nu voldoende digitale sporen na van zijn/haar gedrag, via social media, mobiele telefoon, via Googelen en liken.
Persoonlijkheidsonderzoek werd populair in de jaren tachtig, zowel wetenschappelijk als commercieel. Psychologen ontwikkelden het OCEAN model: Openness, Conscientiousness, Extraversion, Agreeableness, Neurotism. Dit is het standaardmodel geworden in de psychometrie. Probleem was (en bleef heel lang) dat het een ingewikkeld kwalitatief onderzoek vergde om mensen op basis van deze vijf kenmerken te identificeren. Wij werkten met gedragsvragen die je nu via Facebook kunt beantwoorden, bijvoorbeeld wat vind je leuker schaken of bergbeklimmen, hou je van dieren en zoja welke (aaibaarheid, agressiviteit, angst), hou je van Lady Gaga of van Willeke Alberti? Ook als je geen psychologie hebt gesturdeerd snap je waar dit heen gaat. Allemaal heel leuk en spannend totdat je de enge kanten ervan begint in te zien. Het lijkt namelijk een spelletje. Kijk maar op discovermyprofile.com van de Cambridge University (ja heel betrouwbaar). “ Choose a test or category to begin discovering your psychological profile..” Met deze aanmoediging haalt de afdeling psychometrie van deze oude universiteit via Facebook een vracht gegevens binnen. Honderdduizenden argelozen voeren de tests uit, in de vorm van een online quizz, een spelletje.
Nu kom ik bij Michael Kosinsky.
Kosinsky werkte samen met David Stillwell bij het Psychometrie Centrum van Cambridge University. Stillwell had in 2008 de MyPersonality-app bedacht en samen bouwden ze hiermee een enorme dataset op, die ze combineerden met andere data die online via social media over mensen verkrijgbaar is. Ook de mobiele telefoon biedt een actuele bron van informatie. Big Data. Op zich een hutspot aan gegevens, maar we hebben nu algoritmen om de weg te vinden in datastructuren. Door massa’s datapuntjes te linken kunnen we behoorlijk nauwkeurige voorspellingen doen over menselijke gedragingen. Kosinsky zei dat hij met 300 Facebook likes meer aan de weet kon komen over iemand dan diens (bed)partner ooit zou weten. Het beangstigende begint al in zicht te komen. Geen wonder dat hij – de naieve wetenschapper?- gebeld werd door een zekere Aleksandr Kogan van Strategic Communication Laboratories, die graag – tegen ruime betaling – toegang wilde tot de MyPersonality database. Wie of wat was Strategic Communication Laboratories?
“The leading supplier of Information Operations, Strategic Communication and Public Diplomacy services to governments and military clients worldwide.”
En verder: “A strategic communication centre puts influence, control and power back into the hands of the government and military. It is an essential component for Homeland Security, Conflict Reduction, International Public Diplomacy and un-mediated Government communications. Over the last 15 years the military use of Psyop has saved thousands of lives on both sides of military conflicts. In the future, conflicts may well be resolved on the global media stage, so that direct action becomes an unnecessary tactic.”

SLC is een conglomeraat van bedrijven die betrokken zijn of waren bij verkiezingen in allerlei landen van Oekraïne tot Thailand en Nigeria. En in 2013 ontstond een bedrijf dat zich specifiek richtte op beïnvloeding van de Amerikaanse verkiezingen: Cambridge Analytica.
Kosinsky vertrouwde dit niet, sprak erover binnen de Universiteit. Hadden ze zijn model nagemaakt, gestolen, buiten hem om verkocht? Ruzie dus met gevolg dat hij vertrok en verhuisde naar Stanford in Amerika. Volgens mijn informatie verdween Aleksandr Kogan naar Singapore waar hij nu Dr Spectre heet (Special Executive for Counter-intelligence, Terrorism, Revenge and Extortion).

In 2015 blijkt dat Cambridge Analytica werkt voor Leave.EU van Nigel Farage. Het bedrijf onderzoekt persoonlijkheidskenmerken van Britten die uit de EU willen, zodat er in de politieke campagne met ‘micro targeting’ kan worden gewerkt. Het model dat Kosinsky in zijn wetenschappelijke enthousiasme heeft ontwikkeld kan nu politiek worden gebruikt als mensen-zoekmachine. Wie zijn de (potentiële) Brexit fans, hoe selecteren we die om te winnen. Terwijl ‘gewone’ kwantitatieve onderzoeken vertellen dat het met de Brexit zo’n vaart niet loopt, wordt er onder de radar op een ongelofelijk slimme en manipulerende manier stemmen geronseld.
Het begint op een thriller te lijken: in september 2016, vlak voor de Amerikaanse verkiezingen, betreedt Alexander Nix, CEO van Cambridge Analytica, het podium tijdens een Economisch Forum voor internationale beleidsmakers. Hij vertelt dat zijn bedrijf al anderhalf jaar werkt voor de Republikeinen, voor Trump. Hij veegt de vloer aan met het klassieke denken in doelgroepen, zoals alle vrouwen, of alle etnische Amerikanen. Hij beweert dat Cambridge Analytica de persoonlijkheid van elke volwassen Amerikaan heeft geprofileerd. Geen demografie, maar psychometrie, gewoon alle beschikbare informatie verzamelen over het gedrag van mensen (in Amerika zijn deze data vrij eenvoudig te koop) en deze Big Data verwerken volgens het OCEAN model. Hij is er erg open over. Erg zelfverzekerd ook. Vrijwel elke boodschap die Trump twittert, is gedreven door Big Data – zegt Nix. Trump schijnt een digibeet te zijn, maar met behulp van een smartphone werd hij president.

Het enge van dit verhaal is dat mensen kunnen worden opgezocht en geselecteerd via de digitale sporen die ze –ook onbewust- overal achterlaten. Met deze Big Data kan de persoonlijkheid worden achterhaald: wie staat open voor verandering en vernieuwing, wie is dogmatisch, wie is angstig, onzeker, wie is zwijgend boos, wie is jaloers, wie haat autoriteit of wil juist een strenge leider. In deze digitale wereld is gepraat over algemene Normen en Waarden nutteloos, want iedere persoonlijkheid blijkt er eigen normen en waarden op na te houden. Daar kunnen we nu achterkomen. Foldertjes uitdelen, debatteren op televisie, het is allemaal aardig, maar wéten wie je (potentiële) fans zijn en die met een psychologisch scherp geslepen boodschap één-op-één te pakken nemen, dat is minder aardig maar heel erg effectief.
Om terug te komen op Saab: het bleek dat een voorliefde voor bepaalde oer-Amerikaanse automerken al een goede indicator was voor potentiële Trump-stemmers.

(*) Persoonlijkheidsonderzoek ontwikkeld samen met psycholoog en partner John Coffeng. Veel informatie voor dit verhaal verkregen via Motherboard/Vice.com.

Vrije tijd

Iedereen heeft het druk tegenwoordig. Vraag je hoe gaat het? Drukdruk. Dat schijnt te moeten. Als je het niet druk hebt ben je een sukkel. Is dit een nieuw fenomeen? Ik herinner me dat Toon Hermans een lied zong over moeheid: ‘pa is moe, moe is moe..’ enfin, iedereen was moe. ‘We leven in het tijdperk van vrouw Holle ‘ – concludeerde hij.
Toen dus ook al. Toon zou opkijken als hij het hedendaagse mobiele telefoonleven zag. Volwassen mensen op zoek naar een niet bestaand Pokemonpoppetje, daarover hoef je geen grap meer te maken, dat is al om te lachen.
We hebben het druk, ja, maar vooral ook met de vrijetijdsbesteding. Vrije tijd: ooit is er voor gestreden. En hiermee groeide een nieuwe industrie: de vrijetijdsindustrie. Pretparken, recreatieve supermarkten, coffieshops. Inmiddels is er gelukkig ook Facebook en Twitter voor de vrijetijdsbesteding. Kun je met je laptop of je telefoon lekker bezig zijn, zeggen wat je ervan vindt, dingetjes delen, je vrienden feliciteren en een goed gevoel over jezelf krijgen. Vertel de wereld wat je eet, hoe je slaapt en wat je leuk vindt. Er komt soms ellende uit voort. Jonge meiden geven zich bloot, want Patricia Paay doet het ook. Goh wat interessant allemaal en wat heb ik veel vrienden. En sinds Trump de twitterkoning is geworden gaan de beurskoersen van dit wat kwakkelende communicatiebedrijf weer omhoog.
Om terug te komen op Toon: bekijk op Youtube een stukje van zijn show waarvoor vroeger de zaal plat ging en je ziet hoe de wereld is veranderd. Het moet allemaal heftiger, sneller en harder. Omdat vrije tijd besteed moet worden, hebben we het drukker dan ooit. Als ik bijvoorbeeld zie wat kinderen allemaal moeten, afgezien van de schoolgang. Een doodvermoeiend vrijetijdsprogramma, waarin uiteraard de ouders worden meegesleurd. En gepensioneerden gaan niet rustig dood achter de geraniums zoals vroeger, maar beginnen een nieuw leven, soms met iemand die veertig jaar jonger is. Het verrast me elke keer weer als ik in Portugal, waar ik vaak ben, mensen mijmerend op een plastic stoel zie zitten terwijl het onkruid aan hun voeten groeit. Ze hebben tijd om naar de groei te kijken. Tijd om koffie te drinken op onooglijke terrasjes, tijd om zomaar wat te zitten in de zon.
Zomaar zitten in de zon
Een parasol boven je bol
Je zou wensen dat ’t altijd kon
Zomaar zitten voor de lol
(Nee, niet van Toon).
Ogenschijnlijk hebben mensen in Portugal meer tijd. Voor zichzelf en voor elkaar. In de winkel moet je vaak wachten totdat je eindelijk aan de beurt bent, niet omdat het druk is, maar omdat de voorgaande klant er een gezellig dagje van maakt. Heb je – als voorbeeld – zelf een bijzonder schroefje nodig, dan is de helper in de ‘drogaria’ (uitgebreide ijzerwarenwinkel waar je ook prima wijn kunt kopen) een kwartiertje bereid om alle bakjes en doosjes om te keren in de stoffigste hoekjes van het magazijn. Kosten schroefje 20 cent.
Tijd is hier nog niet zo heftig gekoppeld aan geld. Aan de andere kant is er de heilige vrije tijd, afgezien van de kerkgang. Kom niet aan de lunchtijd. Bij de eenvoudige restaurants langs provinciale wegen staan rond één uur de auto’s rijen dik geparkeerd, veel bestel- en vrachtwagentjes, weinig dure hybrides. De lunch is het toppunt van vrije tijd. Kosten rond 7 euro, inclusief de wijn die eigenlijk niet mag want er is zero tolerance. Na de lunch zie je op de rotondes dan ook veel strenge politiemannen op de been.
In de paleisachtige shopping malls (met teveel failliete winkels) zitten honderden mensen ’s middags te lunchen. Elke zichzelf respecterende fastfoodketen is aanwezig, plus tientallen lokale uitgifte-restaurantjes, zoals een soepzaak of een gezondheidskeuken of een fruitdrankjes specialist. Israëlisch, Turks, Grieks, Italiaans, noem maar een land en de keuken is aanwezig. Doordeweek is het druk, ’s zondags is er geen stoel meer te krijgen. De hele familie gaat lunchen op Zondag, vaak de hele middag. En neem gerust je baby mee, want tussen de restaurants is een podium voor gratis Baby Care.

Elke plaats heeft tenminste één shopping mall, met palmen en tuintjes en watervallen en al die restaurantjes. Je kunt er natuurlijk ook shoppen, erg voordelig, want er is altijd uitverkoop en de bekende merken zijn hier sowieso goedkoper dan elders in Europa (op de prijskaart van bijvoorbeeld Zara staan de prijzen per land vermeld, weliswaar achter een sticker, maar die kun je eraf pulken. De prijsverschillen zijn vaak schokkend groot).
In de shopping malls werken veel jonge mensen. Hun minimumloon is door de nieuwe linkse regering met 5% verhoogd tot bijna 650 euro in de maand (altijd nog minder dan in Griekenland). Voor dat geld spreken de meesten nog Engels ook. Vrije tijd? Hebben ze weinig want in Portugal moet je minstens twee banen hebben om te (over)leven.
Als je vraagt hoe het gaat… Drukdrukdruk.

BabyCare in elke shopping mall.