Zomerdagen

Op zomerdagen zie ik
Steeds meer oude mannen
In korte broeken
Alsof hun schooltijd is begonnen.
Zij lopen stram achter winkelwagens
Zoals eens achter hun nageslacht
Dat nu ver weg aan de toekomst werkt
Moe toont haar klantenkaart
En telt bezorgd haar pensioen
Terwijl de caissière naar een vlieg staart
Die vrij in en uit vliegt.

Mijn spel

Ik ben te oud om nieuw te zijn
O ja ik kan het nieuwe nog wel spelen
Zeker na wat glazen wijn
Maar mijn spel gaat snel vervelen
Te vaak herhaling van een oud refrein.

Zuidpolderstraat

Zuidpolderstraat in negentientwintig
Een kille koets ratelt over de klinkers
Mannen in grauwe jassen
Zonlicht spiegelend in het venster
Waarachter de jonge vrouw huilt en huilt
In machteloos gevecht tegen de grote
Rode man haar echtgenoot
Die haar weg laat halen
Op een zonnige dag in negentientwintig

Zuidpolderstraat in negentientwintig
Het meisje is vijf het jongetje zeven
De moeder schreeuwt en krijst
Nu gek van verdriet en angst
De grote rode man is achter haar
En duwt en duwt haar weg
Mannen in grauwe jassen
Twee bange kinderen kijken toe
Op een zonnige dag in negentientwintig

Zuidpolderstraat in negentientwintig
Daar gaat de koets een kist op wielen
IJl huilt haar stem vanachter blinde
Ramen die vrolijk glimmen in de zon
Achter spiegelend glas gluren de buren
Dan rukt de grote rode man
Zijn kinderen ruw naar binnen
Een boze blik is voor de straat
Op een zonnige dag in negentientwintig

Santpoort in negentientwintig
Een cel met wanden van kapok
Een jonge vrouw zo klein gemaakt
Ingesnoerd met grove riemen
Zit zij gehurkt en staart naar niets
Zij heeft geen tranen meer
Geen weerstand geen geluid
Al haar denken doodgeslagen
Op een zonnige dag in negentientwintig

Ebenhaezer in negentienvijftig
Een groot tehuis zo ver en afgelegen
Wij wachtend in die koele kamer
Muffe meubels smakeloze thee
Dan komt zij binnen breekbaar steunend
Op de arm van een witgesteven vrouw
Wat is zij klein mijn omaatje in zwarte kant
Verlegen lachend zegt zij zachtjes
Míjn kinderen zijn…in de Zuidpolderstraat.

Begrafenis

Ik was op een
Begrafenis
Gezellig druk
Na afloop broodjes
Zalm en paling
Een glaasje wijn
Of twee
Leuk elkaar weer
Eens te zien
Hoe gaat het
Goed eet smakelijk
Gezondheid
Daar ga je
Daar ging hij
Bedolven
Onder bloemen
Het was mooi
Geweest.

30 januari 2006

Duivendrecht

Duivendrecht
Oh Duivendrecht
Een lege straat loopt dood
Een klooster in de verte
Rust vredig in gezangen
Duivendrecht
Oh Duivendrecht
Mijn ouders hier toevallig
Een berg zand en gras
Met niets om te beginnen
Duivendrecht
Oh Duivendrecht
Een straatweg van het rijk
Een spoorlijn achterlangs
Een klooster van geheimen
Duivendrecht
Oh Duivendrecht
Daar ben ik uit gekropen
Mijn dorp van drie keer niks
Met niets om te verwachten
Duivendrecht
Oh Duivendrecht
Nu dagelijks luid genoemd
Losgerukt van zand en gras
Wisselpunt van spoorwegen
Duivendrecht
Oh Duivendrecht
Van dorp verworden tot begrip
Utrecht en Amsterdam centraal
Waar ik mijn reis begon
Moet iedereen nu overstappen
Overstappen overstappen…

In de trein
Voorjaar 2005

Reizen

Ik kom op plaatsen
Met een zweem
Van oud geluk
Niets veranderd
Uitgezonderd kleine
Leegten door jou
Ooit lieflijk ingevuld
Mijn voetstap raakt
Waar jij toen ging
Mijn ogen zien
Waarop jij doelde
Te onthouden een
Leven als herinnering

Vilamoura
Juli 2005

Overleven

Overleven is niet moeilijk
Je leeft gewoon door
Terwijl anderen dood gaan
Je eet je boterhammetje
Je kijkt naar de regen
En luistert naar zinloos
Gebabbel op de popradio
Vrolijkheid om niets
Plaatjes draaien
Praatjes maken
Filemeldingen A éen
A twee A vier A negen
Augustus in de regen
Overleven is niet moeilijk
Je leeft gewoon door
Terwijl anderen met
Hun advertentie al
In de krant staan
Je leeft gewoon door
En je denkt wie gaat
Straks de mijne schrijven?

Christian
2006

Negen mannen

Negen mannen als matrozen
Bal masqué schijnt populair
Geweest te zijn in die tijd
Evenals sigaretten roken
Negen mannen met sigaretten
Hangend in hun mondhoek
Mannen als Wayne en Bogart
Vergeeld grijnzen zij mij toe
Het leven leek zo leuk
Voordat zij hoestend stierven
Mijn vader vierenveertig
De anderen mij niet bekend.

Christian
Augustus 2006

Een mooie dag in Nederland

Het dier dat mens heet
Staat gelaten stil
Kilometers stilstand
Mooi gepoetst metaal
Duurbetaalde blikken dozen
Met de filemeldingen op één
Ik zit en staar gedachteloos
Naar groene weiden
Waar stomme schapen slapen
En koeien met hun poten
In verkoelend water staan
Mijn kont kleeft aan
Het luxe leer terwijl het
Asfalt trilt en de airco
Nauwelijks nog ademt.

Christian Oerlemans