Zijn vrouwen leuker?

Vrouwen zijn leuker? Joyce Roodnat schrijft een boekje getiteld “Vrouwen zijn leuker”. Bij nader inzien begreep zij kennelijk dat dit taalkundige nonzin is, want zij voegde er een ondertitel aan toe: leuker dan je denkt… Uitgangspunt van de schrijfster is kennelijk dat ‘men” denkt dat vrouwen niet zo leuk zijn. En die ‘men’ zullen dan in haar perceptie wel man zijn. Dus denk ik – en wie niet – dat zij eigenlijk bedoelt: vrouwen zijn leuker dan mannen. Toen ik haar titel las, dacht ik spontaan “ja, vrouwen zijn “léuk” . Hoezo leuker? Hoezo leuker dan ik denk?
Ik schreef niet voor niets het boekje “Vrouwen zijn om op te vreten”. Dat is dus duidelijke taal en vertelt impliciet hoe leuk ik vrouwen vind. Klaar. Maar nu iemand anders, die leest de titel en vult eveneens spontaan aan. Twee mogelijkheden: dàn of àls. Bijvoorbeeld, leuker dan poezen, of leuker als ze uitgekleed zijn. Zo kun je met Joyce Roodnat alle kanten op.
Vrouwen zijn leuker dan honden kan ook, hoewel vele mannen het hiermee niet eens zullen zijn. Of paarden. Of bedenk maar een ander huisdier, al naar gelang je ervaring met vrouwen. Katachtigen zullen ongetwijfeld in aanmerking komen. Ook kun je denken aan geliefde zaken als auto’s of boten. Zelf zou ik echter kiezen voor de aanvulling met àls… Vrouwen zijn leuker als ze humor hebben. Of als ze niet zeuren. Of als ze goed kunnen koken. Enfin, Joyce Roodnat weet wat los te maken met de titelgeving van haar boek. Zou zij het daarom hebben gedaan?