Persoonlijkheidsmarketing

Lang geleden in de jaren zeventig van de vorige eeuw maakte ik reclame voor Saab. Het was een klein eigenwijs merk waarvan je de fans voornamelijk vond onder abonnees van Arts en Auto, de Hoefslag en het Notariaat Magazine. Dit veranderde met de komst van de Turbo, de overwinningen van Zweedse rally held Stig Blomquist en onze reclame die we messcherp afstemden op de (potentiële) fans. Wie waren dit en hoe hen te bereiken.
Wij hadden een onderzoek-model ontwikkeld om ‘persoonlijkheden van merken’ in menselijk-emotionele termen te omschrijven. Meneer Saab bleek een eigenwijze intellectuele individualist, een man (nee zeker geen vrouw) met een vrij beroep en tegendraadse meningen. We maakten dus intellectuele tegendraadse autoreclame, bijvoorbeeld een kop: “100 tot 0 in 6 seconden” waar andere merken pochten over hun 0 tot 100 prestaties. Saab werd in Nederland procentueel groter dan in welk ander land. Het was het merk waarmee je kon laten zien dat je conventies aan je banden lapte, bijvoorbeeld geliefd bij D66 stemmers(van Mierlo en geen Pechtold).
Zo kom ik bij politiek, fans en verkiezingen. Wij definieerden doelgroepen naar profielen van “fans”, mensen die tot tandenknarsen toe verknocht zijn aan hun “helden”. Denken we meestal aan popartiesten of voetbaclubs of Youp van t Hek, maar ook ‘merken’ zijn helden. En niet te vergeten politici! Met ons ‘persoonlijkheidsonderzoek’(*) konden we Fans van merken als Saab, de Hema, Autogas of Centraal Beheer behoorlijk profileren. Je zag ze voor je. Probleem was om ze gericht te bereiken.
Nu veertig jaar later is dit probleem opgelost door social media als Facebook (o.a.). We hebben nu Big Data. We hoeven geen mensen meer op te bellen, om via een vragenlijst met projectietechnieken de emoties te achterhalen achter hun keuzes. Iedereen laat nu voldoende digitale sporen na van zijn/haar gedrag, via social media, mobiele telefoon, via Googelen en liken.
Persoonlijkheidsonderzoek werd populair in de jaren tachtig, zowel wetenschappelijk als commercieel. Psychologen ontwikkelden het OCEAN model: Openness, Conscientiousness, Extraversion, Agreeableness, Neurotism. Dit is het standaardmodel geworden in de psychometrie. Probleem was (en bleef heel lang) dat het een ingewikkeld kwalitatief onderzoek vergde om mensen op basis van deze vijf kenmerken te identificeren. Wij werkten met gedragsvragen die je nu via Facebook kunt beantwoorden, bijvoorbeeld wat vind je leuker schaken of bergbeklimmen, hou je van dieren en zoja welke (aaibaarheid, agressiviteit, angst), hou je van Lady Gaga of van Willeke Alberti? Ook als je geen psychologie hebt gesturdeerd snap je waar dit heen gaat. Allemaal heel leuk en spannend totdat je de enge kanten ervan begint in te zien. Het lijkt namelijk een spelletje. Kijk maar op discovermyprofile.com van de Cambridge University (ja heel betrouwbaar). “ Choose a test or category to begin discovering your psychological profile..” Met deze aanmoediging haalt de afdeling psychometrie van deze oude universiteit via Facebook een vracht gegevens binnen. Honderdduizenden argelozen voeren de tests uit, in de vorm van een online quizz, een spelletje.
Nu kom ik bij Michael Kosinsky.
Kosinsky werkte samen met David Stillwell bij het Psychometrie Centrum van Cambridge University. Stillwell had in 2008 de MyPersonality-app bedacht en samen bouwden ze hiermee een enorme dataset op, die ze combineerden met andere data die online via social media over mensen verkrijgbaar is. Ook de mobiele telefoon biedt een actuele bron van informatie. Big Data. Op zich een hutspot aan gegevens, maar we hebben nu algoritmen om de weg te vinden in datastructuren. Door massa’s datapuntjes te linken kunnen we behoorlijk nauwkeurige voorspellingen doen over menselijke gedragingen. Kosinsky zei dat hij met 300 Facebook likes meer aan de weet kon komen over iemand dan diens (bed)partner ooit zou weten. Het beangstigende begint al in zicht te komen. Geen wonder dat hij – de naieve wetenschapper?- gebeld werd door een zekere Aleksandr Kogan van Strategic Communication Laboratories, die graag – tegen ruime betaling – toegang wilde tot de MyPersonality database. Wie of wat was Strategic Communication Laboratories?
“The leading supplier of Information Operations, Strategic Communication and Public Diplomacy services to governments and military clients worldwide.”
En verder: “A strategic communication centre puts influence, control and power back into the hands of the government and military. It is an essential component for Homeland Security, Conflict Reduction, International Public Diplomacy and un-mediated Government communications. Over the last 15 years the military use of Psyop has saved thousands of lives on both sides of military conflicts. In the future, conflicts may well be resolved on the global media stage, so that direct action becomes an unnecessary tactic.”

SLC is een conglomeraat van bedrijven die betrokken zijn of waren bij verkiezingen in allerlei landen van Oekraïne tot Thailand en Nigeria. En in 2013 ontstond een bedrijf dat zich specifiek richtte op beïnvloeding van de Amerikaanse verkiezingen: Cambridge Analytica.
Kosinsky vertrouwde dit niet, sprak erover binnen de Universiteit. Hadden ze zijn model nagemaakt, gestolen, buiten hem om verkocht? Ruzie dus met gevolg dat hij vertrok en verhuisde naar Stanford in Amerika. Volgens mijn informatie verdween Aleksandr Kogan naar Singapore waar hij nu Dr Spectre heet (Special Executive for Counter-intelligence, Terrorism, Revenge and Extortion).

In 2015 blijkt dat Cambridge Analytica werkt voor Leave.EU van Nigel Farage. Het bedrijf onderzoekt persoonlijkheidskenmerken van Britten die uit de EU willen, zodat er in de politieke campagne met ‘micro targeting’ kan worden gewerkt. Het model dat Kosinsky in zijn wetenschappelijke enthousiasme heeft ontwikkeld kan nu politiek worden gebruikt als mensen-zoekmachine. Wie zijn de (potentiële) Brexit fans, hoe selecteren we die om te winnen. Terwijl ‘gewone’ kwantitatieve onderzoeken vertellen dat het met de Brexit zo’n vaart niet loopt, wordt er onder de radar op een ongelofelijk slimme en manipulerende manier stemmen geronseld.
Het begint op een thriller te lijken: in september 2016, vlak voor de Amerikaanse verkiezingen, betreedt Alexander Nix, CEO van Cambridge Analytica, het podium tijdens een Economisch Forum voor internationale beleidsmakers. Hij vertelt dat zijn bedrijf al anderhalf jaar werkt voor de Republikeinen, voor Trump. Hij veegt de vloer aan met het klassieke denken in doelgroepen, zoals alle vrouwen, of alle etnische Amerikanen. Hij beweert dat Cambridge Analytica de persoonlijkheid van elke volwassen Amerikaan heeft geprofileerd. Geen demografie, maar psychometrie, gewoon alle beschikbare informatie verzamelen over het gedrag van mensen (in Amerika zijn deze data vrij eenvoudig te koop) en deze Big Data verwerken volgens het OCEAN model. Hij is er erg open over. Erg zelfverzekerd ook. Vrijwel elke boodschap die Trump twittert, is gedreven door Big Data – zegt Nix. Trump schijnt een digibeet te zijn, maar met behulp van een smartphone werd hij president.

Het enge van dit verhaal is dat mensen kunnen worden opgezocht en geselecteerd via de digitale sporen die ze –ook onbewust- overal achterlaten. Met deze Big Data kan de persoonlijkheid worden achterhaald: wie staat open voor verandering en vernieuwing, wie is dogmatisch, wie is angstig, onzeker, wie is zwijgend boos, wie is jaloers, wie haat autoriteit of wil juist een strenge leider. In deze digitale wereld is gepraat over algemene Normen en Waarden nutteloos, want iedere persoonlijkheid blijkt er eigen normen en waarden op na te houden. Daar kunnen we nu achterkomen. Foldertjes uitdelen, debatteren op televisie, het is allemaal aardig, maar wéten wie je (potentiële) fans zijn en die met een psychologisch scherp geslepen boodschap één-op-één te pakken nemen, dat is minder aardig maar heel erg effectief.
Om terug te komen op Saab: het bleek dat een voorliefde voor bepaalde oer-Amerikaanse automerken al een goede indicator was voor potentiële Trump-stemmers.

(*) Persoonlijkheidsonderzoek ontwikkeld samen met psycholoog en partner John Coffeng. Veel informatie voor dit verhaal verkregen via Motherboard/Vice.com.

Vrije tijd

Iedereen heeft het druk tegenwoordig. Vraag je hoe gaat het? Drukdruk. Dat schijnt te moeten. Als je het niet druk hebt ben je een sukkel. Is dit een nieuw fenomeen? Ik herinner me dat Toon Hermans een lied zong over moeheid: ‘pa is moe, moe is moe..’ enfin, iedereen was moe. ‘We leven in het tijdperk van vrouw Holle ‘ – concludeerde hij.
Toen dus ook al. Toon zou opkijken als hij het hedendaagse mobiele telefoonleven zag. Volwassen mensen op zoek naar een niet bestaand Pokemonpoppetje, daarover hoef je geen grap meer te maken, dat is al om te lachen.
We hebben het druk, ja, maar vooral ook met de vrijetijdsbesteding. Vrije tijd: ooit is er voor gestreden. En hiermee groeide een nieuwe industrie: de vrijetijdsindustrie. Pretparken, recreatieve supermarkten, coffieshops. Inmiddels is er gelukkig ook Facebook en Twitter voor de vrijetijdsbesteding. Kun je met je laptop of je telefoon lekker bezig zijn, zeggen wat je ervan vindt, dingetjes delen, je vrienden feliciteren en een goed gevoel over jezelf krijgen. Vertel de wereld wat je eet, hoe je slaapt en wat je leuk vindt. Er komt soms ellende uit voort. Jonge meiden geven zich bloot, want Patricia Paay doet het ook. Goh wat interessant allemaal en wat heb ik veel vrienden. En sinds Trump de twitterkoning is geworden gaan de beurskoersen van dit wat kwakkelende communicatiebedrijf weer omhoog.
Om terug te komen op Toon: bekijk op Youtube een stukje van zijn show waarvoor vroeger de zaal plat ging en je ziet hoe de wereld is veranderd. Het moet allemaal heftiger, sneller en harder. Omdat vrije tijd besteed moet worden, hebben we het drukker dan ooit. Als ik bijvoorbeeld zie wat kinderen allemaal moeten, afgezien van de schoolgang. Een doodvermoeiend vrijetijdsprogramma, waarin uiteraard de ouders worden meegesleurd. En gepensioneerden gaan niet rustig dood achter de geraniums zoals vroeger, maar beginnen een nieuw leven, soms met iemand die veertig jaar jonger is. Het verrast me elke keer weer als ik in Portugal, waar ik vaak ben, mensen mijmerend op een plastic stoel zie zitten terwijl het onkruid aan hun voeten groeit. Ze hebben tijd om naar de groei te kijken. Tijd om koffie te drinken op onooglijke terrasjes, tijd om zomaar wat te zitten in de zon.
Zomaar zitten in de zon
Een parasol boven je bol
Je zou wensen dat ’t altijd kon
Zomaar zitten voor de lol
(Nee, niet van Toon).
Ogenschijnlijk hebben mensen in Portugal meer tijd. Voor zichzelf en voor elkaar. In de winkel moet je vaak wachten totdat je eindelijk aan de beurt bent, niet omdat het druk is, maar omdat de voorgaande klant er een gezellig dagje van maakt. Heb je – als voorbeeld – zelf een bijzonder schroefje nodig, dan is de helper in de ‘drogaria’ (uitgebreide ijzerwarenwinkel waar je ook prima wijn kunt kopen) een kwartiertje bereid om alle bakjes en doosjes om te keren in de stoffigste hoekjes van het magazijn. Kosten schroefje 20 cent.
Tijd is hier nog niet zo heftig gekoppeld aan geld. Aan de andere kant is er de heilige vrije tijd, afgezien van de kerkgang. Kom niet aan de lunchtijd. Bij de eenvoudige restaurants langs provinciale wegen staan rond één uur de auto’s rijen dik geparkeerd, veel bestel- en vrachtwagentjes, weinig dure hybrides. De lunch is het toppunt van vrije tijd. Kosten rond 7 euro, inclusief de wijn die eigenlijk niet mag want er is zero tolerance. Na de lunch zie je op de rotondes dan ook veel strenge politiemannen op de been.
In de paleisachtige shopping malls (met teveel failliete winkels) zitten honderden mensen ’s middags te lunchen. Elke zichzelf respecterende fastfoodketen is aanwezig, plus tientallen lokale uitgifte-restaurantjes, zoals een soepzaak of een gezondheidskeuken of een fruitdrankjes specialist. Israëlisch, Turks, Grieks, Italiaans, noem maar een land en de keuken is aanwezig. Doordeweek is het druk, ’s zondags is er geen stoel meer te krijgen. De hele familie gaat lunchen op Zondag, vaak de hele middag. En neem gerust je baby mee, want tussen de restaurants is een podium voor gratis Baby Care.

Elke plaats heeft tenminste één shopping mall, met palmen en tuintjes en watervallen en al die restaurantjes. Je kunt er natuurlijk ook shoppen, erg voordelig, want er is altijd uitverkoop en de bekende merken zijn hier sowieso goedkoper dan elders in Europa (op de prijskaart van bijvoorbeeld Zara staan de prijzen per land vermeld, weliswaar achter een sticker, maar die kun je eraf pulken. De prijsverschillen zijn vaak schokkend groot).
In de shopping malls werken veel jonge mensen. Hun minimumloon is door de nieuwe linkse regering met 5% verhoogd tot bijna 650 euro in de maand (altijd nog minder dan in Griekenland). Voor dat geld spreken de meesten nog Engels ook. Vrije tijd? Hebben ze weinig want in Portugal moet je minstens twee banen hebben om te (over)leven.
Als je vraagt hoe het gaat… Drukdrukdruk.

BabyCare in elke shopping mall.

Waar word je blij van.

Christian we maken je blij… een email van Albert Heyn, omdat ik een bonus kan ophalen. Toetje van Mona zeker, want ‘daar word je blij van’. Hetzelfde geldt voor een vliegreisje met Transavia, word je ook blij van, zeggen ze. Kortom, blij worden is de boodschap. Boodschap? Armoe, roep maar wat, geluk in je postvak. Gek word ik ook van al die loterijreclame waar de miljoenen over de buis vliegen, opgevoerd door bekende Nederlanders – Neanderthalers wilde ik bijna zeggen. Wat een no-brainers, om eens een goed modern begrip te gebruiken. Net zo modern als tone policing – nee niet polishing, dacht ik eerst ook – vertaald als toon-politie. Van de Toon die niet de Muziek maakt, maar die oorverdovend meningen ventileert. Die toon dus. Waardoor meningen de feiten verdringen, ofwel mensen meningen roepen alsof het feiten zijn. Bijvoorbeeld omdat het in de Telegraaf staat. Vluchtelingenplaag, kansloze asielplaag. Daar word je blij van. Toegegeven, ik ben een ouwe liberaal, ik worstel me in het weekend door drie kranten; Volkskrant, NRC en de Gooise Telegraaf (Gooi & Eemlander). Welke jeugdige i-phone lezer doet zoiets nog? Ik hoorde voetbaltrainers zeggen dat communicatie met die voetbaljongetjes lastig is. Ze leven in een i- wereld, de i van ik. Bubbels, ook zo’n woord. Mensen leven in hun eigen bubbel. Is natuurlijk altijd wel zo geweest, maar nu botsen de bubbels met knallende meningen op elkaar. Links, rechts, gelovig of wetenschappelijk. Roept u maar. Ik herinner me nog dat we als reclamemakers op zoek gingen naar een zogenaamde u.s.p.; unique selling proposition. Op zoek naar de inhoud, zeg maar. En hoe die in drie woorden over te brengen naar de doelgroep. Wie toen was komen aankakken met ‘daar word je blij van’ was eruit gesodemieterd. Geldt ook voor ‘koppen’ maken in de krant. De essentie in een paar woorden over het voetlicht brengen. Een scherpslijpers klus, want je wilt ervoor zorgen dat de lezer die alleen koppen snelt toch de inhoud zo genuanceerd mogelijk meekrijgt. (Toen werkte ik nog voor het Vrije Volk ;-)). Neem de thema’s van de kranten zelf: slijpsteen voor de geest, voor wie de nuance zoekt, niets is vanzelfsprekend, misschien wel de beste krant van Nederland, krant van wakker Nederland… Toch ook geen teksten waar je blij van wordt. Ik bedoel maar, het valt niet mee om in een paar woorden te vertellen Wie je bent, voor Wie. Trump doet het nog niet zo slecht. Making America Great Again spreekt de achtergebleven werkloze Detroit automonteur natuurlijk wel aan. Maar de meeste banen die hij wil terughalen uit China bestaan al niet meer. Het gaat allemaal erg snel. You Tube is echt belangrijker aan het worden dan NPO televisie, zeker voor de jeugdige doelgroepen. Vloggers met een miljoen volgers. En dus reclame waardoor een jeugdige vlogger goed verdient. Muziek zien en luisteren? Wie koopt er nog een CD, laat staan bladmuziek. Beroemde muziekwinkels (Nieuwe Muziekhandel Leidsestraat Amsterdam) verdwijnen, Spotify pakt de markt. De jeugd heeft de toekomst, zei mijn oma al. En dit is zeker waar, misschien meer dan ooit. Maar ook hier knallen contrasten op elkaar. Veel jeugd heeft geen toekomst en glijdt af naar misdaad, terrorisme, religieuze waanzin, of gewoon naar niks. Een klein deel maakt de wereld en de toekomst voor ons. Noem ik nog niet eens Zuckerberg, toch ook alweer in de dertig (5e rijkste van de wereld), maar bijvoorbeeld Harshwardhan Zala van Aerobotics7. Maakte o.a. een drone voor het opsporen en vernietigen van landmijnen en tekende net een contract met de regering van deelstaat Gujarat (India) voor 7 ton business. Zala kan in weinig woorden zijn boodschap communiceren: hij wil binnen een paar jaar groter zijn dan Google (opgericht in 1996 door Page en Brin die toen 23 waren). Als de wereld straks omarmd wordt door twintigers en dertigers, inplaats van door oude arrivé’s die landmijnen hebben gelegd, dan worden we misschien wel blij.
Zala, de CEO van Aerobotics7 is 14 jaar. Ja veertien.

Nieuwe woorden

Mijn geliefde is afwezig, zij schildert in het buitenland. Moet ik dus zelf voor mijn gezonde voeding zorgen. Gelukkig hebben wij een Voedingscentrum, dat helpt. Vandaag (5 oktober 2016) gaat de campagne van start: ‘De waarheid op tafel’. Voedingscentrum vindt dat we meer moeten nadenken over wat we eten en drinken. En de etiketten lezen: ‘Op de verpakking van producten staan een heleboel teksten, tabellen en logo’s. Dit noemen we het etiket. Maar wat heb je aan al deze informatie? Een heleboel. Als je weet hoe je het etiket leest, kies je makkelijker voor gezonde, veilige en duurzame boodschappen.’
Denk ik meteen aan E-nummers, met de E van Europese Unie. Het zijn er tientallen, zoniet honderden. Even een tip: pas op voor de nummers E 102 t/m E 133, allemaal synthetische kleurstoffen. E 141 t/m E 155 trouwens ook, evenals 173 t/m 182. Zo heb je er al een stuk of vijftig en dat zijn nog alleen maar de kleurstoffen. Van conserveermiddelen is de lijst nog veel langer. Enfin, de meeste E-nummers hebben niet de E van Eerlijk Eten.
En dan het drinken. Frisdranken. Allemaal suiker en suiker is vergif, dat weten we nu wel. Melk dan? Haha, dat was héél lang geleden goed voor elk. Koeienmelk is moedermelk voor kalveren. Nou ja, dat wás het ooit. Het leek zo’n mooie gratis voedselvoorziening voor de mens. Je stopt er gras in en er komt melk uit. Voorouders (niet in India natuurlijk) aan het fokken totdat die arme koeien enorme uiers meezeulden. Je moet ze na de winterstop eens de wei zien inhuppelen, ze struikelen er bijkans over. De meeste koeien weten trouwens niet meer wat de wei is. Ze staan tussen dranghekken met hun kont naar de melkmachine. Natuurlijk komt er ook stront uit een koe. Veel zelfs. En nog erger (maar dat wil niemand hardop zeggen) koeien laten veel scheten, zoveel scheten dat ze wereldwijd voor veel meer opwarming zorgen dan alle auto’s bij elkaar, want methaan heeft 25% meer impact op het broeikaseffect dan CO2. In Nederland alleen al staan ruim anderhalf miljoen koeien te ruften. Kunnen we dan die scheterigheid van de koe niet verminderen? Daar wordt universitair over nagedacht en het schijnt dat een mengsel van kerrie en prei een vermindering van 40% teweegbrengt, met als nadeel dat de melk naar prei smaakt. Maar methaan, dat is toch gas, daar kun je op koken. Ook een idee, maar het is nog niet gelukt om de koeien een gasleiding aan de kont te hangen. Wel hebben we de mestvergister (nieuw woord!). Als je de mest laat gisten komt er gas vrij en daarmee kun je de electriciteitscentrale stoken. Hoewel er mestvergisters te koop zijn uit failliete boedels van (te) optimistische boeren is minister Kamp (net als Jesse Klaver- hé klaver dat eten koeien ook) positief over de monomestvergister (weer een nieuw woord het lijkt wel Duits) die gefinancierd wordt door – hoe kan het ook anders – zuivelproducent Friesland/Campina. Ja, want wat moet je nog als zuivelproducent als de melkkoe wordt afgeschaft. Zou trouwens een nóg betere oplossing zijn en nog diervriendelijker ook. Wat moeten we met al die melk, dit ideetje van onze voorouders is al lang naar de quota.
Maar genoeg over koeien, hoewel je ze ook kunt eten. Vlees eten is ook niet meer zo nodig schijnt het. Nog een reden om het scheterige vee af te schaffen. Hoewel dat wel enige religieuze opschudding zal geven.
Over vlees eten gesproken: wie is vergeten hoe die kleine Sanne Wevers op de Olympische Spelen de gouden plak won bij het turnen? En hoe kwam dit nou? Omdat ze vanaf 2010 gezond is gaan eten. In ‘Fit met Voeding’ zei zij eenstemming met haar tweelingturnzus (hé alweer een nieuw woord) Lieke dat hun grootste verandering was dat ze van mager en light waren overgeschakeld op vol en vet, met veel meer fruit en – jahoor – meer vlees! Je kunt hier eigenlijk spreken van omturnen. Toch een hele geruststelling; straks gewoon lekker die gehaktbal op mijn bord.
Gezond eten heeft een nieuwe groep eetafwijkers gevormd, de orthorexianen (je wordt gek van al die nieuwe woorden). Deze mensen met orthorexia, schijnen patiënt te zijn, hoewel ze uitsluitend het allergezondste eten eten.
Ander soort patiënten zijn zij die het allerongezondste drinken. In ons land schijnen we ruim 400.000 klasse 4 drinkers/sters te hebben, de zwaarste klasse. In de lichtste klasse 1 hebben we er vijfeneenhalf miljoen. Gevolg is katerschade (hé alweer een nieuw woord) bij het bedrijfsleven. Door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is dit becijferd op 1,7 miljard euro per jaar, toch al gauw 1,7 miljard liter bier dus. Het schijnt trouwens dat vooral ook in sportcantines flink wordt gedronken. Sporters doen alles om beter te presteren. Ooit speelde ik golf met een single handicapper – zo heet dit als je héél goed bent met een héél lage handicap, professionals hebben geen handicap, althans niet in golf – en deze jongen zette een kratje met 24 flesjes in zijn golfkar (het was in het buitenland en warm) en na negen holes was het kratje leeg en haalde hij een nieuw kratje. Toch speelde hij een fantastische partij. Je hoort ook wel eens dat chirurgen een vaste hand hebben als ze drinken. Ik heb zelf een héél goede opticien gekend… enfin, inmiddels is het hackerscollectief (jeetje alweer een nieuw woord) genaamd Fancy Bears erin geslaagd om van minstens 120 topsporters de medische status te lekken. Zij willen aantonen dat veel topsporters geautoriseerd slikken, zoals wielrenner Wiggins omdat hij astma heeft (vraag het maar aan Tom Dumoulin) en de Russen natuurlijk. Je kunt je afvragen of top politici, top ondernemers, top artiesten schoon zijn wat dit betreft. De top bokser in het zwaargewicht, Tyson Fury, gebruikte cocaïne en na onlangs betrapt te zijn stopte hij met boksen. Zei hij:’ boksen is het meest trieste dat ik ooit heb gedaan, het is een grote ellende, ik ben de beste en ik stop ermee’. Dit overigens nadat hij pakweg 15 miljoen pond had verdiend.
Hij had trouwens een simpele oplossing voor het dopingprobleem: “Why don’t they just make drugs totally legal in sports, then everybody would be taking drugs, then it would be fully fair then, wouldn’t it? If everyone was taking drugs then it would be fairer I think because you can’t tell me that 99 per cent of these sports people ain’t taking drugs when they’ve got bodies like Greek gods.”

En oja, hoewel weinig met het voorgaande te maken vind ik sjoemelzaad ook een leuk nieuw woord. Wie sjoemelzaad zaait zal sjoemelkinderen oogsten.

Wij en Zij

Sommigen zullen zeggen: ‘wij en hun’, maar daar gaat dit stuk niet over.

Ik kom op dit onderwerp omdat de tekstschrijver Jaap Toorenaar een boek maakt over bekende reclamecampagnes. ‘Even Apeldoorn bellen’ kan dan natuurlijk niet ontbreken, deze campagne won in 2015 met enorme voorsprong de “Gouden Loeki aller tijden”, uitgereikt door de STER.

In gesprek met Jaap over het ontstaan van de campagne –gemaakt samen met art director Fons Bruijs in 1986 – realiseerde ik me dat wij toentertijd veel meer bezig waren met het interne bedrijfsprobleem bij Centraal Beheer, dan met deze reclame, waarvan we natuurlijk nog niet wisten dat die zo’n lang leven zou hebben.

Centraal Beheer was als kleine coöperatieve verzekeringsmaatschappij verhuisd naar een revolutionair kantoorgebouw in Apeldoorn, ontworpen door Herman Herzberger. Dagelijks trokken groepen bewonderaars, overgevlogen vanuit Japan of Australië of Amerika, door het pand. Volledige openheid tot in de directiekamer. Overal espressobars, hangende plantenbossen tussen het betonskelet, aquariums, huisdieren en – heel apart voor een verzekeringsmaatschappij – spijkerbroeken en geen stropdassen. Zo’n vrolijke alternatieve kantoortuin had niemand nog ooit gezien.

Centraal Beheer was een buitenbeentje in verzekeringsland waar driedelig grijs toen de norm was. CB verkocht verzekeringen als postorderproduct, per coupon. Knip uit die bon en pak uw voordeel. “Verzekeringen voor zelfverzekerde mensen “ hadden wij bedacht. En het kon nog makkelijker: gewoon per telefoon. Even Apeldoorn bellen. Maar toen wij die campagne presenteerden schrok de baas, Geert Boreel, een beetje terug. Hij hoorde in gedachten al die honderden rinkelende telefoons die niet werden opgenomen omdat zijn medewerkers in de coffeecorners zaten. Mensen zijn immers net kinderen; als je de grenzen oprekt, discipline verwaarloost en veel vrijheden toestaat, dan ontstaat er een balorige vrijbuitersfeer.

Wat te doen?

Nu kom ik op ‘wij en zij’; een interne campagne! Clubgevoel creëren, met z’n allen rug aan rug strijden tegen die arrogante verzekeringsreuzen in Amsterdam en den Haag. Alle neuzen dezelfde kant op. Dit noemden we toen een ‘motivatieprogramma’, maar zo mocht je het later niet meer noemen omdat het teveel leek op ‘manipulatieprogramma’. Samen met Henk Terlingen – bij ouderen bekend als Apollo Henkie – die dit soort programma’s produceerde in ons bedrijf, maakte ik een spectaculair intern televisieprogramma, dwars door het hele bedrijf en… voor de medewerkers als volledige verrassing. Toen ze op kantoor kwamen bleek hun werkplek te zijn veranderd in een televisiestudio. Overal monitors en camera’s. Ronde tafelgesprekken met divisiedirecteuren, open microfoons, sprekerspodia, de ondernemingsraad in het geweer, Ruud ter Weijden, Koos Postema en andere tv-persoonlijkheden in emotionele gespreksgroepen, kortom DWDD en Pauw en Tan avant la lettre in de kantoortuinen van Centraal Beheer.

Na die dag konden we met ‘Even Apeldoorn bellen’ van start. Iedereen wilde en kreeg telefoontraining. Hoe aardig te zijn en te blijven, ook tegen lastige klanten. Prettige dag verder. Dank u voor het bellen. Al die cliché’s waar je nu een beetje ziek van wordt (fijne dag nog), waren toen nog redelijk vernieuwend.

‘Wij tegen Zij’. Niets werkt beter dan dit, omdat wij mensen ermee worden opgevoed. Einstein zei het al: ‘gezond verstand is de verzameling vooroordelen die we hebben vergaard tegen de tijd dat we achttien zijn’. We leven in clubjes, in groepen zoals we dat eigenlijk gewend zijn sinds we jagers/verzamelaars waren. Ons kent ons. Ons brein wordt volgestopt met overtuigingen, normen en waarden van onze ouders, politieke kleuren, religieuze dogma’s, meestal zonder dat we ons dit realiseren. Propaganda, reclame, natuurlijk. Maar de ware manipulatie grijpt dieper in, dan gaat het om overtuigingen die stoelen op nationalisme en religie. Er zijn bijvoorbeeld maar weinigen die door intellectuele argumenten tot hun geloofsovertuiging komen. Het is de groep die het doet, de emotie van samen hetzelfde geloven en denken. De grote meerderheid van gelovigen is gelovig dankzij de opvoeding. Als je nu in Teheran wordt geboren, ben je moslim en geloof je in de waarheden van de Koran. Ouders geven niet alleen genen door, maar ook overtuigingen, waarheden, en inderdaad ja…vooroordelen. Geen mens is er vrij van. Nationalisme is misschien nog meer manipulerend dan religie, als ik ’t zo mag zeggen. Misschien ook omdat het ‘nieuwer’ is, want het vaderland is een begrip dat nog niet zo lang bestaat. Strijden, desnoods sterven voor het vaderland; een modern thema dat eigenlijk pas in de eerste wereldoorlog ontstond. Ik vond een ironische uitspraak van de Britse dichter Wilfred Owen over het destructieve van nationalisme: ‘dulce et decorum est pro patria mori’ – het is een zoete eer om voor het vaderland te sterven. Wat hij overigens ook deed vlak voor de wapenstilstand. In Europa en Noord en Zuid Amerika zijn staten nog jong. In de 19e eeuw kon je nog geen supporter zijn van het Italiaanse, Duitse of Argentijnse elftal. We hadden vorstendommen, keizerrijken en koninkrijken en andere rijken, machthebbers die de baas waren over hun onderdanen. Hiervan is hier en daar nog iets blijven hangen in royalisme en monarchisme, maar deze groepsculturen zijn minder sterk dan nationalisme en religie. Behalve misschien op ‘koningsdag’.

Hoe komt het dat nationalisme zo ingrijpend is geworden in de wereld? Door de scholing lijkt mij. Tegelijk met het ontstaan van naties, werd schoolgaan normaal en later verplicht. Door het onderwijs leerden kinderen dat ze ergens bij hoorden, een denkbeeldige gemeenschap met nationalistische ideologie, een nationale taal en een bijbehorend volkslied. Zo leerden eind negentiende eeuw ( bijvoorbeeld) de Friese kinderen Nederlands spreken. Landen als Japan, maar ook Engeland en vooral de Verenigde Staten zijn heel sterk in deze ‘motivatieprogramma’s’ op school. Het schooluniform is symbolisch. In de V.S. moeten de kids ’s ochtends in koor een belofte van trouw afleggen en in de houding staan voor de vlag met de stars-and-stripes. Deze z.g. ‘Pledge of Allegiance’ is een uitvinding van een zekere Francis Bellamy (in 1892), die meende dat dit zou aanzetten tot trots en trouw aan de republiek. Pure manipulatie dus. Met name de instroom van miljoenen immigranten, de angst voor het communisme en de vernedering van Pearl Harbour hielpen deze motiverende vlagverering aan populariteit. Geen land waar je zoveel nationale vlaggen en vlaggetjes ziet als Amerika. Vandaar dat Amerikahaters bij voorkeur de vlag verbranden, want dat doet echt pijn.

Via een reclamecampagne blijk ik dus uit te komen op een wereldprobleem. Wij tegen zij. Geen mens is vrij. We zitten allemaal in een schuitje en sommigen slaan om en verdrinken. Oorlog en vrede, Tolstoj probeerde in zijn latere leven – nadat hij zijn hedonistische jeugdgedrag van zich wierp – het groepsdenken te doorbreken en als graaf op te trekken met landarbeiders. Maar het lukt zelfs grote schrijvers en filmers niet om ons te bevrijden uit onze bevooroordeelde breinen. Het blijft Wij tegen Zij. Want Zij worden nooit Wij.

Duivelskunstenaar en de seksuele context.

Zelfs na de autopsie is nog niet duidelijk waarom Prince die noodlanding heeft gemaakt.Sinds de jaren tachtig heb ik niet zoveel gezien en gehoord over Prince. Uiteraard weer gekeken, naar zijn films, zijn shows. Show is eigenlijk een te gering woord voor de manifestaties van deze tengere kleine man met het grote muzikale talent, een duivelskunstenaar die zich omringde met meiden die het vrouwzijn konden overstijgen Verder zeg ik er niets over, nou ja, toch een paar dingetjes. Afgezien van zijn handige verlegenheid in interviews en de onschuldige uitdrukking in zijn Bambi-ogen, heb ik toch twee piekerpunten: Ten eerste dat een dagblad dat ik zelf niet lees, blijkbaar meteen de oorzaak weet (drugs!!). Ten tweede dat er hier en daar terloops melding van wordt gemaakt dat Prince lid was van de Zevendedags-adventisten (geen drugs!!).
Intrigerend. His Royal Badness maakte duivelse shows, beladen met ongegeneerde erotiek. Vraag ik mij af hoe dit te rijmen valt met zijn religie. Ik citeer een paar zinsneden uit de 28 geloofspunten: “voldoende lichaamsbeweging (haha zelden iemand gezien die zó kon bewegen), gezond eten, geen onrein voedsel, en omdat alcoholische dranken, tabak en het onverantwoordelijk gebruik van medicijnen en verdovende middelen schadelijk zijn voor het lichaam, behoren wij ons daarvan te onthouden.”
Let op het woord ‘onverantwoordelijk’.
Voorts: “ontspanning en vrijetijdsbesteding moeten voldoen aan de hoogste normen van christelijke smaak en schoonheid. In culturele verscheidenheid hoort onze kleding eenvoudig, bescheiden en netjes te zijn, zoals het past bij mensen van wie schoonheid niet bestaat uit uiterlijke versierselen, maar uit een zachtaardige en stille geest die niet kan vergaan.”
Onhandige regels lijkt mij, voor deze performer die leek te zijn opgebouwd uit versierselen. Vraag is, heeft Prince ons een spiegel willen voorhouden? Een confrontatie wellicht? Ik lees dat hij niet alleen lid was van de Zevendedags-adventisten, maar deze leer ook uitdroeg en verkondigde. Over zoiets kan ik echt even piekeren. Misschien was hij op aarde gezonden om ons te waarschuwen, was hij een van de rechtvaardige zielen die straks, voor de eerste wederopstanding, als een engel zal verschijnen aan de vooravond van het duizendjarige rijk, zingend “Black day, stormy night, no love, no hope in sight, don’t cry, he is coming, don’t die without knowing the cross”. Uit Sign O the Times. (lees voor ‘O’ het bandebom teken).
Je kunt het niet overPrince hebben zonder aan vrouwen te denken. Zelden een mooiere drummer gezien: de famous Sheila E (Escovedo), de drumgodin. Niet alleen drummen kan ze, maar ook dansen en zingen en haar lijf gebruiken. Terwijl ik dit schrijf heb ik haar op ‘youtube’ en het valt niet mee om mijn aandacht erbij te houden, want de combinatie van vrouwelijkheid en zoveel heftigheid op de percussion die tot heden – in mijn beleving – aan mannen was voorbehouden, zet mij voor ik het weet weer aan het piekeren. Wat willen vrouwen eigenlijk? Anders gezegd: hoe zíjn vrouwen eigenlijk? Of nog anders gezegd: wat denken mannen eigenlijk dat vrouwen zijn, afgezien van ook een mens. Borsten, jazeker, benen ook, billen, heupen, lippen, grote ogen, enfin de fysiek die we – sigh of the times? – dagelijks krijgen voorgeschoteld. Niet op de ouderwetse pin-up manier, maar gewoon in dagelijks gedoe. Naveltruitjes, (te) korte broekjes en erger nog rokjes, daar waar de toegemeten fysiek er vaak niet om vraagt. Waarom doen die meisjes dat? Omdat ze het zien in de videoclips, waar het leven draait om girls en boys en love en sex. Ja, Prince dus weer: LoveSex. Natuurlijk roept dit ook weerstanden op. Zoals de anti-beweging vanuit religie, waarbij mannen hun vrouwen opsluiten in huis en allesbedekkende kleding voorschrijven. Tevens ergeren feministes zich eraan; hebben we daar in de vorige eeuw zo hard voor gevochten? Er was een vrouwenfeest op het Amsterdam University College , een internationaal op bèta wetenschappen gericht ‘college’ (samenwerking van de VU en de UvA in Amsterdam). Het was een body-positivity feest waar topless kon worden feestgevierd. Alle remmingen los dus. Maar zonder mannen. Het feest was een initiatief van het feministisch comité van deze campus, waarmee blote borsten uit de seksuele context zouden worden gehaald. Uh? En Beyoncé dan? Zie haar nieuwe DVD ‘Lemonade’, hoe feministisch kun je zijn met je borsten in zicht en je lijf op volle sterkte. De moderne vrouw is toch juist stoer en sexy tegelijk? Bovendien, bloot slaat dood zei mijn moeder altijd. Tantes gaven de baby de blote borst, waartoe ze dit lichaamsdeel pontificaal uit hun bloemetjesjurk wipten. In de jaren ’70 van de vorige eeuw waren er zoveel blote borsten op de stranden dat de seksuele context geheel verloren ging. Ik bedoel maar. Wat bedoelen vrouwen eigenlijk? In de kledingmode beweegt de trend zich naar ruimvallend, bedekkend en casual, de pijamalook komt terug en zwempakken verdrijven de bikini’s. Onder invloed waarvan, of van wie? Ondertussen bewegen jonge meisjes zich navelvrij op school. Op alle scholen? Hoho zeker niet! Op het Kandinsky College in Nijmegen zijn ze alweer op de weg terug (of vooruit) en moeten de meisjes niet alleen hun buik inclusief navel bedekken, maar ook hun blote schouders! En dit ook tijdens de gymlessen, waar zij zich soepel leren bewegen, zodat ze misschien later wel ontdekt worden als showdanseres.

Misdaad en straf

Misdaad en straf.

Dit is de titel van het verhaal van Dostoyevsky, over Rodion Romanovich Raskolnikov, de man die bewust een moord pleegt om geld te stelen van een vrouw die in zijn ogen een ‘slecht mens’ is. Toegestaan dus. Ongelukkigerwijze wordt hij betrapt door een onschuldige lieve dienstbode. Deze gaat dan ook – letterlijk – voor de bijl, pech gehad, iets wat wij nu collateral damage noemen.

Later werd dit verhaal door een Christelijke vertaling voornamelijk bekend als ‘schuld en boete’. Met name de tweede moord drukt op het geweten van Raskolnikov, hij wordt geteisterd door schuldgevoelens. Een domme huisschilder heeft inmiddels – onder enige druk van de politie – de moorden bekend, maar Raskolnikov raakt ziek en verward door de stress en onder invloed van een heel lief arm onschuldig meisje (echte liefde) kiest hij voor ‘straf”. Zo komt hij terecht in Siberië, waar het onbaatzuchtige meisje hem volgt en dagelijks bezoekt (echte liefde). Zij opent uiteindelijk zijn ogen en zijn hart, waardoor hij zich boetvaardig bekeert tot God. Inderdaad een soort soap avant la lettre, maar fascinerend om te lezen.

Ik kom hierop omdat tijdens een diepgaand nachtelijk gesprek met twee jongere mensen die mij lief zijn, schuld en boete aan de orde kwamen. De jonge vrouw, inmiddels stevig getrouwd en rechtschapen duurzaam bezig, schakelde in de conversatie stapje voor stapje terug naar door mij onvermoede en door haar onverwerkte misstappen. Fouten, zo zei ze. Ho! Mijn credo is: een mens maakt nooit expres fouten. Alles wat je in je leven doet maakt je tot de mens die je bent. Je mag al je vroegere stappen en misstappen analyseren en ook beoordelen, maar nooit veroordelen. Laat staan dat een ander dit mag.

Tenzij … ja, tenzij iemand bewust, zoals Raskolnikov, een misdaad begaat. En zoals Raskolnikov zijn er velen, mensen die de grens tussen daad en misdaad zover opschuiven dat het eigenlijk wel ‘kan’. Weliswaar niet geheel correct, maar.. ach, het voelt niet meteen als misdaad, je hoeft jezelf niet te veroordelen.

Mijn geliefde prinses met wie ik die nacht in discussie was, had op jeugdige leeftijd veel dingen onderzocht in het leven, dingen waarvan ouders nachtmerries krijgen. Zij vond, achteraf, dat het ‘foute’ dingen waren. Zij kon zichzelf niet vergeven, zij schaamde zich, was kwaad op haar vroegere ‘zelf’ die ze het liefst wilde begraven. Uiteindelijk bleek in de diepte van ons gesprek dat de oorzaak lag in haar veranderde normbesef. Zij had dingen gedaan die voor een meisje weliswaar ‘gewaagd’ waren, maar in mijn ogen niet fout, of slecht zo je wilt. Het waren de jaren tachtig van de vorige eeuw. Andere normen. Zo kom ik terug op schuld en boete. Immers, wij (religie, opvoeders, machthebbers,cultuur) bepalen wat goed en slecht is, wie schuldig is en boete moet doen. Wie in Saoudie Arabië het koningshuis beledigt maakt kans op de doodstraf. Wie beul is van beroep zal zich niet schuldig voelen als hij een ander mens het leven beneemt. Laatst las ik in een dagblad een onderzoekje waaruit bleek dat de meeste mensen het oké vinden om terroristen te martelen als hiermee mogelijke terreurdaden (en onschuldige doden) worden voorkomen.

Terug naar mijn nachtelijk gesprek: als mens reis je door perioden in je leven waarin je gewoon doet wat je doet. De kring is de norm. In de jaren zestig en zeventig deed ik dingen die ik nu als ‘buitensporig’ zou betitelen, maar ik heb er geen spijt van. Mijn prinses heeft wel spijt. In de loop van haar leven kwam ze van wilde kringen in keurige kringen terecht. Religieuze kringen ook. Dan moet er een oplossing komen, vergeving is nodig. En liefst van de allerhoogste. Daarvoor is ooit de biecht uitgevonden (en natuurlijk voor de controle). Er is onderzoek gedaan naar de relatie tussen een hoog chronisch stressniveau en verzwakking van het immuunsysteem. Onvrede met jezelf, lijden aan gewetensnood, angst en onzekerheid onderdrukken immuniteit. Mensen worden als ‘t ware ziek van zichzelf.

Bij misdaad hoort straf, dat is duidelijk. Maar schuld en boete? Hoe schuldig ben je? Hoe fout deed je? Het vergt kracht om jezelf te vergeven. Want schuldgevoelens worden je aangepraat, of beter nog aangewreven. Je doet iets wat in de ogen van anderen fout is. Dit begint al in de kleutertijd.

De Paus zegt dat Donald Trump geen Christen is omdat hij muren wil bouwen inplaats van bruggen. Geen Christen? Trump lacht erom, maar ‘t moet bij een Republikein toch hard aankomen. Zou zelfs bij zijn kiezers tot schuldgevoelens kunnen leiden.

Worstelt ieder mens met schuldgevoelens? Men zegt van wel, de visie op eigen daden kan een last zijn waaronder mensen bezwijken. Anderszins is het verbazingwekkend hoe sommigen vrolijk verder dansen, glimlachend in het openbaar, glas in de hand, de dramatische daden achter de rug. Terwijl het volk sterft van de honger viert Mugabe zijn 92e verjaardag met een enorme slagroomtaart. En hoe zit het met de bankiers? Er zijn afgezwaaide soldaten die lijden onder trauma’s, terwijl anderen kiezen voor het vreemdelingenlegioen of voor IS. Een fundamentalistische strijder die een ongelovige doodt, krijgt de zegen van zijn God. Een lieve meid die in haar jeugd baldadig was zoekt de vergeving van haar God. De mensenwereld zit vreemd in elkaar, maar zo’n nachtelijk gesprek is op zijn tijd uitstekend.

Evenals trouwens de wijn die we erbij dronken.

Kerst mis

Nu iedereen weer bezig is met de Kerstkaart, vraag ik mij af; hoe is dit zo uit de hand gelopen? Het schijnt dat in 1843 een Engelsman genaamd Sir Henry Cole voor het eerst een ‘Kerstkaart’ verstuurde, waarop een vrolijk gezin de glaasjes hief, met de tekst: “A Merry Christmas and a Happy New Year to You”. Ha, ja die tekst dus. Nog steeds populair. En afgezien van de miljarden Kerstkaarten, echt of virtueel, zijn we terechtgekomen in een complete Kerstgekte, waarin Coca Cola de leiding heeft en ijverig wordt nagevolgd door Grootkruideniers, Zoetwarenbakkers en Drankstokers. Televisiereclame in December is bloedroodgekleurd. Sinterklaas net weg of zijn opvolger Santa Claus zwaait al met de bel.
Verbijsterd kijk ik naar al die glitter en glimmer, naar melodrama, sentimentaliteit, dikke gezelligheid en hypocrisie op de buis. En al die versieringen, die lampjes, die verlichte tuinen en huizen, wat een opwarming zo vlak na het klimaatsucces in Parijs. En die mooie groene dennenbomen die in warme huiskamers staan te sterven, opgetooid met hemelse juwelen van Blokker en de Action.
Kerst moeten we vieren en dat mag wat kosten ook, elk jaar meer en nóg meer. Wat was Kerstmis ook al weer? O ja, het Midwinter zonnewendefeest met opgestookte vuren ter ere van God Odin, door ons ook Wodan genoemd. Feest van het Licht dat terugkeert en vooral in het Noorden voor opluchting zorgt, het Joelfeest, Jul in het Zweeds.
En in Finland rijdt Joulopukki in een slee getrokken door rendieren en deelt kadootjes uit. Hé, kennen we die? 200px-1864_VisitFromStNicholas_Prang
Ja maar Santa Claus is toch meer uit onze eigen Sinterklaas voortgekomen, overgevaren door de pilgrimfathers met de bijbehorende folklore, maar zonder zwarte piet.

De zonnewende werd in de tijd van Jezus al gevierd en niet Hij maar de Zonnegod werd vereerd; Ra of Helios of de Romeinse Sol Invictus. Omdat Jezus de brenger was van het Licht leek het handig om zijn verjaardag hiermee te laten samenvallen, wat in de 4e eeuw bedacht werd door Constantijn de Grote. Zo ontstond Kerstmis, het woord Kerst komt van Christus zoals we weten (werkwoord ‘kerstenen’). De ‘mis’ is Katholiek, vandaar dat protestanten liever spreken van Kerstfeest. Inmiddels denken we allemaal dat Hij geboren is op 25 december, in een stal met een ezel en een os. Deze dieren schijnen er ook bij bedacht te zijn in de 4e eeuw, hoewel het acceptabel is dat de zwangere Maria op een ezel werd vervoerd. Wat betreft de locatie rept de evangelist Lucas alleen van een voederbak, ofwel kribbe.

Goed, we vieren dus de geboorte van de Verlosser en de Brenger van het Licht. Dat kost een massa elektriciteit en zoals we weten levert de gloeilamp 10% licht en 90% warmte. Als je een Kerstengel bent en je kijkt vanuit den Hoge neer op aarde zie je héél véél licht, vooral met Kerstmis. Dat maakt Engelen en mensen blij, maar voordat je het weet smelt de Noordpool – en daar heeft Vader Kerstmis nou net zijn werkplaats. Dat gaat dus mis, ja kerst-mis.
Want hoe moet dat nou, moeten we straks sneeuw en ijs ook van plastic maken?

Rijst de bekende vraag: wat doen wij hier op aarde?
Antwoord: zoveel mogelijk consumeren, zodat we zoveel mogelijk kunnen produceren.
29156_kerstwensvreteopaarde
Wie maakte deze woordgrap ook alweer? Redelijk plat ja, maar stel dat je een buitenaardse bezoeker bent, of die Kerstengel van mijn part, en dat je afdaalt op aarde en televisie kijkt of nog erger verdwaalt op het internet, hoe denk je dan over de mens?
Redelijk plat ja.

Goed hoor ik je zeggen, wat moeten we dan? DeWereldDraaitDoor. De mensen ook. En de geldpersen. Twéé graden, dat is ons heilige doel geworden. Maar straks zitten we met 10 miljard consumenten, die gewoon doorgaan met leven en eten en drinken en lampen laten branden en rommel en ruzie maken. aarde-als-kaars

Misschien moeten we toch voor de zekerheid een serieus kaarsje opsteken met Kerst.

Beter nog, laten we alle lampen uit doen, al die versiering weg, gewoon gezellig met elkaar bij één kaars, één vlammetje. Een houtvuur mag ook. Dan een stuk brood, nou goed schapenkaas erbij, glas rode wijn want tenslotte dronk Hij dat ook. Wat geven we als cadeautje? Aandacht, meer hoeft niet. Dat lijkt toch meer op Zijn verjaardag, of niet soms? Als Jezus heeft bestaan, als hij de Messias is, of alleen maar een Profeet zoals de moslims zeggen, of alleen maar een Joodse leermeester met pech, als Hij eenvoud en soberheid predikte, hoe dan ook, áls we met Kerst iets in Zijn teken willen doen, dan is het toch niet brassen, slempen en de versierselen buiten hangen. Wel dan?

Zoals in de Thora staat heeft de mens de taak de aarde te onderhouden. Als iedereen daar nou eens deze Kerstmis mee begint. Dat is mijn Kerstwens voor mijn vrienden en eigenlijk voor de gehele mensheid.

Jerzy Kosinski

One day he trapped a large raven, whose wings he painted red, the breast green and the tail blue. When a flock of ravens appeared over our hut, he freed the painted bird. As soon as it joined the flock a desperate battle began. The changeling was attacked from all sides…
Inderdaad, uit ‘The painted bird’ van Jerzy Kosinsky, het boek waarvoor hij met de dood bedreigd werd door Poolse immigranten in Amerika, omdat hij een wrang beeld schetste van de domme, wrede en kortzichtige Poolse boeren tijdens WWII.
De geverfde vogel werd door zijn soortgenoten gruwelijk vermoord. Kosinsky koos deze metafoor, geïnspireerd door een toneelstuk van Aristophanes waarin de Griekse dramaturg vogels opvoert om menselijk gedrag aan de kaak te stellen op een onschuldige manier, in “a land of easy and fair rest, where man can sleep safely and grow feathers”(sic). Ik herlas het boek omdat het zo onbarmhartig vertelt hoe slecht, wreed, intolerant, afgunstig en mislukt de mens is. Als er een ‘schepper’ is, dan moet deze zich wel voor de kop slaan van spijt. Allemaal verzuipen, zoals tijdens de zondvloed, dat heeft niet geholpen. Als we allemaal afstammen van Noach, dan moet deze man wel erg slechte genen hebben gehad.
In Kosinki’s boek zien we de mens door de ogen van een jongetje van zes, met zwart haar en donkere ogen, in een botte wereld van boeren met blauwe ogen en blond haar. Een vluchteling. Een verschoppeling die regelmatig wordt geslagen, afgebeuld, verjaagd en seksueel misbruikt. Dat mag, omdat hij anders is. Als kind accepteert hij dit. Zo is de wereld nu eenmaal. Waar hij verschijnt wendt men de ogen af, een zigeuner, kind van de duivel, daar laat men de honden op los. Maar het kind weet zich te handhaven, vindt steeds weer in een dorp een ‘beschermheer’ waarvoor hij slavenarbeid verricht en zo overleeft hij de oorlog. Dan is hij 11 en nog vrijwel even groot als toen hij 6 was. Hij is inmiddels zijn stem kwijtgeraakt (kan dus niet meer gillen of protesteren of door verbale communicatie bewijzen dat hij ook een mens is) en komt terecht in een weeshuis voor verloren kinderen. Zijn grote vriend wordt een wat oudere jongen die ‘de stille’ wordt genoemd omdat hij nimmer een woord zegt. Terwijl goedwillende zorgverleners voor de onhandelbare kinderen ouders zoeken, of gewoon maar een thuis, zwerven deze op straat in het oorlogsmanke Warschau. Op een dag gooit de jongen op de markt (waar ze voedsel stelen) per ongeluk een groentekar om en wordt door de marktkoopman volledig in elkaar geslagen zodat hij dagenlang niet rechtop kan lopen. De marktkooplui komen ’s ochtends met hun koopwaar uit de omgeving. Met de trein. Over hetzelfde spoor waarover de transporten met ongewenste mensen naar de vernietigingskampen hebben gereden. Er is een oude wissel, niet meer in gebruik, waar de rails afbuigt naar een ingestorte brug over de rivier. Op een nacht zetten de jongens – een idee van ’de stille’ – de wissel om en wachten af. In de vroege ochtend komt de trein volgeladen met boeren kooplui voor de markt. In een apocalyptische scene ontspoort de trein en de locomotief sleurt de wagons mee de rivier in. Hoe ontredderd, teleurgesteld en boos zijn de jongens als later blijkt dat ‘hun’ marktkoopman gewoon ongedeerd op de markt blijkt te staan. Alles voor niets geweest. Het misvormde denken van kinderen, door verkeerde voorbeelden, door pijn en straf en kansloosheid, waar kennen we dit van? En later, als beide ouders van het jongetje nog blijken te leven. Met tegenzin komt hij in een gezin waarin nog een broertje blijkt te bestaan van 4 jaar. Dit broertje irriteert hem mateloos, dus draait hij de kleuter een armpje om tot het krak zegt. Zonder enige wroeging of spijt. Moeten we het kind hierom veroordelen?
Het is een boek van deze tijd, hoewel geschreven in de jaren ’70. Met de stromen vluchtelingen op mijn netvlies en de recente waanzin in Parijs heb ik ‘The painted bird’ weer uit de boekenkast getrokken. Mijn God, zo die al bestaat, wat een hopeloosheid. Het jongetje leert bidden en er wordt hem verteld dat hoe meer je bidt hoe meer ‘days of indulgence’ je zult bekomen. Hij bidt en bidt, blijft er nachten voor wakker. Maar op een dag vraagt hij zich af waarom God niet alle mensen blond haar en blauwe ogen geeft, dat zou het probleem immers oplossen; iedereen ‘days of indulgence’. In de huidige tijd zou je willen bidden dat God iedereen zwart maakte, zoals we van oorsprong allemaal zwart geweest zijn, omdat de moderne mens, volgens DNA-onderzoek, ongeveer 200.000 jaar geleden ontstaan is in Afrika. Pas 40.000 jaar geleden kwamen de eerste vluchtelingen naar Europa. De mens is zich als primaat meer en meer gaan onderscheiden van andere zoogdieren door intelligentie, door geestelijk bewustzijn. Dat heeft de soort twee dingen gebracht: uitvindingen – zoals bijvoorbeeld de Kalashnikov en de atoombom – en Goden. En daarmee is het vreselijk misgegaan. Want met een God als back-up kun je zonder wroeging of spijt de wapens opnemen. Er staan immers genoeg aanwijzingen en voorbeelden in de heilige geschriften. Dood aan de anderen. Aan de anders gekleurden, aan de geverfde vogels.
Ja, ik zou zeggen, allemaal Jerzy Kosinsky nog eens uit de boekenkast pakken.

In de sportschool

In de sportschool voel ik mij niet op mijn plaats. Bewegen is gezond, dat geef ik toe, maar zinloos bewegen is op z’n zachtst gezegd saai, om niet te zeggen dom. Lopen op een zich voortrollende lap rubber is tijdverspilling, want je loopt wel maar komt niet vooruit. Vroeger deden alleen domme dieren dit, zoals witte muizen in zo’n loopmolentje. Goed, men doet het om wat aan de fysieke vorm te werken. Bijvoorbeeld om af te vallen, dit laatste vooral, want de obesitas slaat hard toe dankzij onze voedselindustrie. Coca Cola en Unilever propageren nu bewegingsprogramma’s om de aandacht af te leiden van hun verwerpelijke suikerstrategie. Overal suiker in doen, hoe zoeter hoe lekkerder en hoe beter het verkoopt. Ik las eens dat in gewoon brood al ruim 3% suiker zit. De mens is een zoetekauw. Dat is goed voor de sportschoolondernemers. En voor de tandartsen natuurlijk. Veel vette figuren in de sportschool, die op advies van de therapeut naar hun ideale gewicht fietsen of lopen of rekken en strekken. Zelden echte sportievelingen gezien, ik bedoel afgetrainde lijven met bonkige gewrichten tussen de spierbundels. Ik kom wellicht niet in de juiste – of de echte – sportschool, die ook wel krachthonk wordt genoemd. Daar zou ik mij trouwens ook niet op mijn plaats voelen. Het grappige is dat de dikke mevrouwen en de buikige mannen wel in sport-ornaat gekleed gaan, alsof het aantrekken van de sportbroek al een louterend effect heeft. Er is ook een gezette moslima aanwezig en daar heb ik het wel mee te doen, want over haar sportbroek draagt ze een lange jurk die op een jas lijkt, plus natuurlijk haar hoofddoek van waaronder zij kleine straaltjes inspanningsvocht op de loopband morst. Genoeg hierover, ik ga het ook niet meer hebben over die oude moeilijk lopende dames die op de fiets worden gehesen. Zou het nog helpen? Halverwege mijn leeftijd heb ik het ook eens een jaartje volgehouden; de sportschool bedoel ik. Opstrakken, aan je conditie werken. Maar ook toen kon ik mezelf niet blijvend motiveren. Zonde van mijn tijd. Net als zonnebaden, of erger nog op de zonnebank je tijd verdoen. Bovendien ben ik niet dik. Een vriendin wil minstens honderd worden en werkt daar aan, door elke ochtend haar lichaam een uur lang in bochten te wringen en een ascetisch dieet te volgen. Wie wil er honderd worden?
Regelmatig – ja we worden niet alleen dikker, maar ook ouder – zie je in de krant foto’s van honderdjarigen die in de bloemetjes worden gezet. Op radio en televisie vertellen ze hoe ze het voor elkaar hebben gekregen. Valt mij altijd weer op dat dit geen ingewikkelde, laat staan intellectuele verhalen zijn. Het is gewoon vanzelf gebeurd, door elke dag door te gaan met wat ze gisteren deden. Geen sportschool aan te pas gekomen,laat staan een dieet. Ja, zuinigheid en vlijt, dubbeltjes omdraaien en geen gekkigheid, dat helpt. Valt mij ook op dat die oudjes nooit dik zijn. Hebben denk ik ook nooit van obesitas gehoord; ik ken dat woord zelf pas een kleine twintig jaar.
Zag onlangs een foto in de krant van een man die honderdtien jaar oud is. Die heeft van héél veel dingen nooit gehoord, want hij komt uit Afghanistan. Een vluchteling ja, na een maand reizen aangekomen in het beloofde Duitsland, in Beieren. Waar je volgens mij veel bierbuiken ziet, maar dat is natuurlijk een vooroordeel. Helaas kan deze oude Afghaan niet zien wat welvaart is, want hij is blind. En de beloften van een betere wereld hoort hij ook niet, want hij is ook doof. Dat gebeurt als je ouder wordt, veel ontgaat je dan. Voornoemde vriendin zegt dat je ook je ogen en oren kunt trainen, daar zijn cursussen voor. Maar natuurlijk niet in Afghanistan. De oude man loopt ook moeilijk, want er staat bij dat hij vrijwel de hele weg gedragen werd door zijn familie. Denk je eens in hoe vreselijk en dreigend het leven om je heen moet zijn om als familie, met medeneming van je grootvader van honderdtien, op de vlucht te slaan. Een máánd onderweg. Alles achterlaten.
Dat soort dingen denk ik dan als ik eens een keertje doelloos voortloop op de loopband in de sportschool.