Schrijven

Uitgelicht

Al die handelingen die je verricht voordat je eindelijk eens een keer gaat schrijven.
Ik bedoel; je bent van plan te gaan schrijven als je opstaat, maar er komt iets tussen.
Eerst koffie, uiteraard. Dan ligt daar de krant, ja die moet je even inkijken. Stel je hebt een huisdier, dan moet die ook aandacht hebben natuurlijk. Bovendien begint je vrouw een gesprek over een lekkende dakgoot of ander huiselijk ongemak, net op het moment dat je op weg bent naar je schrijfkamer. Stel dat je een vrouw hebt. Of een schrijfkamer.
’s Nachts in bed, als je toevallig midden in de nacht wakker wordt, concipieer je een prachtig verhaal in je hoofd. Je zou eigenlijk moeten opstaan en meteen aan de computer. Schrijven. Nu het nog vers is. In het beste geval krabbel je een paar onleesbare notities op de bloknoot die je als schrijver altijd naast je bed hebt. Vanwege de invallen. Die de volgende ochtend onbruikbaar blijken. Hoe dan ook, in het beste geval lukt het je in de loop van de ochtend je computer te bereiken en de map ‘schrijven’ te openen. Dit is gevaarlijk, want voor je het weet zit je verdiept in oude verhalen die je al hebt geschreven. En als je niet oppast ga je die zitten verbeteren en dat moet je gewoon niet doen, want je vond het al goed toen het na veel gezwoeg en verbeter en geschrap en geschaaf eindelijk af was. Afblijven dus. Gelukkig hebben we e-mail, dus daar kun je even afleiding zoeken.
Al gauw zit je via Google ergens op het internet om – zoals je jezelf verklaart – materiaal te vinden voor je verhaal, voor het boek dat ook nog geschreven moet worden. Dan is er nog Facebook en LinkedIn. Niet doen. Allemaal onzin voor mensen die niks anders te doen hebben. Jij hebt het te druk, je moet schrijven. Dus terug naar het nieuwe word-document. Natuurlijk doe je dat, ja zeg je laat een daar een beetje afleiden. Schrijven is focussen. Goed, je weet waar het verhaal over gaat want het zeurt al dagen, soms zelfs weken door je kop. Maar de éérste zin, daar gaat het om, die eerste zin is beslissend. De titel kun je later nog wel eens bedenken, maar die eerste zin heb je nodig om meteen zelf in het verhaal te glijden als ’t ware. Na een goeie eerste zin schrijft het verhaal zich vanzelf. Zo’n zin komt natuurlijk niet meteen. Het is handig om alvast maar een kopregel te tikken, maakt niet uit, kun je later nog veranderen. Gewoon spontaan een kopregel schrijven, dat helpt vaak. Maar het probleem is dat de maag nu knort en ineens heb je een onvoorstelbare trek in koffie. Er moet dus koffie worden gemaakt anders kun je niet verder. En dan meteen maar iets erbij eten. Boterhammetje maken en de kasten doorzoeken naar zoete koek, hoewel je nog lang niet toe bent aan een beloning. Terug achter je computer schrik je toch wel een beetje dat de tijd zo snel vervliegt. Het is al weer dik in de middag en nog geen letter op papier – bij wijze van spreken. Buiten waait het. Als er maar niks omwaait. Misschien moet je even een rondje om het huis maken om te zien of alles oké is buiten. Ja alles is oké. Een waterig zonnetje breekt door. Nu moet er toch echt geschreven worden anders is het voor je het weet weer etenstijd en als het televisiejournaal eenmaal begint dan komt er van schrijven niet veel meer. Want wie weet is er wel een goeie film of een boeiend programma op de VPRO. Zoals andere tijden.
Andere tijden… toen schrijven nog makkelijk was

De Moerman Vereniging voor Gelovigen.

Wie kanker heeft kent ongetwijfeld de naam Moerman en wellicht ook de Vereniging die zo heet, maar zichzelf kortweg MMV noemt, wellicht omdat de naam Moerman niet altijd bij iedereen positieve gevoelens oproept. Over de inhoudelijke ongenuanceerdheid van het tijdschrift en de beleefdheidsnormen van de Vereniging, waarvan ik al vele jaren lid ben, wil ik het even met u hebben. Maar eerst een korte inleiding om mijzelf te introduceren.

In het jaar 2002 werd in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis vastgesteld dat ik een tumor had, een zogenaamde wekedelen sarcoma. Deze tumor had ik al jaren, zichtbaar groeiend in mijn rechterwang. Door de behandelende professor in het AMC in Amsterdam was dit groeisel ooit ‘lichaamseigen weefsel’ genoemd, waarover ik mij geen zorgen diende te maken. Een biopt had geen positieve resultaten opgeleverd, evenmin trouwens als de poging om het weefsel weg te snijden. Het bleef gewoon langzaam doorgroeien. Uiteindelijk, na zorgelijke jaren, bevestigde een KNO professor in het AvL dat de biopt bij nadere bestudering wel degelijk positief was.
Ik had dus kanker en werd lid van de Moerman Vereniging, omdat ik na bestudering van zijn werk denk dat hij gelijk had; kanker en voeding hangen samen. Sinds die tijd eet ik dus gezond en de sarcoom houdt zich rustig.

In 2012 werd vervolgens prostaatkanker gediagnosticeerd en ik verzeilde wederom in het AvL. Ik schreef er een boekje over, getiteld ‘MANNEN je sluipmoordenaar heet testosteron’. Dit boekje is her en der besproken en via boekhandel en internet verkrijgbaar en het ligt zelfs in de bibliotheek van het AvL, omdat de hoogste uroloog, professor Simon Horenblas, het voorwoord schreef. Met deze inleiding wil ik even beklemtonen dat ik een ervaringsdeskundige ben en nog steeds het AvL frequenteer.

Nu dan het MMV. Van deze vereniging ben ik nog steeds lid, zij het met groeiende tegenzin. Over die tegenzin wil ik het hebben, om lotgenoten enigszins te waarschuwen. Want, hoewel er in het MMV-tijdschrift genaamd ‘Uitzicht’ vaak heel aardige informatie staat, zeker over voeding, blijkt het toch een blad dat alleen geschreven wordt voor – en door – gelovigen. Fundamentalisten zou ik zelfs willen zeggen. Dit blad, dat er na een restyling vreselijk uitziet qua typografie en lay-out (ik zeg dit als professional), loopt over van gepreek voor eigen parochie. De website, hoewel minder lelijk van uiterlijk,is ook in dezelfde ‘gevaarlijke’ toonzetting geschreven. Ik citeer even: “Bent u kankerpatiënt? Dan is de Moermantherapie een echte aanrader. Die helpt u bij de genezing én overleving, zo wijst de ervaring van ontelbare patiënten uit”. .
Ik zei het al, het doet denken aan fundamentalisme waarbij geen ruimte is voor een ander geluid of een ander geloof. De mensen die hun verhaal vertellen over hun ‘strijd’ tegen kanker hebben een gemeenschappelijk profiel, dat beelden oproept van blote voeten in sandalen. De reguliere geneeskunst wordt vaak hinderlijk weggezet in de hoek van onkunde en gebrek aan inzicht. Voor een deel terecht, geef ik toe, omdat protocollen hier vaak prevaleren boven voortschrijdend geloof in andere opties en (toegevoegde) alternatieve therapie.
Als lid van de Vereniging en kanker hebbend erger ik mij – zoals u inmiddels begrijpt – aan de veelal ongenuanceerde verhalen met kopregels als “mijn moeder overleefde veertig jaar met Moermantherapie”. Of “Toen zij was gestopt met chemo, herstelde ze”. Of “Na drie maanden was er geen kankercel meer te bekennen”.
Als u meer van dit soort wat brallerige kopregels wilt zien verwijs ik naar de website onder het kopje ‘ervaringen’.
Kunt u zich voorstellen dat reguliere artsen de rillingen krijgen als ze dit blad zien? Ik noemde het gevaarlijk en dat is het ook, net zo gevaarlijk als een kliniek in Duitsland.
Het is jammer dat MMV niet meer toenadering zoekt tot de reguliere geneeskunde en zich integendeel blijft afzetten. Het is een beetje een rancuneus tijdschrift, als ik het zo mag noemen. Nog steeds zijn de Moerman adepten boos dat hun heilige zo respectloos is behandeld door de universitair geschoolden.
Tot slot waarom ook ik boos ben en daardoor tot dit stuk gekomen ben:
Twéé keer heb ik een artikel aangeboden aan het blad met de toevoeging dat het misschien goed is om de leden ook eens een ander verhaal te laten lezen, met meer kritische noten erin, humor ook, afstandelijkheid en – ja – tevens de verbetenheid waarmee een kankerpatiënt zijn ziekte te lijf gaat. Ik ben schrijver, het is mijn vak en mijn boekje over prostaatkanker wordt bijvoorbeeld goed gelezen en positief beoordeeld, vooral ook door de relativering die ik betracht.
Relativering is MMV vreemd. Als je niet overduidelijk tot hun geloofsrichting behoort, krijg je op je emails niet eens antwoord van hoofdredacteur van Groningen. Niet na toezending van je verhaal, niet na toezending van een herinnering, nee gewoon helemaal geen antwoord. Zelfs niet een beleefd berichtje in de trant van ‘helaas is uw verhaal niet geschikt voor ons blad’..Dat zou ik mij nog kunnen voorstellen. Maar nee, MMV is onbeleefd om niet te zeggen…
Enfin, ik zei het al, fundamentalisten. We zien hier weer de gevaarlijke tegenstelling tussen Geloof en Wetenschap in een blad dat beter “Inzicht” zou kunnen heten, want daaraan ontbreekt het de MMV-ers nogal.

Christian Oerlemans
www.christian-oerlemans.net
www.extaze.nl

Dromen waar maken

Dromen waarmaken.

Terwijl ik op mijn computer met alle geweld een ‘.esp’ bestand wil openen – niet omdat het nodig is, maar omdat ik het wil – loopt de boel vast en dus besluit ik een pauze in te lassen. De pc is een soort magneet, als ik er eenmaal achter zit blijf ik plakken. En als ik me losruk, ga ik op mijn telefoon mijn email checken. Enfin, een pauze dus.
In onze woonruimte luistert niemand naar classic fm (we zijn altijd in de werkruimte), maar desalniettemin wordt de zender elke ochtend trouw ingeschakeld. Het repeteerkanaal van populair klassiek. Onbewust tijdens ontbijt, koffie halen, broodje maken, krant kijken, pauze houden hoor je de nummers natuurlijk honderdmaal voorbij komen en voor je het weet fluit je ze mee. Zo hoorde ik alweer Tchaikovski’s pianoconcert nummer 1. Volgens mij ook nummer 1 in de toptien van populair en meest verknoeid, verminkt, vercommercialiseerd. Zo kom ik op voetbal. Champions Leage muziek. En natuurlijk Messi, want dat is toch wel de gedroomde voetballer. Elk voetballertje droomt ervan om Messi te worden.
Barcelona, Spanje dus. Als we het over piano hebben denk ik aan de jeugdige (19 jaar) pianiste Rosalia Gómez Lashera. Graag zet ik haar naast Messi, Rosalia naast Lionel. Zij is weliswaar minder bekend, verdient minder geld, maar zij won wel de eerste prijs van de Youth Piano Foundation(YPF) in 2013. Nu vraag ik u, wie maakt de meeste trainingsuren, Rosalia of Lionel?
Terug naar de piano. Als ik mooie pianomuziek hoor denk ik aan Kees de Jongen die onder het raam staat, pianomuziek hoort en dan droomt dat hij een beroemde pianist is. Zomaar ineens, zonder enige oefening gewoon zíjn wie je wenst te zijn. Is dat niet waarvan ieder mens stiekem wel eens droomt? De beste voetballer van de wereld zijn, of de beste pianist of gewoon maar rijk, of beroemd. Of leuk, of populair, kortom dat jouw droom ineens waar wordt gemaakt. Door een toverstafje, een engel of god misschien. (Dit laatste als we bidden vergelijken met dromen). Vissermanneke Piggelmee die met zijn vrouwtje in een Keulse Pot op het strand woonde, kreeg ooit de kans via een vis (Christelijke symboliek?) die zijn wensen vervulde. Maar helaas, zijn vrouwtje wilde meer en beter en hoger en tenslotte wenste zij koningin, paus en zelfs god te worden. De straf was dat zij beiden terug in de Keulse Pot moesten.
Een tijdje geleden las ik dat jeugdige voetballertjes bij een onbekende amateurclub in Brabant gescout worden door topclubs. Mannekes van vijf, zes jaar oud. Jong? Ja, maar op die leeftijd kan de kenner al zien of er talent in zit, qua motoriek, reactiesnelheid, coördinatie, gevoel voor de bal. Ditzelfde geldt voor andere sporten. En voor muziek natuurlijk, hoewel gevoel voor de bal dan niet nodig is. Die kinderen met talent verrichten enorme trainingsarbeid, elke dag uren oefenen, honderd keer hetzelfde doen. Je moet er niet aan denken, maar in dit voorbeeld vroeg de reporter aan twee van die voetballertjes die door Feyenoord waren gescout en twee keer in de week mochten (moesten) komen trainen in Rotterdam, of ze dit niet vermoeiend vonden. Haha. Ze vonden het geweldig! Dat is het bijzondere: kinderen (mensen) met talent hebben nooit een hekel aan trainen, want zowel hun lichaam als hun geest wil niets anders. Daarom heeft het geen zin om te dromen dat je zomaar aan de top komt. Als je iemand moeiteloos pianoconcert nummer 1 van Tchaikovski ziet spelen, vergeet je dat er heel veel training aan vooraf is gegaan. Hoe moeitelozer het eruit ziet, hoe meer je dit vergeet. Ik wil maar zeggen, het heeft geen zin om je suf te oefenen als je geen talent hebt. Een kind dat op zesjarige leeftijd geen balgevoel en scoringsdrift heeft, wordt nooit een Memphis (en gaat dus ook geen 6 miljoen per jaar verdienen). Zelfs niet als de ouders daar alles voor over hebben. Zoals de moeder die in gememoreerd verhaal over voetbalkleuters een wenstekst op haar T-shirt droeg: ‘ik ben de moeder van een topvoetballer’. Arm kind. Het omgekeerde komt ook voor; ouders die er absoluut geen zin in hebben om hun kleuters van hot naar her te brengen voor trainingen, lessen en concoursen, uitvoeringen, wedstrijden. Zo gaat veel talent verloren. Zo kunnen niet waargemaakte dromen ontaarden in nachtmerries.

30 Dagen in een camper.

Dertig dagen in een camper.

Ruim zestig jaar geleden heb ik voor het laatst gekampeerd. In een zogenaamd sheltertje. Mijn vriend en ik fietsten naar Bouillon omdat we het kasteel van ridder Godfried wel eens wilden zien. Een tegenvaller. Maar in de buurt woonde een penfriend van een nichtje, dus die gingen we gedag zeggen. Zaterdagmiddag, niemand thuis. Maar geen probleem, er was een ruime tuin met grasveld en wij hadden immers ons sheltertje. De bewoners keken er wel van op, twee jongens in een tent in hun achtertuin. Maar het bleken prima Belgen. We kregen te eten, mochten zelfs in bad – een duo ligbad – en we kregen een bed toegewezen. Op zondag gingen we na het ontbijt wandelen in het park, met de penfriend – een mollig meisje – en haar vriendelijke ouders. Zij in Zondagse kledij, wij fris gewassen in de korte broek. Waarom kom ik hierop? Omdat we in een camper zitten, tijdelijk, wegens de verbouwingen aan onze nieuwe woning in Zaltbommel. Het woord nieuw heeft betrekking op onze emotie. Het pand staat er al sinds de zestiende eeuw. Wij kamperen dus, of liever gezegd, wij camperen op de camping in een dorp genaamd Bruchem. Onze buurman zit bij goed weer voor zijn huisje dat hij zelf heeft verbouwd tot een soort mini villa. Door privé omstandigheden verzeilde hij hier vijfentwintig jaar geleden. Hij huurde een kampeerhuisje, niet voor de vakantie, maar als tijdelijke oplossing voor zijn woon- en andere problemen. Nooit meer weggegaan. Nu heeft hij zonnebloemen van drie meter hoog in zijn tuintje. Er zijn nog andere permanente bewoners, zoals een lange man die overloopt van vriendelijkheid en je al gedag zegt voordat hij je heeft gezien. Voorts de half permanenten die van april tot oktober in een caravan wonen met ervoor een driedubbele tent met voorzeil en televisie schotel. En omdat we in de Bommelerwaard zijn, worden alle vakantiehuisjes op deze camping- drieëndertig– bezet door Polen. Ze schijnen goed te verdienen in de glastuinbouw, als je hun inkomsten afmeet aan de BMW’s en Audi’s op het parkeerterrein. Die Polen zijn er de oorzaak van dat wij in een camper zitten. Nergens onderdak te krijgen in de buurt van Zaltbommel. Gelukkig hebben we een schoondochter die groot geworden is met kamperen en dus over een camper beschikt. Een grote. Menige camperbezitter heeft afgunstig staan kijken naar de tandemassen waarop wij bivakkeren. Dubbele assen meneer, hoe groot is uw camper? De mijne is toch wel zes meter, maar die van u… acht meter misschien? Dan lach ik bescheiden. Tenslotte ben ik de eigenaar niet en is het formaat niet gerelateerd aan mijn persoonlijkheid.
Dat redden jullie nooit, zei mijn schoondochter, jullie zijn luxe gewend. Ha, we hebben storm en regen getrotseerd, we lopen met ons badtasje naar de douche (die soms bezet is). Voor 50 cent weer fris en haren ook gewassen. Willemine doet de was in de wasmachine, de enige op deze camping. Op zondag vanaf acht uur ’s ochtends bezet door Polen. Willemine heeft dus geleerd om op maandag te wassen – maandag wasdag nietwaar. Helaas geen strijkijzer voorradig, dus mijn shirts zijn wat kreukelig. ‘Heb je al campingslippers?’ vroeg een vriend telefonisch. Ja, de eerste dag meteen gekocht, 15 euro, van die blauwe. Willemine wilde dit prototype niet en kocht modieuze badslippers die moeilijk droog worden. Ook meteen de eerste dag gekocht: badjassen bij de Hema en heerlijke pantoffels met rubber zolen waarop je ook buiten kunt lopen. Buiten is het gras. Meestal nat.
Met de waterslang vullen we de tank en we hebben een klein privé watercontainertje voor mijn Nespressomachine en de thee van Willemine. Paar dagen geleden was het gas op. Dus geen warme gaskachel en ’s nachts minder dan tien graden. Moest ik met de lege fles naar den Bosch, industriegebied, nooit zo’n mooi gasbedrijf gezien, overal gasflessen en handige accessoires in de aanbieding. Helaas had ik alleen gas nodig. Mijn tank was in een wip gevuld voor 35 euro – jeetje wist niet dat gas zo zwaar was. ’s Avonds hebben we dus gezellig de gaskachel aan en Willemine kookt fantastische éénpansmaaltijden – hoewel ik moet toegeven dat we ook vaak buiten de camperdeur eten.
Vervelende bijkomstigheid is de toiletgang op deze drukbevolkte camping (bijgenaamd de Polencamping). We hebben gelukkig een wc aan boord, maar die loost en spoelt in een soort grote plastic doos, door Van Kooten een poepkoffer genoemd. Het begrip koffer doet denken aan een handzaam formaat, maar dit is meer een excrementencontainer met het formaat van een hutkoffer. We hebben afgesproken dat wij geen grote dingen in die koffer doen. Alleen vocht, vermengd met blauwe frisstinkende vloeistof die we – gelukkig – bij de Action konden scoren. Het waren de laatste twee flessen, seizoen loopt ten einde.
Het is om de paar dagen een heel gedoe: Willemine en ik elk aan een kant de handgreep van de container torsend, waarin ons eigen vocht plus blauwsel van de Action heen en weer klotst, enigszins door de knieën gebogen voorzichtig lopend dat hele eind naar de enige wc waarin het chemische toilet mag worden geledigd.
Maar, we vinden het nog steeds gezellig, ’s avonds met een glaasje wijn, een huisje van pakweg dertig vierkante meter. Oh, oh wat is ons nieuwe huis in Zaltbommel, waarheen we ons dagelijks begeven om werkers en aannemers te begeleiden, groot. GROOT. Wel tien keer zo groot. Waarom zo’n groot huis op onze leeftijd? Je mag ouderdom ook best de ruimte geven, bovendien heeft Willemine als beeldend kunstenaar erg veel spullen. VEEL dus. Oud huis, prachtige steile trappen. Zijn we blij mee, want zei niet die Japanner van honderdvijf, gevraagd hoe hij zo fit kwam: ‘altijd de trap nemen en zelf je tas dragen’.
En over groot gesproken: kortgeleden een enthousiast artikel in de lokale krant, Dutch Berries heeft nieuwe kassen in Zuilichem, oppervlakte 20 hectare – ja je leest het goed. Daar worden miljoenen aardbeienplantjes vertroeteld. Door wie? Inderdaad, door Polen. In voor- en najaar zijn vierhonderd extra aardbeienplukkers nodig….
Eveneens in de lokale krant lezen wij dat er in de Bommelerwaard niet alleen aardbeien, maar ook huisvestingsproblemen groeien.

Alternatief

Lang geleden toen ik nog hard liep, knalde ik met mijn voorhoofd in volle vaart tegen de kopse kant van een stalen balk. Het was de balk van een zonnescherm dat op voorhoofdshoogte was neergelaten. Voordien nimmer neergelaten geweest, leerde ik later, toen ik bijkwam. Het hing ineens in mijn traject; poortje onderdoor, scherp de hoek linksom langs het rozenperk en bwahmm. Aardige mensen van een gelijkvloers kantoor, kwamen mij optillen, gaven mij een glaasje water. Enfin, voor de zekerheid naar de 1e hulp, ja hoor zware hersenschudding. Daarmee moet je geduld hebben, heb ik ondervonden. Na een paar dagen weer aan het werk, en weer een paar dagen later volledig uitgeteld, als een dweil drie weken op de bank. Dat je het maar weet, denk niet te licht over het schudden van je hersens. Maar ik wil het daarover niet hebben. Interessanter is dat ik erna mezelf niet meer okee voelde. Neurologische onderzoeken en ga maar even door. Niks te vinden. Volgens mijn buurman, de fysiotherapeut gespecialiseerd in rug- en nekproblemen, had ik een whiplash…ha, dat is een kwetsuur die niet meetelt in de medische wereld. Wat nu te doen? Massage, natuurlijk en het spierstelsel onderwerpen aan prikkelende zwak elektrische stroompjes. Je moet het lichaam helpen zichzelf te genezen. Zenuwbanen voelen zich gekwetst, vandaar. Ter oriëntatie bezocht ik een bijeenkomst van verenigde whiplashlijders(sters). Wow…nooit zou ik meer beter worden. Zelden zulk georganiseerd doemdenken meegemaakt. Ik kreeg de indruk dat sommigen hun whiplash koesteren. Daarna elke week naar een dure kliniek, aan het infuus. Reiki behandelingen ook. Canadese massage die verrekte pijn deed. Heel bijzonder waren ook mijn visites aan een man (garagemonteur) met genezende handen. Had zijn gave ontdekt toen de hond van de buurman ziek was. Hij had die hond beter gemaakt. Erg lieve man, deed het uit hulpvaardigheid, vroeg slechts een tientje voor een uur magnetisme. Helaas hielp het niet. Ook nog op advies – je krijgt veel advies, ongevraagd ook – naar Zuid Limburg geweest waar een fantastische aura-lezer mijn energiebanen ging rechtzetten. Hielp ook niet. Mensendieck gedaan, wekelijks trainingen op de mat en thuis oefenen, ja hielp wel, dit helpt volgens mij iedereen. Mijn buurman, voornoemde fysiotherapeut, had een vriend die arts was en deskundig kon kraken. Heb ik één keer laten doen, als volgt: mijn hoofd onder zijn arm, ‘nu even volledig ontspannen, wees niet bang, laat maar gaan…’ En toch nog onverwacht rukte hij zowat mijn hoofd van de romp. Misschien heeft het geholpen, maar ik durfde geen tweede keer.
Hoe kom ik op deze verhalen? Omdat ik vijf jaar gesukkeld heb en in stad en land het alternatieve circuit heb leren kennen. Als de dokter zegt dat je niks mankeert, terwijl je zelf het tegendeel voelt, dan kun je twee dingen doen: dagelijks met een neksteun somber naar het weer gaan zitten kijken, ofwel op pad. Omdat dit inmiddels mijn vierde hersenschudding was – ja ik loop nog wel eens met mijn kop ergens tegen aan, teveel in gedachten denk ik, of te haastig – had ik wat inmiddels Post-Concussion Syndrome genoemd wordt. Rust helpt zegt men en vooral weinig stress haha, je nek staat stijf van de stress. Maar goed, ik ben er uiteindelijk overheen gegroeid zoals dat heet, beetje nekpijn went wel. Het meest irritante was uiteindelijk ‘oorsuizen’ (tinnitus) maar daar kan ik inmiddels ook mee leven.
Even tussendoor: in het tijdschrift voor slechthorenden schreef ik een artikel getiteld ‘krekels in mijn hoofd”. Het was bedoeld als opbeurend verhaal, een beetje zoals ik ook een opbeurend boekje heb geschreven over prostaatkanker, en ik kreeg mooie reacties. De mooiste was een lange brief van een non. Zij woonde met nog een paar nonnen in een klooster. Haar tinnitus klonk als een zware dieselmotor schreef zij. Zij was altijd blij als zij aan de beurt was voor het gebruik van de ‘Walkman’, dan lag zij in haar cel met muziek op de oren. Er waren meen ik tien nonnen, dus eens in de tien dagen was zij enigszins bevrijd van die bonkende motor in haar hoofd. Mijn god dacht ik – dacht zij waarschijnlijk ook – wat kost zo’n walkman nou helemaal. Dus gekocht en toegestuurd en kreeg een heel lieve bedankbrief. Nee zij hoefde haar eigen walkman niet te delen met de andere zusters…
Ja er schuilt veel triestheid onder de mensen. De auteur die hierover aangrijpend schrijft is Griet Op de Beeck. Ik noem haar omdat ik net haar laatste boek heb gelezen: ‘Het beste wat we hebben’. Een goede gezondheid is wellicht het beste wat je kunt hebben, afgezien van liefde. Omdat ik op mijn leeftijd veel mankementen ervaar, krijg ik veel tips. Goed bedoeld natuurlijk. Zo werd mij laatst door een nogal spirituele vriendin een genezer aangeraden hier in Portugal, waar ik veelal verblijf.
De weg erheen was omslachtig en lang. Ik mocht om 20:30 komen omdat er iemand was uitgevallen. Een half uur over de snelweg, dan twintig minuten het achterland in en uiteindelijk nog een heel eind doorsukkelen over een zandweg. ‘U herkent het huis wel’, zei de assistente. ‘Het heeft een etage (inmiddels verboden hier in de campo) en er staan veel auto’s’. Toen ik uiteindelijk maar wel precies op tijd arriveerde stonden er inderdaad langs de zandweg veel auto’s. In the middle of nowhere, zoals dat heet. Het hek stond open en ik werd tussen twee touwen naar een achteringang geleid. Hier waren handgeschreven instructies op de marmeren stoeptreden geplakt: geen mobiele telefoons hier in huis, laat je telefoon in je auto!. Deur was half open. Via een rommelige hal moest ik een roze marmeren trap omhoog. Op de trap stonden mensen. Op de overloop nog meer mensen en rechts in een kleine kamer nog meer mensen. Boven aan de trap linksaf was het heel erg druk. Verontschuldigingen mompelend drong ik verder totdat ik de assistente zag. Oudere mevrouw met hoornen bril in donkergrijze japon op een plastic stoel achter een soort balie waarop merkwaardige voorwerpen, zoals een groot roze pluchen spaarvarken. Rechts een kamerscherm uit betere tijden, beplakt met krantenknipsels en handgeschreven opwekkingen, alsook de prijslijst: 10 euro voor een consult, 20 euro voor een behandeling. ‘Wat zijn uw klachten?’ vroeg zij. Ik noemde er een paar. ‘Ja, dat is wel genoeg’ zei ze. ‘Druk hier’ merkte ik op. ‘Ja, de mensen komen hier omdat ze geholpen worden’. Ik telde minstens dertig klanten, voornamelijk Portugezen, maar ook enkele Nederlanders, een Engelsman en twee Duitse dames. Regelmatig kwam iemand 10 of 20 euro afrekenen. Ik mocht tegen de wand zitten naast een man met wonderlijke sensors op zijn oren. Hij zat aan een paar draden bevestigd. Tegenover mij twee mannen op blauwplastic stoelen voor een televisie, met voor de borst op een standaard een soort metaaldetector, of stofzuigermotor, dat kan ook. Er stonden apparaten met digitale cijfers en knipperlichten. Na driekwartier was ik nog niet aan de beurt. Achter het kamerscherm werden mensen geholpen en achter een deur links van mij verdween nu en dan iemand, die daar kennelijk ook werd geholpen. Een oosters uitziende vrouw hielp met de apparaten waaraan mensen werden gekoppeld. Een niet onaardige blonde vrouw liep nu en dan voorbij. Ook zag ik een kalende man naar het gangetje gaan. De genezer? Het rommelige vertrek met oude posters en slordig gestapelde tijdschriften werd verlicht door een kaal peertje aan een draad, plus de leeslamp van de assistente. Het werd buiten aardedonker. Ik maakte me zorgen want slechte ogen vormen een van mijn mankementen. Als ik nog maar terug kon over dat smalle zandpad…
Post-Concussion Syndrome: vooral weinig stress, dat helpt zegt men. Hoezeer ik ook kennis had willen maken met deze genezer die voor weinig geld zoveel mensen helpt en ongetwijfeld onbaatzuchtige bedoelingen heeft, ik kon het niet langer uithouden op die plastic stoel in dat overvolle kamertje.
‘Ach’ zei de assistente ‘wat jammer nou, wilt u een andere afspraak maken?’
Ik denk er nog over na.

Mannen en vrouwen, oorlog en vrede.

Mannen en vrouwen, oorlog en vrede.

De Australische bioloog Jeremy Griffith heeft met zijn boek “Freedom” een beweging in gang gezet die langzamerhand begint door te dringen tot onze hersenen.
De boodschap is: wij zijn niet slecht, we gedragen ons slecht en we zijn hiertoe geconditioneerd geraakt over de afgelopen 2 miljoen jaar. De 3 of 4 miljoen jaar daarvoor leefden we in onschuld, in kleine vreedzame groepen waar de moeders het voor het zeggen hadden. Ik ga hier niet het boek bespreken ( 800 pagina’s), maar wil slechts aangeven dat het een icoon is van ons huidig tijdsgewricht.
Ik vraag mij wel eens af waarom wij het enige dier op aarde zijn met ontwikkelde hersens. En waarom die ontwikkeling? Wat heeft het ons gebracht? Voornamelijk oorlogen. En de ongelijkheid tussen de seksen. (En niet te vergeten plastic soep, sloppenwijken, vluchtelingen, Poetin, Trump, Xi en Kim en nog meer ellende).
De enige dieren, niet toevallig ook primaten, die enigszins kunnen denken zijn de Bonobo’s. Zij komen ongeveer zo ver als een 2 jarig mens. Bonobo’s leven vreedzaam in kleine groepen en de mamma’s zijn de baas. Hier komen we tot een kernpunt in de filosofie van dr. Griffith: ooit in de kindertijd der mensheid leefden wij in kleine groepen in een matriarchaat. De vrouw zorgde voor het indoctrinatieproces van liefde en zij was voldoende assertief om de paringsdriften van concurrerende mannetjes te bezweren. Zodoende stond liefde centraal, liefde en zorg voor de borelingen, het nageslacht. Empathie, saamhorigheid, verbondenheid tussen de mensen was nodig om te overleven en als er iemand leiding gaf, dan was het de vrouw. Immers zij is ons aller Moeder, Gaia, onze oermoeder Aarde die ontstond uit de Chaos aan het begin van alles (Griekse mythologie, Stephen Hawking avant la lettre). Wellicht was dit wat met het Paradijs wordt bedoeld: niet de locatie, maar de sámenleving in de ware zin van het woord, mannen en vrouwen samen.
Volgens de filosofie van wetenschapper Jeremy Griffith ( https://www.youtube.com/watch?v=SepGjq4TSM0) is de mens in diepste wezen ‘goed’, maar zijn we dit goede kwijtgeraakt doordat we in onze puberteit (de pubertijd der mensheid) onze bewuste geest ontwikkelden en via ‘nadenken’ onze onderbewuste geest zodanig programmeerden dat al het slechte verklaarbaar en zelfs acceptabel werd. We wijten ons slechte gedrag aan de omstandigheden, die we zelf creëerden. Zo ging de mens zich richten op mijn en dijn, op eigendommen die verdedigd moesten worden, of veroverd natuurlijk. En dat was mannenwerk.
Griffith noemt dit ‘the human condition’. We hebben onszelf geconditioneerd en een van de belangrijkste uitvloeisels hiervan is de ongelijkheid der seksen. In de strijd om het bezit werd de man belangrijker dan de vrouw, stoffelijk prevaleerde boven geestelijk, fysiek boven psyche. Zo ontstonden strubbelingen, kleine gevechten, grote oorlogen. Mannenwerk, mannentaal. Het patriarchaat was (en is) een feit. Dit is natuurlijk geen nieuws. We leven in een mannenwereld, onderbouwd sinds eeuwen door religies en vooroordelen, ofwel de ‘conditions’.
Na Gaia zijn er nog weinig vrouwelijke Goden bedacht, ik denk omdat mannen het heft in handen hadden en dus mannelijke Goden bedachten. De groeiende ongelijkheid der seksen is mede hierdoor veroorzaakt. Wel bijzonder eigenlijk dat een wetenschapper, een bioloog ons probeert terug te brengen naar de basis: alle mensen zijn gelijk. Mannen en vrouwen verschillen in fysiek, zowel als in psyche, maar sámen vormen ze een eenheid. Dit is authentieke gelijkheid. Het egocentrisme van de man, langzamerhand een conditie geworden in de wereld waarin we leven, dwingt vrouwen ofwel tot onderworpenheid, ofwel tot verzet in vormen van feminisme. De tragedie is dat hierbij voorbij wordt gegaan aan de essentiële verschillen, of zo je wilt de intrinsieke waarden van man en vrouw die 50/50 zorgen voor gelijkwaardigheid. Strijd, verzet, streven naar gelijkheid in gedrag, dit soort feminisme is gebaseerd op de leugen die we gecreëerd hebben in onze patriarchale wereld.
Griffith slaagt erin met zijn op wetenschap (evolutie) gebaseerde filosofische werk ons de ogen te openen voor de gelijke waarde, de gelijke goedheid die van oorsprong aanwezig is in alle mensen. Hierdoor kunnen we nu de rollen begrijpen die mannen en vrouwen hebben vervuld tijdens de menselijke reis. En begrip zorgt voor heling. Door diepe empathie voor elkaar te voelen, wordt de kloof gedicht.

De beweging die ik aan het begin noemde heet World Transformation Movement. Hun mening is dat het de hoogste tijd is om de ‘human condition’ aan te pakken, omdat maatschappelijke ontsporingen te heftig worden en het voortbestaan van onze planeet ermee gemoeid is. Meer en meer jongens vallen uit, met name in de leeftijd van bewustwording (vanaf ca. 15 jaar). Misdadig gedrag, overmatige agressiviteit, verslavingen of een totale desinteresse in maatschappelijkheid. Ze trekken zich terug achter hun telefoon met pornografie en video games. Ik citeer één jongen uit een groot onderzoek: “My generation of boys are fucked…Marriage is dead. Divorce means you’re screwed for life. Women have given up on monogamy, which makes them uninteresting to us for any serious relationship or raising a family”…
Het is de man die ten onder gaat aan zijn frustratie, onder het gewicht van een ondraagbare verantwoordelijkheid, de man die vooral de laatste paar honderd jaar gecorrumpeerd is door egocentrisch gedrag en nu tot de bewustwording komt dat zijn management onze planeet geen goed heeft gedaan. Ik schreef het al eerder: ‘Het wordt tijd dat vrouwen opstaan'( https://www.extaze.nl/?p=8751). Na zoveel honderd jaar mogen we hopen dat vrouwen zichzelf terugvinden in hun authentieke rol: het indoctrinatieproces van liefde. Tenslotte zijn vrouwen de opvoedsters. Mede door wetenschappers als Griffith en hun werk (en de World Transformation Movement) mogen we verwachten dat vrouwen anticiperen op de mogelijkheden die er zijn op meer macht in persoonlijke relaties en op economisch en politiek gebied en dat zij op de vrouwelijke manier de man eindelijk bevrijden van zijn geconditioneerde ego gedrag.

Dank zij Griffith hoeven we niet langer te gelóven dat de mens in wezen goed is. In zijn verklarende tekst wordt de fundamentele goedheid van de mens vanuit wetenschappelijk evolutionair oogpunt onderbouwd. The end of the human condition, einde aan onveiligheid, zelfzucht, agressie en competitief egocentrisch gedrag van de gefrustreerde man die de leiding heeft en het schip ziet stranden. We hebben dit inzicht nodig om de onderliggende psychose van de mensheid te genezen. We moeten dieper gaan, tot diep in ons onderbewustzijn. Niet toevallig dat zowel Nietsche als Jung vaak ter sprake komen in het werk van Griffith, want zoals Jung zei: ”Heelheid van de mens is het vermogen om de eigen schaduw te bezitten”.

Ellendig Dure Poespas

Laat ik voorop stellen dat ik geen Portugees ben. Nee, ik ben een eigenwijze Nederlander, maar ik woon een groot deel van het jaar in Portugal. Een heerlijk land met heerlijke mensen, maar met een angstwekkende bureaucratie. Hoewel ik al bijna 25 jaar ervaring heb, loop ik nog regelmatig vast in die dikke muur van papier en nog meer papier.
Denk niet dat het alleen de overheid is. Ook private bedrijven hebben de techniek van afhouden, uitstellen, afschuiven, niet luisteren, niet doen en onredelijke eisen stellen, onder de knie. Dit verhaal gaat over een van de ergste, de EDP. Ofwel Energias de Portugal. Een Moloch zonder concurrentie en hoewel nauwelijks nog Portugees te noemen, in gedrag bijzonder authentiek. De EDP is voor een deel van China, van Quatar, van private equity companies als BlackRock en verder voor een kwart beursgenoteerd in Lissabon waar het hoofdkantoor staat. Portugees tot in de voegen van het majestueuze gebouw en tot in de poriën van de mensen die er de leiding hebben en tot wie je absoluut geen toegang hebt.
Met de EDP kun je niet praten want op het niveau waarop je mag praten is er niemand geautoriseerd om iets te beslissen. Er zijn EDP winkeltjes waarin over het algemeen vriendelijke en bereidwillige personen werken, maar als je echt een probleem hebt kunnen die niets voor je doen. Ja, ze kunnen van een arme Portugees de achterstallige betaling innen. Komt vaak voor, want met een minimum inkomen van 650 euro in de maand valt het niet mee de hoge rekening steeds tijdig te betalen. En wie niet betaalt wordt afgesloten. Vroeger was de ‘belasting toegevoegde waarde’ (IVA) 6%, het tarief voor noodzakelijke levensbehoeften. Een paar jaar geleden werd dit opgetrokken naar 23%, het tarief voor luxe. Je kunt je voorstellen dat de gewone burger zo’n tariefverhoging moeilijk verwerkt. Veel duistere ramen ’s avonds.
Energie is dus luxe in Portugal. Maar denk niet dat de service hiermee in overeenstemming is. Vooral als buitenlander sta je bij de EDP al spoedig in de kou, want de EDP heeft weliswaar een website in het Engels, maar weigert in het Engels te communiceren. Alle schriftelijke communicatie is in het Portugees, met zoveel mogelijk kleine lettertjes.
Laat ik mijn EDP-ervaring met u delen.
In ons Portugese huis, nieuw gebouwd in 2009, is om redenen van duurzaamheid, efficiency en – toegegeven – gemak alles elektrisch bediend. Wat dit betekent merkt een mens pas als de elektriciteitstoevoer wordt doorgeknipt. Een dood huis, zonder enig comfort, zonder water, licht en warmte, zonder veiligheid ook en zonder communicatie. Geen telefoon, geen internet. Niets werkt meer. Helemaal niets! Ik kan u verzekeren dat dit een uiterst schokkende ervaring is. Het drukt ons met de koude neus op het feit dat we afhankelijk zijn van de energievoorziening. Wij kunnen niet meer leven met een kaars en een houtvuur.
Het begon allemaal met een – volgens de EDP – toegenomen verbruik, waardoor ik in augustus 2017 ruim duizend euro moest bijbetalen (€ 1086,67). Ik had dus voor ruim duizend euro méér energie verbruikt dan het jaar ervoor. Onbegrijpelijk, maar je krijgt het niet uitgelegd. Het bedrag werd automatisch van mijn (Nederlandse) bankrekening afgeschreven op 4 september. Want, de EDP kennende, betaal ik mijn maandelijkse termijnen via ‘débito direto autorizado’. Vóor augustus 2017 was het 453 euro, daarna ineens 512 euro, hoewel wij onze levensstijl niet veranderd hebben en bijvoorbeeld geen elektrisch huisdier of een jacuzzi hebben aangeschaft. Wie schetst mijn verbazing als op 25 september wederom via débito direto dezelfde ruim duizend euro wordt afgeschreven. Ach denk je dan nog even: computerfoutje, het wordt wel weer teruggestort. Maar nee hoor. Twéé keer betaald dus.
Alsof dit nog niet genoeg is ontvang ik op 31 oktober een aanmaning (Injunção) van de Justitie dat ik ruim duizend euro moet betalen. Het bedrag is niet hetzelfde, in plaats van € 1086,67 is het dit keer € 1050,42. Plus de nodige belasting, boetes e.d. Totaal ruim elfhonderd euro. Na lezing van de vele kleine letters blijkt mij dat het om een schuld gaat per 31 januari 2007(?). Ondanks de vele kleine lettertjes wordt dit niet verder uitgelegd. Slechts word ik gemaand om binnen 15 dagen te betalen. Dit moet een vergissing zijn, denk je dan. Ik kocht op dit adres pas op 25 februari 2007 een huisje om er daarna nieuwbouw te plegen vanaf januari 2008. Een jaar later dus.
Via de klantvriendelijke website (Mijn EDP) vraag ik uiteraard om opheldering. Ook pleeg ik meerdere telefoontjes, stuur meerdere emails. En dien drie keer een klacht in. Op de website kan ik zien dat mijn klachten in behandeling zijn. Het resultaat is uiteindelijk dat ik via een tamelijk cryptische email word doorverwezen naar de EDP-advocaat in Lissabon. Alle communicatie van EDP-zijde geschiedt vanzelfsprekend in het Portugees, met veel omhaal van woorden. Op mijn verzoeken om een Engelse vertaling wordt in het geheel niet gereageerd.
Als nabrander ontvang ik eind november alweer een rekening van de EDP, dit keer ruim 44 euro, die ik binnen 15 dagen moet betalen. Waarvoor is deze rekening? Waarop is dit bedrag gebaseerd? Geen idee. De EDP beantwoordt mijn vragen niet meer.
Ten einde raad bel ik mijn advocaat. Wat moet ik doen? Haar advies is om die 44 euro met spoed te betalen want de EDP sluit zomaar je energie af. Ook al is het onterecht. Ik betaal dus met spoed die 44 euro (en negentien cent).
Daarna, op maandag 11 december, zit ik noodgedwongen op kantoor bij mijn advocaat. De EDP is mij ruim duizend euro schuldig, dat is duidelijk bewijsbaar. De EDP eist elfhonderd euro en nog eens 44 euro zonder verklaring, dit is te gek voor woorden. Mijn advocaat is het met mij eens. Zij maakt een dossier met alle documenten en bankafschriften en gaat onmiddellijk contact opnemen met haar collega in Lissabon.
De zaak is nu onder advocaten, dus even maak ik mij geen zorgen meer. Onterecht naar blijkt, want op woensdagmiddag 13 december zitten we zonder stroom. Huis dood. Kaarsen aan, open haard aan en ’s avonds dan maar naar een restaurant. Ik bel mijn advocaat, die zeer verbaasd is. Dinsdag nog contact gehad met de advocaat van EDP. Zij gaat er onmiddellijk achteraan. ’s Avonds hoor ik dat de EDP-advocaat de volgende dag, donderdag, aan de slag gaat. Nu volgen tientallen telefoontjes met mijn advocaat en haar assistente totdat mijn mobiele telefoon ermee ophoudt. Donderdagmiddag zitten we bij onze buren om de telefoons op te laden en via de laptop de nodige handelingen te verrichten. Zoals op advies van mijn advocaat dan in godsnaam maar die dikke elfhonderd euro betalen, ook al weten we niet waarom. Ja, om de stroom weer aan te sluiten. De zeer bereidwillige assistente (genaamd Mali) van mijn advocaat doet de communicatie met de EDP, gelukkig. Zij komt met een referentie en een code. Ik moet via de Multibanco onmiddellijk die ruim 1100 euro overmaken, dan wordt binnen vijf uur de stroom weer aangesloten. Ojee, ik heb even zo’n bedrag niet op mijn Portugese bankrekening staan. Kan het ook via mijn Nederlandse bank? De EDP int daar toch al volledig automatisch (en dubbel) de gelden die zij wil ontvangen. Kan die 1100 euro er ook nog wel van af. Maar nee, eigenlijk kan dit niet volgens de EDP. Het moet Multibanco zijn. Dat is de regel voor wanbetalers… Dan belt Mali weer. Ja het kan toch. Na veel overleg tussen Mali en de EDP krijg ik een referentie en bankrekening nummer en kan ik meteen per banktransfer het geld overmaken. Dan komt het ook in orde. Dus bij de buren maak ik via de laptop ruim 1100 euro over naar de EDP. Een uur later krijg ik van mijn bank een betaal-alert: het bedrag is overgeboekt naar de Banco Commercial in Portugal. Een kopie van de afschrijving mail ik naar Mali en die mailt het door naar de EDP.
Zo gaat de tweede stroomloze dag voorbij. Dus wij weer naar de kaarsen en de open haard en daarna naar het restaurant in het dorp. De buren nodigen ons uit om de volgende dag bij hen te komen douchen. Mijn echtgenote heeft inmiddels samen met de buurvrouw de gehele inhoud van onze diepvriezer overgebracht naar een leegstaande diepvriezer in een huis dat in de zomer wordt verhuurd. De EDP houdt ons goed bezig.
Op vrijdag, onze derde dag zonder stroom, staan we hoopvol op in een koud huis zonder vloerverwarming en zonder stromend water. Gelukkig hebben we een zwembad vol water. Plus flessen mineraalwater in de (donkere) kelder. We verwachten deze dag uiteraard weer stroom. We hebben nu alles betaald, soms dubbel en tevens onterecht, en we zijn al tientallen jaren een goede klant van de EDP (hoeveel hebben we hen al betaald? Zeventig, tachtigduizend euro?) dus ze laten ons niet in de kou zitten. Haha. Toch wel. Mijn buurman adviseert me om naar de EDP winkel te gaan, persoonlijk contact helpt soms. Dus rijd ik naar Tavira en vind met enige moeite in een achteraf straatje de EDP vestiging. Een klein winkelpandje met een balie waarachter een niet onaantrekkelijke EDP adviseuse. Gelukkig is er maar éen mevrouw voor mij, hoewel die vrij lang werk heeft. Volgens mij wordt er ook over familie, kinderen en het weer gepraat, maar dit soort sociale gezelligheidbabbel ben ik wel gewend in Portugal. Het is net als in het postkantoor. Na mijn uitleg, heeft de adviseuse het met mij te doen, al 3 dagen zonder stroom dat is erg, vindt zij. Ze gaat onmiddellijk bellen na mijn ‘contribuente’ nummer te hebben verkregen. Er volgt een lang gesprek waarbij ze van mij alle betalingsbewijzen verlangt, maar de kopieën die ik bij me heb voldoen niet. Zij wil het bewijs zien van de Banco Commercial, dat daar het bedrag is bijgeschreven op de rekening van de EDP. Zo’n bewijsstuk kan ik niet overleggen. Heb ik al eens via mijn Nederlandse bank naar geïnformeerd, maar dat soort kopieën wordt niet verstrekt. Zo zit ik na een kwartier terneergeslagen op een plastic stoel terwijl het hokje volstroomt met zorgelijke Portugese klanten. Mijn zaak is afgewezen, de adviseuse kan niets voor mij doen. Het lijkt op de wachtkamer van de sociale dienst. Kaal, treurig, druk en muisstil. Na mijzelf weer uit de diepe dip te hebben getrokken, verlaat ik het EDP advies centrum en rijd terug naar huis. Of liever gezegd, naar de buren. Onderweg belt Mali. Zij is er achter gekomen dat ik geen stroom krijg omdat men bij de EDP ontevreden is over de toegezonden kopieën van de betaling. Het moeten fotografisch gereproduceerde schermopnames zijn, rechtstreeks gefotografeerd van het betaalscherm van mijn Nederlandse bank. Want een gewone kopie of een pdf is niet geldig, daar zou ik immers zelf wijzigingen in kunnen aanbrengen…
Mijn hemel, na zovele jaren trouwe klandizie, word ik met groot wantrouwen en argwaan bejegend. Alsof ik de EDP zou willen oplichten, dezelfde EDP die mij nog minstens duizend euro schuldig is…
Gelukkig logeert bij mijn buurman een broer die weet hoe je makkelijk een schermprint kunt maken met een windows programmaatje. Dat helpt. Dus snel op vrijdagmiddag de vereiste schermprints gestuurd. Via Mali, de meevoelende assistente, hoor ik een uurtje later dat misschien vanavond nog de stroom wordt aangesloten. Misschien… Op dat moment besluit ik spontaan om naar een hotel te vertrekken. Het is genoeg zo. Na het weekend zien we wel verder. We willen in bad.
Op maandag hoor ik van Mali dat in de namiddag de stroom zal worden aangesloten. Is het zeker? Nou ja, zij denkt van wel. Wij zijn in de buurt van Mértola – erg leuk stadje – en besluiten voor alle zekerheid nog een nacht in een hotel door te brengen, het Museumhotel aan de rivier de Guadiana, gebouwd op een Romeinse nederzetting die via een glazen vloer te bewonderen is. Op dinsdag rijden we vol vertrouwen naar ons huis dat inmiddels wel weer een beetje opgewarmd zal zijn. Helaas nee. Huis is koud en dood. Eerst even vloeken en dan maar weer bellen met die lieve Mali en zij weer met de EDP in de slag. Nee hoor, volgens de EDP hebben we stroom. Maandagavond nog aangesloten. Die domme Hollanders moeten gewoon in hun huis even op de knop drukken. Knop? Welke knop. Wij hebben geen knop, wij hebben een schakelkast met honderdeenentwintig schakelaars plus drie hoofdschakelaars. En die staan allemaal op ‘on’. Mali weer bellen met de EDP. Antwoord: nee dat kan niet. De stroom is aangesloten. Meneer moet dan maar de ‘Avaria’ bellen, de storingsdienst. Mali geeft mij het nummer, dat ik al ken. Maar zo’n 800-nummer kun je alleen bellen met een Portugese telefoon. En onze vaste telefoon in huis werkt niet zonder stroom. En mijn mobiele Portugese telefoon van de Meo is leeg. Ik leef met mijn Nederlandse mobiele telefoon, die bijna drie dagen zonder opladen kan (prima apparaat) en kan dus geen 800-nummer bellen. Dat is de EDP service aan buitenlanders, zonder Portugese telefoon geen toegang. Mali dus weer terugbellen naar de EDP. Legt uit dat haar cliënt een buitenlander is en dat ze wel eens wat toeschietelijker om niet te zeggen toegankelijker mogen zijn, want haar buitenlander brengt elke maand meer dan 500 euro in het EDP-laadje.
Na enige halsstarrige tegenwerking weet Mali het voor elkaar te krijgen dat er een technische man komt kijken wat er aan de hand is. Maar o wee als het alleen maar een druk op de knop is, welke knop dan ook, dan gaat dit ons tientallen euro’s kosten. Diezelfde dinsdag gaat het niet meer lukken. Dus wij weer naar een hotel, in Olhão. We moeten de EDP garanderen dat we de volgende ochtend om 10 uur thuis zijn, want dan komt er persoonlijk een EDP expert om op de knop te drukken….
Uiteindelijk op woensdagmorgen tegen de lunch – een wéék na de afsluiting – word ik gebeld door de firma Joaquim Henriques. Zij zijn gestuurd door de EDP en willen weten waar mijn huis is. Ik leg het drie keer uit, maar dan hebben ze toch liever dat ik naar het dorp kom om hen daar op te halen. Dus een half uurtje later zie ik de bestelauto van Joaquim Henriques bij de supermarkt en rijden we achter elkaar naar ons huis. Daar opent de monteur onder uitleg aan zijn jeugdige leerling-assistent het EDP kastje buiten de poort (altijd de kastjes buiten, zodat ze bereikbaar zijn voor de EDP, om eventueel de stroom af te sluiten) en tot zijn verbazing en meer nog die van de leerling en zeker die van mij, liggen er vier losse dikke draden in mijn kastje. Open en bloot. Open koperdraad met de stroom er vol op. De technische monteur vindt het héél vreemd. Ongewoon. Ik vind het gevaarlijk zelfs, die draden hoeven elkaar maar te raken en de hele buurt zit zonder stroom. Om over brand nog maar te zwijgen.
Binnen een kwartier heeft de monteur de draden gemonteerd en is er stroom in ons huis. Zonder dat we op welke knop dan ook hebben gedrukt. Dankjewel EDP. Nu nog mijn geld terug en al die kosten van hotels en restaurants.
Dit gaat nog een Ellendig Dure Poespas worden