Onderweg

Auto’s auto’s auto’s
auto’s om mij heen
waar gaat dat heen
laat de snel maar weg
autobaan langzaam aan
van a naar b en terug
met het zweet op je rug
te laat en onderweg
hopelijk geen pech
de lontjes zijn kort
passeren een sport
kofferbak kleven
gevaar voor je leven
laat mij er even
tussen idiote drijver
je pik wordt zeker stijver
in je kleine kutmobiel
zeker net je rijbewijs
ben je niet goed wijs
auto’s auto’s auto’s
gladde paardenkrachten
die vervuiling brachten
waar is geluk gebleven
toeren langs de dreven
wuiven naar het leven
komt nooit weer terug
zweet op je rug
als je eraan denkt
waar dit ons brengt
vervoer vervuilt
de wereld huilt
geen vooruitgang wenkt
langs deze weg
verkeer verkeerd
de stress van de tech
nooit iets geleerd.

Christian
september 2020

Die jongen

Ik zou willen vluchten
uit mijzelf
weg uit dat pijnlijke lijf
dat niet vooruit wil
em mij tegenwerkt
in dagelijks doen.
Ik zou weer de gezonde
jongen willen zijn
en met jou dansen
op een plein ver weg
en samen klimmen
over hoge bergen
waarachter leven licht is
o mag ik weer
die jongen zijn
betoverd door jouw
lichtvoetigheid en
lieve lach voor
dag en nacht.

Mei 2020 – Christian

Ouderdom

Ouderdom komt met gebreken
dit is me inmiddels wel gebleken
’s nachts onder een extra deken
en toch nog
mijn voeten koud

Terwijl mijn voeten ijskoud blijven
droom ik van prettig warme lijven
en wil ik natuurlijk voetje wrijven
met haar
van wie ik houd

Aan ouderdom moet je niet denken
laat je door je pijn niet krenken
blijf aan het leven aandacht schenken
zet ‘m op
en ga voor goud.

Zwart op Wit.

Zwart op Wit.

Zij wilde trouwen
gelijk maagdelijk in
een witte koets met
witte paarden en
een wit boeket van
onschuld en vreugde
maar onschuldig was
zij niet bevlekt reeds
voordat toegestemd
ik zag de ruiten
zwaar beslagen zonder
zicht naar voren of
vooruitzicht in de tijd
stadhuis nu een hotel
de bruidssuite te duur
voor dubbelzijdig dromen.

Mijn oma’s koets was
zwart van dof verdriet
de mannen in het wit
slagers zonder hart
broeders van gesticht
geen weerstand meer
geen bedrog of droom
ooit wit geweest
wit als de koets
waarin ik reed met
haar in roze droom
haar borsten puntig
wijzend naar beslagen
vensters haar koninklijk
wuivende hand gesierd
met ring van trouw.

In verlatenheid zie ik
haar gaan met paraplu
en tassen vol ideeën
die er niet toe doen.

Mijn meisje met de
blonde korenschoof
zo hoofs bewegend in
de wuif naar onontgonnen
werelden daarbuiten
achter onbezonnen
vensters met de wasem
van geluk of van gelukt
per witte koets op weg
waarheen dit wenkend
leven nog te ontdekken
valt nog te ervaren
dat pijn vaak tegenvalt.

Het zijn verhalen slechts
verhalend van een droom
die ooit aan scherven valt
op de bodem van een
zwarte koets met zwarte
paarden en daarna de
zwaarte van het zwart
de bodem ingeslagen
vergezeld van wat wij
hopen en van hopen
zwarte aarde en het stof
waarheen wij reizen
en dagelijks dolen
om niet te denken
aan wat ondenkbaar is.

Wij trouwden in het wit
en wilden kleurrijk leven
totdat de zwarte auto
met verslagen vensters
langzaam voorbij schoof
aan de verre horizon.

Covid 19

Laat mij maar liggen
lieve schat
ik lig hier goed
als in een warm bad
van liefdevolle zorg
waarin mijn wezen
zich eindeloos ontpopt
wat ik jarenlang verborg
de huilbui die niet stopt.

Mei 2020
Christian

De Vrouw

gekleed in geur
de pink gestrekt
schrijdt zij mijn leven binnen
haar lippen rood
in lachend woord
hoor ik haar toverlijke zinnen
zo luisterrijk is zij
dat ik vergeet
en haar mijn ziel laat winnen
ontkleed raak ik
tot op mijn hart
nu wil ik opnieuw beginnen
nog één keer
ongekwetst vooruit
voorbij al mijn herinneringen

Christian
mei 2014

In Huis

Ik zit in huis
en staar vooruit
hoewel er
weinig wenkt
of niets wellicht
of iets dat wij
niet weten.
Ik staar vooruit
en voel hoe alles
achteruit gaat
terwijl ik staar
vervaagt mijn
verleden zie ik
mijn toekomst
kleiner worden.

Maart 2020

Te laat.

Veel te laat.

Als ik toevallig weer daar ben
waar toen de zon zo heftig scheen
zie ik jouw stenen stoep omhoog
wil ik nog eens de treden tellen
en je bereiken drie keer bellen
ja ik ben het eindelijk ja ja
hier weergekeerd al weet ik niet waarom
waarom zou jij opnieuw mij open doen
met ogen groot en blauwer dan
de wolkenloze hemel waarnaar ik
op zal stijgen zovele jaren later
dan wij samen hoopten nog gelovend
in een hemel die aanraakbaar leek
voorbij de koude stenen treden
omhoog gewoon omhoog ja ik ben
het eindelijk maar sorry hoor
ik weet het is te laat al die jaren
hoe was je leven lieve schat ach
misschien dacht ik niet na omdat
de zon zo heftig scheen en er
die dag geen schaduw was en zelfs
de tranen in je ogen voor mij
onzichtbaar bleven achter je
glimlach die het weten in zich had
ja als ik toevallig daar weer ben
wring jij je binnen in mijn hoofd
maar veel te laat ben ik om
drie keer te bellen aan een deur
die nimmer meer zal open gaan.

Christian 2016

Mijn meisje.

Mijn meisje.


Ik hou van dat meisje
boos op de muis
die niet gehoorzaamt
ja ik hou van haar
zoals zij daar zit
samengebald in strijd
met haar computer
ik hou van dat meisje
zoals zij stampend
de trap af loopt en in
zichzelf nog moppert
over dingen die niet
gaan zoals zij moeten
maar snel verandert zij
van melodie want werk
wacht en afspraak telt
ja ik hou van haar
zoals zij leeft in haar
wereld die nooit stil
staat bij wat is geweest
zoals zij danst voorbij
vermoeidheid ogen
open voor een feest
van nieuwe kunsten
open armen voor de
liefde en het mooie
van haar zelf zijn
voor de spiegel stift zij
haar lippen rood en
kijkt uitdagend in haar
groene ogen en dan
verschijnt zij voor mij
zelfbewust uitdagend
en dan hou ik van
dat fonkelende meisje
zoals zij haar tong
uitsteekt om mij te zoenen
opdat haar rood gekleurde
lippen mij niet raken
terwijl zij met haar
ziel mijn hart raakt.

Wie lacht niet.

Wie lacht niet
Die de mens beziet
Zoogdier zonder nut
Voortlevend in genot
Van dagelijks consumeren
Krampachtig bezig
Met vergarend bidden
Om voorspoed en geluk
De anderen niet gegund
Wie lacht niet
Als de bommen vallen
En autogekken voedsel
Pletten en fijnstof regent
In het oliebad op zee
Vriendenloterij miljoenen
Honger om de hoek
Reality en gouden kots
Amusement genoeg om
Veel te lachen totdat
De haarscheuren ontstaan
In menselijk bestaan van
Wat wij zien als positief
Beurskoersen en de groei
Ja blijven lachen als de
Hemel valt waarnaar in
Oude tijden smachtend
Werd verlangd omdat
Leven op een toevallige
Planeet geen reden gaf
Tot leukigheid die wij nu
Elektronisch omarmen
Denkend oneindigheid
Te hebben uitgevonden
Terwijl zelfs geen glimlach
Meer geoorloofd is als
Men de mens beziet.